Naar een generaal kijk je op

Het oude volkscafé Local Unique op de Grote Markt van Ronse is op een doordeweekse maandag een baken van rust. Aan de toog hoor je er enkel zacht geroezemoes. De stoof geeft warmte aan een kwartet vaste klanten. De houten tafels en stoelen lijken afkomstig uit een huiskamer van de jaren 50. Aan de muren hangen tegeltableaus van keramiekfabriek Helman uit Brussel. Ze tonen schrijvers en schilders, Hendrik Conscience en Peter Paul Rubens zijn de bekendsten. Hier is ook het portret van Pierre Carteus, een van de stijlrijkste voetballers van Club Brugge, te zien.

Pierre Carteus bewoog als een giraf over het veld. Altijd met het hoofd in de lucht. Hij behield ten allen tijde het overzicht en keek waar hij de bal kon neerleggen.

Ploeggenoten van Pierre Carteus hebben me allen hetzelfde verteld: hij was een strateeg, een generaal. Een sierlijke, intelligente voetballer die de bal het liefst in de voeten kreeg en zelden buiten de middencirkel kwam. De lieveling van De Klokke. En ook: de man die Raoul Lambert lanceerde. Snelle Raoul vertrok, en grote Pierre bediende hem perfect met buitenkant voet. Pierre Carteus bewoog als een giraf over het veld. Altijd met het hoofd in de lucht. Hij behield ten allen tijde het overzicht en keek waar hij de bal kon neerleggen.

De voetballer Pierre Carteus werd gevormd bij het lokale Club Ronse. In 1966 maakte hij de overstap van SK Roeselare naar Club Brugge. Carteus wint met FCB in 1968 en 1970 de Beker van België en wordt in 1973 landskampioen. Tweewekelijks is het in Ronse verzamelen. Op zondag rijden bussen richting De Klokke om hun Pierre aan te moedigen. Na 262 wedstrijden en 88 doelpunten verlaat hij in 1974 Club voor AS Oostende. Het steeds meer tactisch wordend spelletje fnuikt zijn goesting, en ik herken in de instinctvoetballer Carteus de woorden van een vermaard voetbalanalist: fuck the system!

Voor Pierre Carteus was voetbal amusement. Op een autoloze zondag maakten hij en boezemvriend Johny Thio de rest wijs dat ze vanuit Roeselare naar Brugge waren gefietst. In werkelijkheid namen ze de trein en sprongen pas bij Tillegembos op de fiets. Ik krijg de indruk dat voetbal voor Pierre echt de belangrijkste bijzaak ter wereld was. Pierre overleed in 2003 op 59-jarige leeftijd. Veel te vroeg.

In café Local Unique vind je zijn foto pal boven de biljarttafel. Ze zeggen er dat hij over hen waakt. Pierre draagt dat helder blauw en zwart gestreepte sixties-shirt en heeft nog altijd een knuffelbeertje in de kleuren van Club Brugge naast zich staan. Je kunt ‘m alleen zien als je omhoog kijkt. Dat hoort zo. Immers, naar een generaal kijk je op.

Dit verhaal is een van de 125 verhalen in ‘de Club’, het boek naar aanleiding van 125 jaar Club Brugge, uitgegeven bij Lannoo. Meer weten over het boek en hoe je het kunt kopen? Je vindt hier alle informatie.

In het belang van de ploeg

Philippe Clement kwam in de zomer van 1999 naar Club Brugge. Hij erfde het rugnummer zes van Franky Van der Elst. Zijn komst viel niet alleen samen met het afscheid van een Clubicoon, het viel ook pal in de periode waarin ik voetballers steeds vaker op een andere manier begon te bekijken. Ik richtte mijn aandacht in de eerste plaats nog altijd op alles wat op het voetbalveld gebeurde, maar vroeg me stilaan ook af wie de mens achter de voetballer was. Dat was vaak gissen. Voetballers zag ik enkel op training en wedstrijddagen, en ik las hun woorden in voorgekauwde interviews op televisie en in kranten. Pas veel later zou ik ontdekken waarom Philippe Clement zo goed bij Club Brugge past.

Als Judah Ben-Hur op zijn strijdwagen mende hij de Noord bij een alweer afgedwongen hoekschop, een corner die hij daarna niet zelden zelf binnenkopte.

Tien jaar lang was Clement een vertrouwd beeld in het basiselftal. Altijd die verbeten blik en altijd spelend met dezelfde intensiteit als op de pleintjes van Sint-Anneke. Op moeilijke momenten kwam een soort overlevingsdrang in hem naar boven. Als Judah Ben-Hur op zijn strijdwagen mende hij de Noord bij een alweer afgedwongen hoekschop, een corner die hij daarna niet zelden zelf binnenkopte. Altijd sturend ook. Een intelligente voetballer en toen al het verlengstuk van de trainer. Philippe Clement had gestudeerd en dat hoorde je in zijn interviews. De afstand tussen wat hij dacht en wat hij zei, leek groter dan bij andere voetballers. Onze eigen Dr. Phil.

Philippe Clement toonde zich gaandeweg ook een menselijke voetballer, zoals bij het overlijden van François Sterchele, maar ook tijdens acties voor verschillende goede doelen. Wanneer hij in 2009, na 353 wedstrijden en 51 doelpunten, Club Brugge verlaat, doet Philippe Clement dat niet voor eender welke club: hij keert terug naar zijn Beerschot, waar het ooit allemaal was begonnen. En wanneer hij er twee seizoenen later zijn carrière afsluit, keert hij onmiddellijk terug naar Club.

Al die jaren is er weinig veranderd. Enkel de haardos van Philippe Clement is dunner geworden, zijn kroontje altijd maar groter. ‘Mijn maats beweren dat telkens als ik kop, ik wat meer haar verlies. Ik verlies dus mijn haar in het belang van de ploeg’, zei hij ooit in een interview met Sport/Voetbalmagazine.

Ik onthoud die laatste woorden: in het belang van de ploeg.

Haaruitval werd zelden zo mooi omschreven.

Dit verhaal is een van de 125 verhalen in ‘de Club’, het boek naar aanleiding van 125 jaar Club Brugge, uitgegeven bij Lannoo. Meer weten over het boek en hoe je het kunt kopen? Je vindt hier alle informatie.

‘de Club’ op de Boekenbeurs

Heel fijne babbel over 125 jaar Club Brugge en signeersessie met de immer aimabele Leo Van der Elst deze middag op de Boekenbeurs in Antwerpen. Bedankt ook aan Uitgeverij Lannoo voor de uitstekende organisatie.

‘de Club’ ligt nu maandag in de boekhandel!

PS. De vijf ‘schrijfkilogrammen’ die ik in 2016 was bijgekomen zijn er inmiddels gelukkig opnieuw af. ;-)