Gelezen | ‘String Theory’ – David Foster Wallace

Tennis en schoonheid gaan hand in hand, of het nu gaat om een pioniersrol op modevlak, zowel op als naast de court, of de elegantie van het spel. Voeg er de mentale laag aan toe – tennis is, op het allerhoogste niveau, een spel van centimeters – en je krijgt een cocktail voor boeiende verhalen in een literair woordenspel.

Wie zich wil laven aan tennisliteratuur, moet zich wenden tot Engelstalige auteurs. Zo publiceerde John McPhee in 1969 de klassieker ‘Levels of the Game’, opgebouwd rond de 1968 US Open-halve finale tussen Arthur Ashe en Clark Graebner, twee Amerikanen die qua achtergrond niet meer van elkaar konden verschillen, en is er het paradijselijke toevluchtsoord David Foster Wallace (1962-2008). Library of America bundelde in 2016 vijf tennisessays met als titel ‘String Theory’.

Derivative Sport in Tornado Alley (1991)

David Foster Wallace vertelt in dit essay hoe hij de passie voor tennis ontdekt. Hij veegt de vloer aan met rijkeluiszonen, tot hij op zijn vijftiende op zijn limieten stuit en zich moet neerleggen bij het zelfverklaarde statuut van nearly great junior player. Opvallend: David Foster Wallace gebruikt de graansilo’s in Philo, een piepklein stadje in Illinois, als decor voor zijn kindertijd, terwijl hij er nooit heeft gewoond.

How Tracy Austin Broke My Heart (1992)

Aan de hand van ‘Beyond Centre Court: My Story’ (1992), de autobiografie van Tracy Austin, US Open-winnares in 1979 en 1981, ontleedt David Foster Wallace het probleem van veel sportbiografieën. Ze drijven meestal op ‘inspireren’ en gebruiken daarvoor het klassieke heldenverhaal als leidraad: de sporter heeft heel wat hindernissen moeten overwinnen, een uitputtende queeste naar de top. David Foster Wallace stelt dat dit ook kan gelden voor een fantastische boekhouder of een uitmuntende loodgieter.

Met andere woorden: sportbiografieën zijn een en al cliché. Ze suggereren grootsheid, maar zijn vaak niet zo bijzonder. Bovendien zijn ze vooral geschreven voor het welzijn van de sporter en diens naaste omgeving. Sportbiografieën zijn commercieel interessant, maar dragen zelden iets bij. Boeiende gedachtegang.

The String Theory (1996)

Fantastisch essay waarin David Foster Wallace de verborgen realiteit van het proftennis beschrijft. Dat doet hij aan de hand van Michael Joyce, een Amerikaans tennisser, en op het moment van het schrijven 22 jaar oud en het nummer 79 op de wereldranglijst. David Foster Wallace volgt Joyce tijdens het kwalificatietoernooi van de Canadian Open en geeft in één pennentrek door tennisgeschiedenisles. Het volledige essay is hier te lezen.

Eerder dit jaar verscheen in Racquet magazine een lezenswaardig vervolg. Daarin ging journalist Sam Riches op zoek naar Michael Joyce en de invloed van David Foster Wallace’s essay op het leven van Joyce. Je kunt het stuk, met als titel ‘Michael Joyce’s Second Act’, hier lezen.

Democracy and Commerce at the US Open (1996)

David Foster Wallace bezoekt tijdens Labor Day Weekend 1995 de US Open. Zijn perskaart laat hem toe te meanderen langs een wedstrijd tussen Pete Sampras en Mark Philippoussis, de overal aanwezige reclame en de bedrijvigheid bij eettenten en souvenirstanden. Bottom line: commercie regeert en tennis is slechts lijdend voorwerp. David Foster Wallace in volle vlucht.

Federer as Religious Experience (2006)

Het essay dat bekend is geworden voor het introduceren van de term ‘Federer Moments’ – zie de openingszinnen hieronder. Dit is geen stuk over Roger Federer zelf, wel over de toeschouwerservaring bij het zien van de tennisser Roger Federer. Daarvoor reist David Foster Wallace in 2006 naar Wimbledon waar hij de finale tussen Federer en Rafael Nadal bekijkt.

De manier waarop hij de Zwitser beschrijft is als een beeldhouwer die een standbeeld vervaardigt. Elke slag, elke gelaatsuitdrukking, het voetenwerk. Elk detail wordt weergegeven. Sublieme observatie en interpretatie. Het volledige stuk is hier te lezen.

Waarom zijn de teksten van David Foster Wallace over tennis zo goed?

David Foster Wallace kent tennis en begrijpt de mentale dimensie ervan. Hij is de leerling achterin de klas die nooit de vinger opsteekt, maar de omgeving observeert en die vervolgens woordelijk weergeeft met de precisie van een winnende forehand, backhand of opslag. Dat maakt David Foster Wallace tot een fantastisch tennisschrijver: zijn woorden en het tennisspel zijn van dezelfde soort. Ze zijn één.

De eerste zinnen uit ‘Federer as Religious Experience’

Almost anyone who loves tennis and follows the men’s tour on television has, over the last few years, had what might be termed Federer Moments. These are times, as you watch the young Swiss play, when the jaw drops and eyes protrude and sounds are made that bring spouses in from other rooms to see if you’re O.K.

Library of America, New York, derde druk, 2016, 138 pagina’s

Longread | Bezoek Rolex Paris Masters (3)

Hier kun je deel 1 en deel 2 van ‘Bezoek Rolex Paris Masters’ lezen.

Roger Federer wordt algemeen beschouwd als de beste tennisser aller tijden. Statistici staven dat met 237 weken onafgebroken ’s werelds beste en zeventien grandslamtitels. Romantici voegen daar een nooit eerder vertoonde tenniselegantie aan toe. Over Federer zijn in de loop der jaren tig tekststukken verschenen. Niemand doet beter dan de in 2008 overleden Amerikaanse schrijver David Foster Wallace. Hij schreef, na een ontmoeting van ongeveer twintig minuten, in 2006 een stuk met als titel ‘Federer as Religious Experience’. Het stuk kun je nog steeds lezen op de website van The New York Times. Foster Wallace, zelf een geoefend tennisser, heeft meermaals zonder weerga over tennis gepend.

Een van de hoogtepunten van deze toernooiwoensdag is het feit dat ik Roger Federer voor het eerst live aan het werk zie. De Zwitser is bezig aan een uitstekend seizoen en heeft uitzicht op het heroveren van de koppositie op de wereldranglijst. Ik heb het voorbije decennium honderden wedstrijden van Federer gezien. Vele daarvan op een televisiescherm, andere op de TennisTV-applicatie op de iPad en nog andere via een dubieuze korrelige livestream.

Aan de overzijde van het net staat vandaag Jérémy Chardy, een 27-jarige Fransman en het nummer dertig op de wereldranglijst. De wedstrijd haalt niet het allerhoogste niveau en is, in religieuze termen, bij wijlen een blasfemisch betoog. Toch is het de perfecte wedstrijd voor Federerfans. Waar Murray en Benneteau na iets meer dan een uur en twee korte sets de rackets opborgen, halen Federer en Chardy met een dubbele tiebreak en 6-4-wedstrijdwinst voor de Zwitser vlot twee uur speltijd.

Interessanter echter is het extrasportieve aspect van de tennisvertoning. In de vorige zin is het woord ‘tennis’ overbodig. Wat zich immers twee uur lang afspeelt, heeft nog weinig met tennis te maken. Het Court Central, waar even voordien Murray en Benneteau stonden, transformeert instant tot een tempel met een surrealistische stapsgewijze heldenverering. Die start bij de wedstrijdaankondiging op het grote scherm. Het vervolg is, tijdens het inspelen, een uit diverse generaties bestaande naar voren stormende massa, voorzien van klikkende en filmende smartphones en stopt na het beëindigen van de wedstrijd met een pontificale zwaai van de in het rood getooide hogepriester.

***

Enkele uren later slaan op het televisiescherm in mijn hotelkamer Gaël Monfils, een Franse acrobaat, en John Isner, een Amerikaanse reus, de laatste ballen van deze tennisdag. Ik mijmer over tennis, ditmaal weg van de Ferrers, Murrays en andere Federers van deze wereld. Ik denk aan zij die in sjofele huisvesting de wereld rondreizen om van tennis hun beroep te maken. Het zijn nomaden die in zekere zin de slaaf zijn van hun, wat ik mag hopen, eerste hobby. Hier en nu, in deze te kleine hotelkamer met een te groot bed, voel ik me dichter dan ooit tevoren bij een tennisbestaan.

Longread | Bezoek Rolex Paris Masters (2)

Hier kun je deel 1 en deel 3 van ‘Bezoek Rolex Paris Masters’ lezen.

Het is woensdag 29 oktober, de derde dag van het hoofdtoernooi. Vandaag worden de laatste wedstrijden van de tweede ronde afgewerkt. Die worden verdeeld over twee terreinen. Naast de hoofdbaan, het Court Central, is er Court 1. Om deze te bereiken moet je naar de kelder van het complex. Je komt terecht in een tunnelwirwar waar zich aan de linkerzijde Court 1 bevindt. Rechts is Court 2 gelegen, een piepkleine baan en decor voor obscure dubbelwedstrijden.

Wie Court 1 betreedt, krijgt niet het gevoel op een van de vijftien grootste evenementen van de tenniskalender te zijn. De belichting is zwak, de tribunes tuitelig en het oppervlak van de donkerblauwe muren heeft de gladheid van een gegroefd aangezicht. Op het terrein staan David Goffin en David Ferrer. Goffin, een Belg van bijna 24 jaar met de postuur van een kuifjesfiguur, is een van de rijzende sterren aan het tennisfirmament. Sinds het begin van de zomer steeg hij op de wereldranglijst van een plaats buiten de top honderd naar een positie op de rand van de top twintig. Met zijn 1m80 is Goffin vrij klein voor een toptennisser. Hij heeft geen overheersende opslag en dwingende forehand, maar maakt dat goed met een hoge handelingssnelheid op de baseline. Het is een kwestie van tijd voor hij de beste Belgische man ooit op de wereldranglijst wordt (Xavier Malisse stond twaalf jaar geleden op de negentiende plaats). Aan de overzijde staat de acht jaar oudere Spanjaard David Ferrer, het nummer zes op de wereldranglijst. Volgens de website van de ATP is hij vijf centimeter kleiner dan Goffin. Ferrer is een straatvechter en beschikt over de mooiste kreun van het mannentennis: laag in toon en uitgesponnen in lengte. Ferrer is een basso profondo. Mijn respect voor David Ferrer is groot.

***

Sport kijken op televisie en live actie aanschouwen is een andere sensatie, zo ook bij tennis. Maar er zijn ook onderlinge verschillen, tussen tennis en voetbal bijvoorbeeld. Dat valt eenvoudig te verklaren: de eerste is een sport van precisie, de tweede een van overzicht. Wie tennis kijkt, wil de fysionomie van de speler taxeren en de forehand voelen aanwaaien. Voetbalvolgers verkiezen de visuele aankondiging van de doorsteekpas. Die verhouding verklaart zich in de rangorde van de ticketprijzen. De meest begeerde tennistickets bevinden zich aan de rand van de court, de duurste voetbaltickets zijn degene met het beste overzichtsbeeld.

Wat betreft fysionomie is er over Andy Murray, die nu op het Court Central staat, heel wat inkt gevloeid. Murray, tweevoudig grandslamwinnaar, torst de reputatie op het terrein een negatieve lichaamshouding te hebben: mopperpot en schreeuwerige brulboei richting begeleidingsteam. Daar is nu niks van te merken. De Brit kraakt tegenstander Julien Benneteau, een Fransman van tweeëndertig en het nummer achtentwintig op de wereldranglijst, met sterk serveerwerk en rist backhands langs de lijn.

Ik heb de gewoonte spelers te onthouden aan de hand van wedstrijden die ze hebben gespeeld tegen Roger Federer. Julien Benneteau heeft op die manier een bijzondere plaats in mijn tennisgeheugen. In 2012, het jaar dat Federer voor een zevende maal Wimbledon won, speelde Benneteau in de derde ronde tegen de Zwitser. Hij was onder het dak van Centre Court luttele punten verwijderd van een stuntzege. Zo heeft ook de Oekraïner Sergiy Stakhovsky, die een jaar later op Wimbledon Federer versloeg in de tweede ronde, een steekkaart in mijn memorie.

Lees hier deel 3 van ‘Bezoek Rolex Paris Masters’.