Boek ‘de Club’ editie 2020 op plaats 16 in bestsellers non-fictie

De herziene editie van het boek ‘de Club’, over Club Brugge en uitgegeven bij Lannoo, schuift deze week van plaats 20 naar plaats 16 in de bestsellers non-fictie bij Standaard Boekhandel. Fijn!

De editie 2020 telt enerzijds verhalen uit het boek over 125 jaar Club Brugge, aangevuld met een resem nieuwe foto’s, en anderzijds schreef co-auteur Benjamin Van Synghel nieuwe recente verhalen die het Clubgevoel perfect vatten. Het boek kreeg ook een knappe hedendaagse cover en achterflap. De editie 2020 is zo een mooi werkstuk van 100 verhalen en 256 pagina’s waar heden en verleden elkaar helemaal vinden.

Meer weten? Check het hier.

Boek ‘de Club’ editie 2020 op plaats 20 in bestsellers non-fictie

De herziene editie van het boek ‘de Club’ staat deze week op plaats 20 in de bestsellers non-fictie bij Standaard Boekhandel. Dat is leuk nieuws!

De editie 2020 telt enerzijds verhalen uit het boek over 125 jaar Club Brugge, aangevuld met een resem nieuwe foto’s, en anderzijds schreef co-auteur Benjamin Van Synghel nieuwe recente verhalen die het Clubgevoel perfect vatten. Het boek kreeg ook een knappe hedendaagse cover en achterflap. De editie 2020 is zo een mooi werkstuk van 100 verhalen en 256 pagina’s waar heden en verleden elkaar helemaal vinden.

Meer weten? Check het hier.

Boek ‘de Club’ editie 2020 is nu te koop

In december 2019 publiceerde Uitgeverij Lannoo een herziene editie van ‘de Club’, het boek over 125 jaar Club Brugge. De editie 2020 telt enerzijds verhalen uit het boek over 125 jaar Club Brugge, aangevuld met een resem nieuwe foto’s, en anderzijds schreef co-auteur Benjamin Van Synghel nieuwe recente verhalen die het Clubgevoel perfect vatten.

Het boek kreeg ook een knappe hedendaagse cover en achterflap. De editie 2020 is zo een mooi werkstuk van 100 verhalen en 256 pagina’s waar heden en verleden elkaar helemaal vinden.

De editie 2020 van ‘de Club’ is nu te koop in de boekhandel, de Clubshop en je kunt het onder meer online bestellen bij:

Gelukkige verjaardag, Raoul Lambert! – #Lotte75

Beste Raoul

Verjaardagen, zeker als ze op een zondag vallen zoals vandaag, worden vaak aan de familietafel doorgebracht. Heel boeiend is dat meestal niet. Jouw familietafel is echter geen gewone. Jouw familie is tienduizenden leden groot en de feesttafel staat zowat overal in Vlaanderen, van Knokke-Heist tot Tongeren en van Brecht tot Ieper. Zelfs bij het Wallonia Bruges Army in Namen snijden ze vandaag allicht een stuk taart aan.

De hoogconjunctuur die de Club momenteel kent, moet je veel plezier doen. Op een dag als vandaag moet ik dan ook vooral denken aan hoe jij binnen het huidige Club zou hebben gefunctioneerd. Hoe je vast had genoten van het samenspel met onze snelle zwarte parels voorin. Hoeveel assists een infiltrerende Ruud Vormer je zou hebben gegeven, en hoe Hans Vanaken je met een splijtende pas de diepte in zou hebben gestuurd, al was jouw aangever Pierre Carteus ook niet mis, heb ik horen zeggen.

Ik herinner het me nog als gisteren toen ik je tijdens de zomer van 2016 voor het eerst uitgebreid kon spreken. Op een maandagnamiddag kwam je de parking van het Jan Breydelstadion opgereden. Je stapte uit je auto, doofde je sigaretje en liftte de zonnebril van je gezicht. Bijna twee uur lang kon ik me die namiddag laven aan jouw verhalen en anekdoten. Na afloop schudden we elkaar op de parking de hand. Je stapte in je auto, zwaaide nog even en weg was je, de Clubspeler van de eeuw, terug naar huis. Het gras moest immers nog worden gemaaid.

Zoals doelmannen een beetje gek heten te zijn, zo hoort bij spitsen, gasten die leven voor de doelpunten, het cliché dat ze egotrippers zijn. Elk interview, elk boek, dat ik van jouw ploeggenoten las, vertelt het omgekeerde. Dat werd me die namiddag bevestigd. Jij bent het standaardvoorbeeld van de Clubspeler. Wanneer iemand ons, supporters, vraagt wat Club Brugge betekent, dan moeten we hen jouw foto tonen. Tegenwoordig kan dat op het scherm van een smartphone, jazeker, maar eigenlijk hoort het op papier. Elke Clubfan zou jouw afbeelding op zak moeten hebben, bij voorkeur in zwart en wit en met een ezelsoor dat je er nooit uitkrijgt. Authentiek en met de littekens van vele veldslagen.

Als pater familias van de hele Clubfamilie zit je vandaag aan het hoofd van die immense feesttafel. Gefeliciteerd met je 75ste verjaardag.

Geniet van jouw dag en veel plezier.

Met blauwzwarte groet
Sven

Het gebed van de ballenjongen

Met trage tred stroomde ik na afloop van Club Brugge tegen LASK in de supportersmassa de donkere straten van Sint-Andries in. Achter onze ruggen scheen het stadionlicht nog fel, maar doofde het geluid langzaamaan uit. De wedstrijd was op dat moment nog een lappendeken van aan elkaar gestikte fragmenten. Het was te vroeg om alles wat zich gedurende de twee uren voordien had afgespeeld te ordenen.

Pas toen ik in de stilte van de nacht de wedstrijd in versneld tempo opnieuw bekeek, viel door één beeld alles op zijn plaats. In de 83ste minuut, vlak voor het trappen van een hoekschop voor Club bij een 1-1-stand, nam de regie een jongen in beeld. Een ballenjongen. Hij droeg een pet. Met een hesje van de Champions League rondom het bovenlichaam hield hij de ogen dicht en de vingers gekruist. Een stil gebed vóór Club en tégen die ene verkeerd vallende bal aan de overkant. Het beeld dateert van tien minuten voordien, toen Club een strafschop tegenkreeg. Milo, zoals de jongen heet, hoopte heel erg dat de strafschop zou worden gemist.

Ik moest denken aan wat Pascal Plovie me enkele jaren geleden heeft verteld. Als ballenjongen stond hij in 1976 op Olympia langs de lijn tijdens de terugwedstrijd van de UEFA-bekerfinale tegen Liverpool. Onder meer Kevin Keegan, Ray Kennedy en Phil Neal draafden over het veld. Ray Clemence was de Liverpool-doelman. Omdat die avond een schot van Raoul Lambert tegen de paal ketste en drie weken eerder de Duitse scheidsrechter Ferdinand Biwersi een strafschopfout zag in een correcte tussenkomst van kapitein Fons Bastijns, won Club toen de UEFA-beker niet. De foto met bedroefde elkaar troostende spelers in donkere badjassen is er één voor de eeuwigheid. Naast het veld was het niet anders.

Weldra landen Paris Saint-Germain, Real Madrid en Galatasaray in Brugge. Dan bedienen de ballenjongens en -meisjes Kylian Mbappé, Thomas Meunier, Eden Hazard, Thibaut Courtois en Ryan Donk.

Wedden dat Pascal dan telkens negentig minuten lang meebidt?

Copyright foto: Fernand Proot

Boek ‘de Club’ in teaser Club Brugge – LASK

Club Brugge speelde op woensdag 28 augustus de terugwedstrijd in de play-offs van de Champions League. Daarin gaf het het Oostenrijkse LASK uit Linz partij. In aanloop naar de wedstrijd werd het boek ‘de Club’, geschreven naar aanleiding van 125 jaar Club Brugge, gebruikt in een van de aankondigingsfilmpjes. Dat leverde dit knap resultaat op.

 

Dit bericht bekijken op Instagram

 

📢 This is your captain speaking: Vanavond doen we het samen! Laat ons geschiedenis schrijven! 🔵⚫ #CLULASK #UCL

Een bericht gedeeld door Club Brugge (@clubbrugge) op

Boek ‘de Club’ in Sport/Voetbalmagazine

Elke week laat Sport/Voetbalmagazine in de rubriek ‘clubliefde is…’ een bekende Vlaming aan het woord over zijn of haar favoriete voetbalclub. Afgelopen week was dat acteur Geert Hunaerts. Tot mijn verbazing kreeg ‘de Club’, mijn boek naar aanleiding van 125 jaar Club Brugge, de nodige aandacht. Een leuke verrassing met een mooie foto en deugddoende woorden. Je kunt het volledige artikel, inclusief de bijhorende foto, hieronder lezen.

Column | Ouverture

Voetbal is in jaargangen met een groot toernooi een draaimolen waar je niet kunt en ook niet wilt afstappen. Dus keek ik gisterenavond alweer naar de Supercup tussen Club Brugge en Standard. Het werd aanvankelijk een gezapige en gesloten oefengalop die alle tekenen vertoonde van een klasreünie.

Een herkenbaar Standard speelde tegen een Club met nieuwkomers Mats Rits, Karlo Letica en Arnaut Danjuma in het basisteam. Vooral de laatste twee vielen op. En Hans Vanaken. Opnieuw Hans. Het is duimen dat scouts Brugge hebben bezocht met voordien leeg geschreven pennen. Halfweg hoorde ik de echo’s van een kampioensploeg op driekwartsnelheid.

Hét hoogtepunt van de avond vond al voor aanvang van de wedstrijd plaats: de terugkeer van Michel Preud’homme. In de catacomben wuifde MPH naar oude bekenden als een zonnekoning. Het was een schouwspel van intense omhelzingen en stevige handdrukken. Plagerijen en glimlachen alom.

De trainer Michel Preud’homme heet een prijzenpakker te zijn. Om beter te doen dan zijn voorganger Ricardo Sá Pinto moet hij, tien jaar na de laatste, de landstitel opnieuw naar Luik brengen. Die uitdaging is groot, maar niet onmogelijk. Eén strijd zal MPH alvast niet winnen: de prijs voor de coach met de fraaiste haardos heeft Sá Pinto meegenomen naar het zuiden.

Column | Het mooiste supportersgevoel

Na afloop van de verloren heenwedstrijd in de halve finales van de Beker van België deden manager, coach en kapitein van Club Brugge hun verhaal voor de televisiecamera’s. Ze vertelden allen hetzelfde: het is nog mogelijk. Dat zeiden ze niet omdat het moest, als was het een verplicht mediapraatje. Ze zeiden het omdat ze het écht meenden. Hun woorden bleven niet zonder gevolg; ze inspireerden. Ik loop immers al een week met een bijzonder gevoel rond.

“Heldenverhalen uit het verleden zijn de kapstokken voor de hoop van vandaag.”

Het gevoel zwelt dag na dag aan en uit zich in het fantaseren over allerlei scenario’s. Ik herken het bij medesupporters die ik lees op fora en social media en die ik beluister in gesprekken. Vreugde en ontgoocheling komen achteraf, wanneer elke bal is getrapt, alle gezangen zijn uitgestorven en de spanning is verdampt. Minstens even intens is de verwachting. Het is dan dat de ziel van de supporter kan koorddansen, krampachtig balanceren tussen realisme en naïviteit. Geloven in het haast onmogelijke. Ik vind het stiekem het mooiste supportersgevoel dat er bestaat.

Comebacks behoren tot het DNA van Club Brugge

Het is op zulke dagen dat je het Clubgevoel als een knus deken om je heen kunt wentelen. Hoe groter de uitdaging, hoe warmer de gloed. Heldenverhalen uit het verleden zijn de kapstokken voor de hoop van vandaag. Wie door de meer dan 125-jarige geschiedenis van Club Brugge bladert, weet dat comebacks tot het DNA van de Club behoren.

Wij weten: uit zware uitnederlagen worden mythische voetbalavonden geboren.

Al maanden domineert Club Brugge de vaderlandse competitie met wervend en dwingend voetbal. Vandaag zijn we even dat kleine Gallische dorpje omsingeld door de Romeinen. En hoe klein de kans ook is, laat onze waarden en onze geschiedenis onze toverdrank zijn.

Dan is alles mogelijk.

Vergeten voetballer van Club Brugge: Wiver Hernandes da Silva

Tijdens het voorjaar van 2016 zocht ik voor ‘de Club’, mijn boek over 125 jaar Club Brugge, goede verhalen over voetballers van Club Brugge. Wiver Hernandes was een van de namen waaraan ik dacht. Ik herinnerde me hem en wist dat hij begin jaren negentig na enkele seizoenen Club naar Brazilië was teruggekeerd.

Vergelijk me niet met Romário. Ik ben Wiver.

Maar hoe zou het nu zijn met onze Braziliaan? Dus opende ik Facebook en zocht een profiel dat matchte met de voetballer Wiver Hernandes da Silva. Ik vond enkele Wivers, maar slechts één met het embleem van zijn thuisclub Clube Atlético Mineiro. Op de foto was de voetballer van twintig, geboren op 12 januari 1974, nu een bebaarde veertiger. Ik stuurde een privébericht, zonder respons. November 2016 ging voorbij, ‘de Club’ werd gepubliceerd zonder Wiver Hernandes.

Van L naar R: Norbert Roels, Michel Van Maele, Wiver, Antoine Vanhove, Jacques De Nolf

De sambadanser uit Belo Horizonte

Wiver Hernandes arriveert tijdens de zomer van 1994 in Brugge. Hij is de eerste Zuid-Amerikaanse speler van Club Brugge. In zijn eerste kranteninterview, op 13 juli 1994, omschrijft ontdekker Israel Maoz hem als ‘een voetballer met een grote technische bagage, oneindig explosief op de eerste meters en fysiek sterk’. Wiver houdt het bescheiden.

“Vergelijk me alstublieft niet met Romário. Ik ben Wiver. Ik hoop dat ik het hier maak en dezelfde naambekendheid geniet als Daniel Amokachi nu. Jan Ceulemans is ook bij ons een monument, maar ik wist echt niet dat hij zolang en zoveel in dezelfde zetel heeft gezeten als ik hier nu in het spelershome. Van der Elst, Staelens, … Ik heb tijdens de World Cup bewonderend naar hen gekeken.”

Oefendebuut met twee doelpunten

Wiver debuteert in een oefenwedstrijd tegen provincialer FC Heist. Club wint 6-1 en Wiver scoort twee keer, de eerste na een afstandsschot, de tweede na een knappe dribbel. Goed genoeg voor de spitspositie bij Club? Trainer Hugo Broos twijfelt. Terecht, zo blijkt. Sportief ligt de lat te hoog. Wiver speelt nauwelijks en scoort in een bekerwedstrijd tegen Club Luik zijn enige officiële doelpunt. Hij logeert bij Magda en Willy, het gastgezin waar ook Daniel Amokachi een thuis vond. Na twee seizoenen keert Wiver terug naar Brazilië.

“I will talk to you tomorrow.”

Meer dan een jaar hoorde ik niks van Wiver. Tot 12 juli 2017, om 4u56, ik een privébericht ontving met daarin de woorden: “I will talk to you tomorrow.” En zo gebeurde het. Minder dan een etmaal later stuurde Wiver me een langer bericht.

“I’m very honoured and happy to be part of the Club Brugge history, even not having corresponded on the field. I would like to have played more and better. I still watch the games on TV. I’m still passionate by the club and the city, even I have lived only two years in Brugge. Thank you for contacting me and forgive me my English, it is not so good.”

I had a big affection with Paul Okon and Eric Addo, and a great gratitude with Franky Van der Elst, Sven Vermant, René Eijkelkamp, Vital Borkelmans and Rudi Cossey. I will never forget these guys.

Dat Engels viel best mee, dus stuurden we elkaar nog enkele berichten.

Eric Addo (links), Wiver (rechts)

“I went to Belgium at a very young age and this really brought me adjustment problems, although I liked the city and the people. Daniel Amokachi was the first person that helped me in the club. He walked with me around in Brugge and other cities. Too bad he went so early to Everton.

But the truth is that everyone at the club tried to help me. I had a big affection with Paul Okon and Eric Addo, and a great gratitude with Franky Van der Elst, Sven Vermant, René Eijkelkamp, Vital Borkelmans and Rudi Cossey. I will never forget these guys. I really want to get back to Brugge one day. For me it would be a dream come true.”

De blijvende band met Brugge

Wiver speelt in Brazilië nog voor América Futebol Clube, Social Futebol Clube en Esporte Clube Democrata. In 1999, Wiver is vijfentwintig, stopt hij na blessureleed met voetballen. Hij hoopt in 2018 opnieuw iets in het voetbal te kunnen doen.

Wiver liet me nog iets opmerkelijk weten. Vandaag staat ‘Brugge’ nog altijd in zijn e-mailadres. Ik heb het gecheckt, en het klopt. Hoewel Wiver Hernandes België inmiddels twee decennia heeft verlaten, is hij Club en Brugge niet vergeten.

Foto’s: privéarchief Wiver Hernandes