De boekenplank van de maand oktober

Ik vertel op deze website dat ik kamers vol oude sportboeken wil verzamelen. Elke maand bezoek ik kringloopwinkels en 2dehandsboekhandels. Ook snuister ik in de plooien van het internet. Ik zoek sportboeken en ben niet blind voor elpees en andere sportmemorabilia.

‘Michel Preud’homme’ | Dominique Paquet & Michel Dubois

Eind jaren 80 domineert KV Mechelen het Belgische voetbal en gooit ook in Europa hoge ogen. De club wint in 1987 de Beker van België en pakt tijdens het daaropvolgende seizoen de Beker der Bekerwinnaars. In 1989 wordt KV Mechelen ook voor de vierde keer landskampioen. Al die jaren is Michel Preud’homme bij de Mechelaars het betrouwbare sluitstuk.

Hoog tijd om dat in boekvorm te gieten dachten ze bij Uitgeverij JONAS. Dus kwam in 1990 ‘Michel Preud’homme’ op de markt, met Dominique Paquet en Michel Dubois als auteurs. Het levert een bescheiden biografie op met voorwoorden van John Cordier, destijds voorzitter van KV Mechelen, en Aad De Mos, tijdens de Mechelse succesjaren coach van KVM en in 1990 trainer van RSC Anderlecht.

Daarna volgen negen hoofdstukken een chronologische weg in het leven en de carrière van de dan 31-jarige doelman. Hoogtepunt is de epiloog. In een brief richt moeder Ginette zich tot haar zoon.

Michel, mijn zoon. Hoe gelukkig heb je mij gemaakt toen je een kleine jongen was! Je was een knappe krullenkop, teder, aanhankelijk. Toen je opgroeide hebben je wijsheid en je gezelligheid in de omgang je bij iedereen geliefd gemaakt. Vandaar dat je een massa vrienden had, zowel in het dorp als op school waar je een vlijtige leerling was.

Nu ben je een man. Maar je bent nog altijd even eenvoudig, gevoelig en vol respect voor je medemens. Ik sta nog altijd dicht bij jou. Ik deel je vreugde en je verdriet. Bedankt, mijn zoon.

Uitgeverij JONAS, Leuven, 1990, eerste druk, 147 pagina’s

Franky Van der Elst – Een Man voor Alle Seizoenen’ | Frank Buyse

Ook al van de jaren 90 dateert ‘Franky Van der Elst – Een Man voor Alle Seizoenen’. Het boek van auteur Frank Buyse is, net als ‘Michel Preud’homme’, rijkelijk geïllustreerd met zowel zwart-witfoto’s als kleurrijke beelden en belicht zowel het sportieve als persoonlijke verhaal van Franky Van der Elst met tal van getuigenissen van familie, ploeggenoten en trainers.

Het boek opent met een lofzang van Raymond van het Groenewoud. Hij beschrijft FVDE onder meer als “een hartverwarmend type van strijder” en “iemand die meer ziet dan hij zegt”. Pagina’s 42 en 43 vatten, door middel van Paniniplaatjes, 15 seizoenen carrière samen in beelden, cijfers en letters.

In de lokale Oxfam Book Shop kon ik het boek op de kop tikken in een mooi kartonnen omhulsel met daarop in grote witte letters ‘VAN DER ELST’ en rugnummer 6. ‘Een Man voor Alle Seizoenen’ is een leuk tijdsdocument dat me tijdens het lezen een nostalgische wandeling liet maken door mijn kindertijd, de tijd van FVDE als kapitein van de Club.

Roularta Books, Roeselare, 1996, eerste druk, 156 pagina’s


Ik schreef eerder over deze sportboeken (klik op de titels voor meer info):

Column | Ouverture

Voetbal is in jaargangen met een groot toernooi een draaimolen waar je niet kunt en ook niet wilt afstappen. Dus keek ik gisterenavond alweer naar de Supercup tussen Club Brugge en Standard. Het werd aanvankelijk een gezapige en gesloten oefengalop die alle tekenen vertoonde van een klasreünie.

Een herkenbaar Standard speelde tegen een Club met nieuwkomers Mats Rits, Karlo Letica en Arnaut Danjuma in het basisteam. Vooral de laatste twee vielen op. En Hans Vanaken. Opnieuw Hans. Het is duimen dat scouts Brugge hebben bezocht met voordien leeg geschreven pennen. Halfweg hoorde ik de echo’s van een kampioensploeg op driekwartsnelheid.

Hét hoogtepunt van de avond vond al voor aanvang van de wedstrijd plaats: de terugkeer van Michel Preud’homme. In de catacomben wuifde MPH naar oude bekenden als een zonnekoning. Het was een schouwspel van intense omhelzingen en stevige handdrukken. Plagerijen en glimlachen alom.

De trainer Michel Preud’homme heet een prijzenpakker te zijn. Om beter te doen dan zijn voorganger Ricardo Sá Pinto moet hij, tien jaar na de laatste, de landstitel opnieuw naar Luik brengen. Die uitdaging is groot, maar niet onmogelijk. Eén strijd zal MPH alvast niet winnen: de prijs voor de coach met de fraaiste haardos heeft Sá Pinto meegenomen naar het zuiden.

Gelezen | 2 boekentips over voetbal in Rusland

Met het wereldkampioenschap voetbal in Rusland in het vooruitzicht ging ik enkele maanden geleden de online boekenmarkt op. Ik zocht boeken over de achtergrond van het Russische voetbal en, bij uitbreiding, heel Oost-Europa. Het voetbal in het voormalige Oostblok fascineert me wegens de raadselachtigheid die eromheen hangt, en voedt met wazige beelden en krakende commentaarlijnen tegelijk een honger naar nostalgie.

Behind the Curtain: Football in Eastern Europe – Jonathan Wilson

Auteur Jonathan Wilson was me bekend van het boek The Outsider: A History of the Goalkeeper waarin hij, zoals de titel het zegt, de lezer meeneemt op een tijdsreis doorheen het DNA van de doelman. The Outsider is een uitstekend boek, dus twijfelde ik niet toen ik een tweedehandsversie van Behind the Curtain vond voor amper vijf euro.

In dit boek, dat dateert van 2016, gidst Jonathan Wilson doorheen het voetbal in Oekraïne, Polen, Bulgarije, het voormalige Joegoslavië, Hongarije, Roemenië, Georgië, Armenië, Azerbeidzjan en Rusland. Wilson doet het telkens met een grote persoonlijke toets. Daardoor krijg je als lezer het gevoel dat je op ontdekkingsreis bent. Wilson heeft bovendien gevoel voor historiek en bespreekt de rijke geschiedenis van het Oost-Europese voetbal.

Football Dynamo: Modern Russia and the People’s Game – Marc Bennetts

Ook tweedehands kocht ik Football Dynamo, een boek van Marc Bennetts uit 2008. Bennetts is een Brits journalist met Moskou als thuisbasis. Hij is zo de perfecte man om het Russische voetbal en de rol ervan in de Russische samenleving te beschrijven.

In het boek schetst de auteur de achtergrond van de verschillende voetbalclubs uit Moskou. Hij ontrafelt het enigma van het Russische voetbal. Bennetts beschrijft hoe de nationale ploeg na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991, met het missen van de wereldbeker in 1998, 2006 en 2010 en het niet bereiken van de knock-outfase in 1994 en 2014, een nieuwe plaats moest zien te vinden. Daarbij gaat Bennetts onderwerpen als corruptie, racisme en hooliganisme niet uit de weg.

De zomer van 1994

Tijdens de zomer van 1994 marcheerden over het uitgestrekte veld achter ons huis twee maaidorsers. Ze waren geel van kleur en hadden grote grijparmen en een bolle kont. Hun geroezemoes gaf het open landschap een vorm van sereniteit. Volgeladen leverden ze hun buit af bij een oude tractor met een groene kar. Het daaropvolgende jaar was de ene verdwenen. Later verdween ook de tweede. Ze werden vervangen door blinkende hoekige bulldozers die een hels kabaal maakten. Zielloos bolden ze heen en weer en zetten niet langer aan tot fantaseren. Ze deden waarvoor ze waren gemaakt: tarwe oogsten. Niets meer.

Diezelfde zomer namen de Rode Duivels deel aan de wereldbeker voetbal in de Verenigde Staten. Ik herinner me levendig de openingswedstrijd tussen Duitsland en Bolivië. Marco Etcheverry, de ster van het Boliviaanse team, startte op de bank. De middenvelder viel tien minuten voor affluiten in en kreeg drie minuten later de rode kaart, wat het einde van zijn toernooi betekende. Jürgen Klinsmann scoorde het enige doelpunt. Wanneer ik mijn ogen sluit, dan kan ik de World Cup afspelen als een reeks dia’s.

Ik zie het frivole Nigeria met Rashidi Yekini en Daniel Amokachi, de stoere Bulgaren met Hristo Stoichkov en Trifon Ivanov, die op zijn paniniplaatje alle mogelijke richtingen uitkijkt. Ik zie het laatste kunstje van Diego Maradona tegen Griekenland, de Italiaanse finaletranen van Roberto Baggio en het wieggebaar in drievoud uitgevoerd door Romário, Mazinho en Bebeto.

Vier jaar eerder, tijdens de Mondiali in Italië, was alles nog wazig. Het doelpunt van David Platt is verdwenen tussen de plooien van mijn herinneringen.

De wereldbeker van 1994 is de eerste waarvan ik de wedstrijden van Rode Duivels ten volle beleefde. Vier jaar eerder, tijdens de Mondiali in Italië, was alles nog wazig. Ik heb enkel een vage gedachte aan het vrijetrapdoelpunt van Patrick Vervoort in de wedstrijd tegen Spanje. Ik weet dat ik de achtste finale tussen België en Engeland heb gezien, maar het doelpunt van David Platt is verdwenen tussen de plooien van mijn herinneringen.

In de aanloop naar het toernooi verzamelde ik alles wat ik over de Rode Duivels te pakken kon krijgen: mutsen, sjaals, poppetjes, bierglazen en colablikjes.

Neen, de World Cup in de Verenigde Staten is mijn eerste echte wereldbeker, en daar genoot ik ten volle van. In de aanloop naar het toernooi verzamelde ik alles wat ik over de Rode Duivels te pakken kon krijgen: mutsen, sjaals, poppetjes, bierglazen en colablikjes. En ik kreeg van mijn ouders mijn allereerste voetbalshirt. Knalrood van Diadora met op de mouwen het zwart, geel en rood van de Belgische vlag.

Tijdens de eerste groepswedstrijd tegen Marokko traden de Rode Duivels aan in hun witte uitrusting. Ik supporterde thuis mee met mijn moeder en vader. We juichten wanneer Marc Degryse al in de elfde minuut het enige doelpunt van de wedstrijd scoorde. De daaropvolgende groepswedstrijd tegen Nederland viel samen met het laatste verjaardagsfeestje van het schooljaar. We ambeteerden de buurman en aten frieten aan een kraampje dat niets anders was dan een open keukenvenster. In de woonkamer zagen we allemaal samen op het televisiescherm Philippe Albert de bal aan de tweede paal binnenschuiven. De euforie doofde pas enkele dagen later wanneer onze jongens bij het doelpunt van de Saoedi Saeed Al-Owairan smolten als tinnen soldaatjes.

Thomas Helmer tackelde Josip Weber duizenden kilometers van ons af, maar het voelde alsof het in onze achtertuin gebeurde.

Ook de achtste finale tegen Duitsland keek ik samen met een klasgenoot. We vervloekten  Kurt Röthlisberger toen hij geen strafschop floot wanneer Thomas Helmer Josip Weber onderuit schoffelde. Het speelde zich duizenden kilometers van ons af, maar het voelde alsof het in onze achtertuin gebeurde. Er was geen weg terug. Voor de Rode Duivels was de wereldbeker voorbij.

Ik daarentegen hield mijn routine aan. Elke ochtend fietste ik in alle vroegte naar de enige krantenwinkel in het dorp. Ik kocht er Het Laatste Nieuws en ging thuis, of bij mijn grootmoeder, aan de tuintafel zitten waar ik alle artikels en het wedstrijdschema van de dag doornam. Er waren geen sociale media en geen internet. Het waren, erop terugkijkend, momenten van intens geluk.

Tijdens de zomer van 1994 stond onze totale zorgeloosheid op losse schroeven en we wisten het zelf niet.

Zo beleefden wij, de jongens van het dorp met geboortejaar 1982, de wereldbeker in de Verenigde Staten. Wij die weldra zouden uitzwermen. Geen juffen en meesters meer, gauw spraken we onze leraressen en leraren aan met ‘mevrouw’ en ‘mijnheer’ en wisten we niet meer waar ze woonden en met welke auto ze reden. Kon ik de tijd bevriezen, dan zou het altijd de zomer van 1994 zijn. Onze totale zorgeloosheid stond op losse schroeven en we wisten het zelf niet.

Gelezen | ‘Vaders, zoons & voetbal’

Het doorgeven van dna uit zich in de contouren van een gezicht, in onmiskenbare karaktertrekken en in de voetbalclub die men bemint. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de relatie vaders, zonen en voetbal voor vele schrijvers een inspiratiebron is geweest. In het jaar 2000 werden elf kortverhalen verzameld in ‘Vaders, zoons & voetbal’, een line-up met stukken van onder meer Herman Brusselmans, Nick Hornby en David Endt.

Magnifiek – David Endt (1998)

David Endt is voormalig teammanager van Ajax. Hij neemt de lezer mee op de spelersbus tijdens een verplaatsing naar Doetinchem eind jaren 90. Ajax speelt er tegen De Graafschap. David Endt beschrijft de relatie met zijn vader aan de hand van een gedicht uit een bundel met als ondertitel Gedichten over de vader. Hoe anders ze naar voetbal kijken, bijvoorbeeld, en de verschillende woordenschat die ze gebruiken. ‘Magnifiek’ is een mooie broze tekst vol stille overpeinzingen te midden van een schreeuwerige spelersbus.

Mijn broer – Nick Hornby (1993)

Nick Hornby schreef in 1992 het fantastische Fever Pitch. Daarin beschrijft hij uitvoerig hoe voetbalclub Arsenal als een rode draad door zijn leven loopt. Vaders en zonen horen samen in de tribune, naast elkaar en met een identieke sjaal rondom de hals. Maar wat als een zoon een andere voetbalgeliefde kiest dan degene die de vader voor hem heeft voorbestemd?

Het team der wezen – Herman Brusselmans (1994)

‘Het team der wezen’ van Herman Brusselmans is, samen met ‘Kick Off 2 of De Lange Aanloop naar Amerika’ van Herman Koch, het beste voetbalverhaal dat ik ooit heb gelezen. Het verscheen oorspronkelijk in Hard gras, het Nederlandse voetbaltijdschrift voor lezers, van december 1994.

Herman Brusselmans vertelt over zijn jeugdvoetbaljaren bij VW Hamme en Sporting Lokeren en verweeft dit naadloos met het gezinsleven van elke dag. Dat gezin is, zoals een voetbalteam, een ploeg waarin elk lid een essentiële rol vervult. Als dan de kapitein van de ploeg wegvalt, blijven de teamgenoten verweesd achter. De dialogen zijn amusant en de pointe is fenomenaal.

Vaders, zoons & voetbal telt ook verhalen van onder andere Freek de Jonge, Bert Hiddema en Ronald Giphart.

Uitgeverij Van Holkema & Warendorf, Houten, 2000, eerste druk, 128 pagina’s