De boekenplank van de maand juni

Ik vertel op deze website dat ik kamers vol oude sportboeken wil verzamelen. Elke maand bezoek ik kringloopwinkels en 2dehandsboekhandels. Ook snuister ik in de plooien van het internet. Ik zoek oude sportboeken, maar ben niet blind voor elpees, singles en andere sportmemorabilia.

Na onder meer ‘TENNIS’ van René Lacoste (1928) en de memoires van atleet Roger Moens (1964) koos ik met de Grand Départ in Brussel voor een 2-delige biografie van Eddy Merckx: ‘Van Libramont tot Heerlen’ (1967) & ‘Van regenboog- tot gele trui’ (1970).

‘Van Libramont tot Heerlen’ | Louis Clicteur & Lucien Berghmans

De fanfare van boeken over Eddy Merckx is eindeloos. In die stoet lopen Louis Clicteur en Lucien Berghmans voorop. Zij hadden in 1967 de primeur. In een allereerste biografie vertellen ze het levensverhaal van Merckx: van het kind tot de kampioen. De titel ‘Van Libramont tot Heerlen’ verwijst naar twee iconische plaatsen in het wielerleven van Eddy Merckx: in 1962 wordt Merckx in het Waalse Libramont Belgisch kampioen bij de nieuwelingen, vijf jaar later wordt hij in het Nederlandse Heerlen voor het eerst wereldkampioen bij de beroepsrenners.

De Italiaanse sportjournalist Gian Paolo Ormezzano beschrijft het Merckxisme als een nieuwe filosofie. Een nieuwe wielerpartij, de partij van de toekomst.

Het boek telt tien hoofdstukken, waarvan de meeste chronologisch de carrière van de regerend wereldkampioen volgen. Het eerste hoofdstuk is de uitzondering. Daarin wordt het ontstaan en de bloei van het Merckxisme uit de doeken gedaan. De auteurs verwijzen naar Gian Paolo Ormezzano, Italiaans sportjournalist, die het Merckxisme beschrijft als een nieuwe filosofie. Een nieuwe wielerpartij als het ware, de partij van de toekomst. Merckx is op dat moment 22 jaar jong.

De achterflap van het boek is een hagiografie in pocketformaat. We lezen onder meer ‘De Batman van de sport’, ‘het fenomeen van deze tijd’ en ‘een man die iedereen met verbazing slaat’. Het boek is volgens de auteurs dan ook de onopgesmukte levensgeschiedenis van de wereldkampioen die de hele wielerwereld op stelten zet.

Uitgeverij De Schorpioen, Strombeek-Bever, 1967, eerste druk, 143 pagina’s

‘Van regenboog- tot gele trui’ | Louis Clicteur & Lucien Berghmans

Eddy Merckx blijft ook na 1967 winnen, dus volgt drie jaar later deel twee. Gezien Merckx’ eerste Tourzege in 1969 is de titel ‘Van regenboog- tot gele trui’ toepasselijk. Ook in dit tweede deel volgen de auteurs de chronologische route. Negen hoofdstukken ditmaal met een uitgebreid relaas over de Ronde van Frankrijk van 1969 met als titel Merckxissimo.

De maanlanding van Armstrong, Collins en Aldrin kwam er enkele uren nadat Eddy Merckx zijn ereronde reed te Vincennes. De datum van “dertig jaar later” zal dus wel heel gemakkelijk onthouden worden.

In de laatste alinea’s kijken Louis Clicteur en Lucien Berghmans al even vooruit. “De maanlanding van Armstrong, Collins en Aldrin kwam er enkele uren nadat Eddy Merckx zijn ereronde reed te Vincennes. De datum van “dertig jaar later” zal dus wel heel gemakkelijk onthouden worden, want 20 juli was ook historisch voor de hele mensheid. Omwille van onze eigen nationale feestdag verschenen op 21 juli geen kranten. Enkele kranten gaven wel een bijzondere editie uit waarvan de helft gewijd was aan de maanlanding en de andere helft aan de zege van Merckx. Volgens Eddy zelf, een wanverhouding. Dat de astronauten zelf nochtans Eddy’s prestatie waardeerden, bleek tijdens hun bezoek aan ons land. Ze werden te Luik gevraagd, maar stemden slechts toe zich naar de Vurige Stede te begeven indien Merckx hen vergezelde. Dat bleek toen onmogelijk.”

Zouden de auteurs in een hoekje van hun gedachten vijftig jaar later ook een Grand Départ in Brussel hebben voorzien?

Uitgeverij De Schorpioen, Strombeek-Bever, 1970, eerste druk, 151 pagina’s

Gelezen | ‘De Ronde, een pocket in gele trui’ – Jos Ghysen & Piet Theys

In 1964 stuurt de directie van de toenmalige BRT Jos Ghysen (1926-2014) met een bijzondere opdracht naar de Ronde van Frankrijk. Het is 25 jaar geleden dat Sylvère Maes als laatste Belg de Tour heeft gewonnen en de BRT wil het zilveren jubileum niet zomaar voorbij laten gaan. Ghysen, een koersleek, moet naar Frankrijk en hij doet dat samen met Piet Theys (1927-1974), de man van de radio en zoveel meer, die aan zijn vierde Ronde begint en de wens uitspreekt in Parijs een andere eindwinnaar te mogen begroeten dan Jacques Anquetil.

“Wat er hier in Frankrijk aan de hand is, weet ik niet. Hier werkt niemand. U mag komen waar u wil, we hebben nu al zoveel dorpen geprobeerd, iedereen staat op straat.”

De Tour in cursief

In ‘De Ronde, een pocket in gele trui’ beschrijven de auteurs het Tourleven in 48 cursiefjes.Als acrobaten jongleert het duo met woorden, vol humor en zelfspot. Ghysen cultiveert zijn onwetendheid, terwijl Theys speelt met de spanning tussen renner en volger. Ze prikkelen de fantasie en zo voelt elk stukje als een boodschap op een postkaart.

“Vlamingen zijn een vriendelijk volk, ze komen tot op de top van de Tourmalet om u goedendag te zeggen. De Tourmalet zat er gisteren vol van. Ze zaten erop met een vastberadenheid alsof ze niet meer van plan waren er nog ooit af te komen. Na 1302 was dit hun grootste overwinning.”

We lezen over de sandwiches van Rik Van Looy, de teloorgang van de snor in de Tour en het zwarte koersbroekje van de Spanjaard Fernando Manzaneque (rugnummer 93) op het balkon van een hotelkamer in Monaco, maar ook over de solidariteit en het familiegevoel binnen de hele karavaan – ‘de Ronde tafel’ aldus Theys – en de stille bewondering voor de favorieten en het applaus voor de afgebeulden op de Galibier. Tourdirecteur Jacques Goddet, chauffeur en oud-renner Gust Danneels, en viervoudig ritwinnaar Ward Sels zijn terugkerende personages.

“Het peloton is een gevangenis met een zeer sterke tucht. De gevangenen mogen slechts een wandelingetje maken, wanneer zij niet gevaarlijk zijn.”

Het is opvallend dat het ongeval met een tankwagen, dat op 11 juli plaatsvond in Port de Couze, waarbij negen mensen overleden slechts één keer, en drie dagen na de gebeurtenis, summier wordt vermeld.

Roadtrip door het Frankrijk van de Gaulle

De wens van Piet Theys wordt niet vervuld. Anquetil wint voor de vijfde (en laatste) keer de Ronde van Frankrijk. Hij houdt 55 seconden over op Raymond Poulidor en bijna vijf minuten op Frederico Bahamontes. Maar dat is bijzaak. ‘De Ronde, een pocket in gele trui’ is immers geen volbloed wielerboek. Het is een roadtrip door het Frankrijk van president de Gaulle, op de achterbank luisterend naar de dagboekverhalen van twee meestervertellers, helemaal tot in Parijs.

“Voilà, ’t is gedaan. Het werd tijd. We zijn het moe. Dag Tour. Het land met de grijze wolken wenkt. Het ergste moet nog komen: aan iedereen, aan iedereen apart, uit eerste hand van naaldje tot draadje vertellen hoe het nu eigenlijk precies ineenstak.”

Met de groeten van Jos Ghysen en Piet Theys. Dankjewel, heren. We hebben graag geluisterd.

Uitgeverij Heideland, Hasselt, eerste druk, 1964, 157 pagina’s