Club Brugge kampioen 1919-1920 | SP13: Cercle Sportif Brugeois – FC Brugeois 2-2

Een week nadat FCB de thuiswedstrijd tegen Racing Club Mechelen zag uitgesteld wegens zware regenval, maken de Clubspelers op zondag 18 januari 1920 de korte verplaatsing naar stadsgenoot Cercle. Het terrein van Cercle Sportif is op dat moment gelegen in de buurt van de Smedenpoort tussen de Gistelsesteenweg en Torhoutse Steenweg met ingang waar zich nu het Canadaplein bevindt. Daar fluit scheidsrechter Raphaël Van Praag voor het oog van 6.000 toeschouwers om 14u10 de derby op gang.

FCB staat half januari in het klassement op de derde plaats, Cercle kampeert in de middenmoot. De thuisploeg neemt de beste start. Louis Saeys ontsnapt aan de Clubdefensie en scoort al na enkele minuten. FCB herstelt het evenwicht en op assist van Félix Balyu brengt Léon Vande Voorde Club op gelijke hoogte. Toch gaat Cercle met de voorsprong de rust in: Louis Baes, jongere broer van doelman Omer, scoort de 2-1.

Niet alleen verliest FCB een belangrijk punt in de titelstrijd, ook fysiek zijn de manschappen zwaar gehavend.

In een evenwichtige tweede helft zorgt opnieuw Léon Vande Voorde, ditmaal op een vrije schop, voor de 2-2. Scheidsrechter Van Praag kent FCB net voor affluiten nog een strafschop toe. Léon Vande Voorde zet zich achter de bal, maar Cercle-doelman Omer Baes redt op meesterlijke wijze. Een potige partij eindigt zo op een gelijkspel.

Na afloop is de schade groot. Niet alleen verliest FCB een belangrijk punt in de titelstrijd, ook fysiek zijn de manschappen zwaar gehavend. Het medisch bulletin van Journal de Bruges luidt als volgt: een zware trap op de enkel voor Ernest Rachels en Charles Cambier en een bloedneus voor Félix Balyu. Het grootste slachtoffer is René De Raedt. De Raedt sukkelde al enkele weken met een heupblessure en zal de rest van het seizoen niet meer in actie komen.

FCB ziet rivalen Union Sint-Gillis en Daring Club Brussel uitlopen. In de stand staat Club nog altijd derde. Het telt zeven punten minder dan leider Union en vijf dan Daring. Union heeft vier matchen meer gespeeld, Daring CB drie.

Voor deze blogpost werd gebruikgemaakt van deze bronnen:

  • Archief Sportwereld
  • Archief Het Handelsblad
  • Archief Het Laatste Nieuws
  • Archief Journal de Bruges
  • Boek Dries Vanysacker (2010). Van FC Brugeois tot Club Brugge KV (1891–2010). De maatschappelijke inbedding van een Brugse, Vlaamse, Belgische en Europese voetbalploeg. Brugge: Van de Wiele

Club Brugge kampioen 1919-1920 | In het spoor van Armand Pollet

Bij het begin van de twintigste eeuw is Armand Pollet een tiener vol ambitie. De keuken is zijn habitat. Om zich te ontwikkelen draait hij mee in verschillende hoogstaande brasserieën in Brugge. Daar blijft het niet bij. Tijdens het hoogseizoen is hij te vinden in de hotels aan de kust. Maar ook de waterlijn houdt de jonge Armand niet tegen. Zijn ambitie ligt verder.

De daaropvolgende jaren bevaart hij als kok de wereldzeeën. Hij kookt in de dampende keuken van de SS Lapland, een van de stomers van de Antwerpse Red Star Line, en de SS Kronprinzessin Cecilie en SS Kronprinz Wilmhelm, die behoren tot de Duitse rederij Norddeutscher Lloyd. Even woont hij in Detroit, waar hij aan de slag gaat in het Cadillac Hotel, een van de meest befaamde hotels in de stad dat de Amerikaanse presidenten Benjamin Harrison, Grover Cleveland, William McKinley, Theodore Roosevelt en William Howard Taft tot haar gasten mag rekenen. Armand Pollet blijft er tot 1914. De Eerste Wereldoorlog brengt Armand naar België. Hij werkt als kok in de keuken van de officieren. Tijdens een luchtbombardement ontsnapt hij ternauwernood aan de dood.

Kameraden uit de buurt, zoals Charles Cambier die om de hoek woont, trekken Armand mee naar de Club.

Na de oorlog keert Armand Pollet terug naar zijn Brugge, de stad waar hij op 14 december 1891 in Sint-Andries is geboren. De liefde voor het goede eten voert hem naar het vermaarde Hôtel du Singe d’Or op ’t Zand, gelegen bij het toenmalige station van Brugge, langs de treinverbinding tussen Brussel en Oostende. Armand wordt hoofd van de keuken.

Kameraden uit de buurt, zoals Charles Cambier die om de hoek woont, trekken Armand mee naar de Club. In het eerste elftal van FCB vindt hij zijn vier jaar jongere broer Emiel terug. Tijdens het kampioensseizoen 1919-1920 is hij de vaste linkervleugel. Armand is goed voor tal van assists en doelpunten en vormt een dodelijke tandem met Léon Vande Voorde.

Bron: Beeldbank Brugge. Naast de elf basisspelers op de foto ook de geblesseerde René De Raedt (als derde van links). Armand Pollet gehurkt, uiterst rechts.

In een gesloten koets naar De Klokke

Armand Pollet is een drukbezet man. Tot een halfuur voor de aftrap van een thuiswedstrijd, op zondag meestal om twee uur of half drie, staat hij in de keuken. Zijn collega’s waarschuwen hem dat weldra zal worden afgetrapt. Dan rent Armand naar buiten, waar een gesloten koets wacht. Op weg naar De Klokke, enkele kilometers verderop, wisselt hij zijn koksplunje voor zijn voetbaloutfit. In fraai blauw en zwart komt hij aan op De Klokke. Koud het veld op, geen opwarming nodig.

Spelers bellen na afloop van de wedstrijd de eindstand door naar huis. Bij winst hijst het personeel van Le Singe d’Or de Clubvlag.

Anders gaat het eraan toe tijdens verplaatsingen. Die gebeuren met de trein, soms in weinig benijdenswaardige omstandigheden. Omdat de spelers het tijdens het eerste seizoen na de oorlog met erbarmelijk materiaal moeten stellen, besluiten ze tot een protestactie. Aangekomen op het perron slepen ze aan elkaar gebonden hun voetbalschoenen achter zich aan. Het kletterende geluid zorgt ervoor dat iedereen kijkt. De boerkes uit Brugge trekken de aandacht. Het bestuur wil geen gezichtsverlies lijden. Voortaan krijgt elke speler een koffer om zijn voetbalschoenen in op te bergen.

Bron: Sportwereld 26 maart 1920. De voetballer Armand Pollet tijdens het seizoen 1919-1920.

Tijdens die uitwedstrijden is de telefoon het enige communicatiemiddel met het thuisfront. Spelers bellen na afloop van de wedstrijd de eindstand door naar huis. Bij winst hijst het personeel van Le Singe d’Or de Clubvlag. Passanten weten zo dat de Club die namiddag heeft gewonnen, of het nu in Brugge of verderaf in Brussel, Antwerpen, Verviers of Gent is.

Gewaardeerd uitbater van Hôtel du Singe d’Or

De drang van de avonturier laat zich niet temmen. Na zijn huwelijk met Bertha De Cock, in het najaar van 1921, trekt Armand met zijn gezin opnieuw de wijde wereld in. Niet naar de andere kant van de aardbol, Brussel is deze keer de bestemming. Alweer vindt Armand zijn plaats in hotels. Toch blijft Brugge in zijn achterhoofd. Enkele jaren later, in 1930, is de lokroep van de heimat te groot. Armand Pollet keert terug naar de stad die hij door en door kent en terug naar Le Singe d’Or, ditmaal als uitbater. Hij vestigt er zich samen met zijn echtgenote en zonen Roger en Georges.

Bron: privé-archief familie Pollet

Onder het leiderschap van zijn joviale uitbater is de Singe in volle bloei. Het hotel telt drieëntwintig kamers en ontvangt het chique volk op doorreis van Brussel naar Oostende. Het is ook een thuis voor hooggeplaatste gasten. Bruggeling Achiel Van Acker, tussen 1945 en 1958 vier keer premier van België, is een van hen. Net als de gasten die vandaag de brasserie bezoeken, moet hij zijn verleid door het imposante decor met aan de muur lokkende schilderijen en de gouden aap – le singe d’or – die boven de open haard toekijkt.

De patron is graag gezien. Dus staat het in de sterren geschreven dat Armand Pollet voorzitter wordt van de Brugse Hoteliersbond. Ook de band met Club Brugge blijft doorheen de jaren bestaan. Le Singe d’Or is decennia het vaste clublokaal van FC Brugeois, waar in de achterzaal belangrijke bestuursbeslissingen worden genomen en de trofeekast een plaats heeft.

The show must go on

Bron: privé-archief familie Pollet

Al die tijd is het hotel eigendom van de brouwerij Aigle-Belgica. Die heeft ook een voetbalploeg. Op zaterdagavond 11 juni 1955 vindt er de kampioenenhulde van de ploeg van de brouwerij, FC Aigle-Belgica, plaats. Rond 23u30 wordt Armand Pollet gefotografeerd, omringd door familie en personeel. Op zondagochtend kan Armand niet worden gewekt. Manten, zoals zijn vrienden hem noemen, sterft enkele maanden voor zijn 64ste verjaardag. Hij zal net geen vijfentwintig jaar Hôtel Le Singe d’Or hebben uitgebaat.

In een in memoriam omschrijft de Brugsche Courant Armand Pollet als “een man die met iedereen kon omgaan en die leefde voor en uit zijn werk, een man die hield van gezellig keuvelen met vrienden, van een lach, een kwinkslag, een ontvangst, een feest”. Het communiefeest dat die zondagnamiddag in Le Singe d’Or stond gepland ging dan ook gewoon door.

Bluvn goan, ook in 1955.

Deze blogpost had niet tot stand kunnen komen zonder de medewerking van en de verhalen die werden verteld door de familie van Armand Pollet, waarvoor grote dank. Verder maakte ik gebruik van de Beeldbank Brugge en de archieven van Sportwereld en de Brugsche Courant. 

Club Brugge kampioen 1919-1920 | SP12: ARA La Gantoise – FC Brugeois 3-1

Is het decompressie na de fenomenale winst een week eerder tegen Daring Club Brussel? Ligt het nieuwjaarsfeest de spelers van FCB nog op de maag? Is er sprake van onderschatting? Wie zal het zeggen. In elk geval, Club Brugge is op zondagnamiddag 4 januari 1920 zichzelf niet.

Rode lantaarn ARA La Gantoise, dat uit twaalf wedstrijden slechts vier punten kon puren en nog geen enkele keer kon winnen, is die namiddag veel te sterk voor FCB, waar de ervaren Joseph Cambier, broer van Charles, op het middenveld René De Raedt vervangt. Al na twintig minuten klimt de thuisploeg op voorsprong. FCB-doelman René De Smet krijgt een schot van Joseph Vanderstraten niet onder controle, waarna Joseph de Groote La Gantoise op voorsprong zet, meteen ook de ruststand.

Journal de Bruges hoort in de prestatie van FCB echo’s van eerdere verloren kampioenschappen en maant de blauwzwarte spelers aan de moed niet te laten zakken.

Enkele maanden eerder was FCB op De Klokke nog met een knallende 7-0 te sterk, nu kan het geen vuist maken. Tijdens de tweede helft zetten eerst opnieuw Joseph de Groote en daarna Joseph Vanderstraten de thuisploeg op 3-0. Pas op het einde kan Club de eer redden wanneer Léon Vande Voorde op strafschop de 3-1-eindstand op het bord schiet. Journal de Bruges hoort in de prestatie van FCB echo’s van eerdere verloren kampioenschappen en maant de blauwzwarte spelers aan de moed niet te laten zakken.

Concurrenten Daring en Union starten 1920 wel met winst. Daring verslaat stadsgenoot Racing Club Brussel met 4-2, Union wint met 1-2 op het veld van Cercle. In de stand telt FCB vier punten achterstand op beide leiders. Daring telt twee matchen meer, Union heeft drie wedstrijden meer gespeeld.

Voor deze blogpost werd gebruikgemaakt van deze bronnen:

  • Archief Sportwereld
  • Archief Het Handelsblad
  • Archief Gazet van Antwerpen
  • Archief Journal de Bruges
  • Boek Dries Vanysacker (2010). Van FC Brugeois tot Club Brugge KV (1891–2010). De maatschappelijke inbedding van een Brugse, Vlaamse, Belgische en Europese voetbalploeg. Brugge: Van de Wiele

Club Brugge kampioen 1919-1920 | SP11: FC Brugeois – Daring Club de Bruxelles 4-2

Na een voetbalarm weekend wegens een grote mijnstaking ontvangt Club Brugge op zondag 28 december 1919 Daring Club Brussel, leider in het klassement. Het is de tweede keer dat de teams elkaar ontmoeten. Op speeldag 2 verloor FCB in Brussel na een spectaculaire wedstrijd met 3-2.

Ook de terugwedstrijd op De Klokke ontgoochelt niet. Meer dan vijfduizend toeschouwers komen op de topper af. Die wordt op een zonnige winternamiddag om 14 uur afgetrapt onder leiding van scheidsrechter Raphaël Van Praag. Beide clubs stellen hun sterkste elftal op. De wedstrijd is amper vijftien seconden ver wanneer middenvelder Louis Bessems van op dertig meter onhoudbaar voorbij FCB-doelman René De Smet knalt. Op De Klokke is het, op de meegereisde Brusselaars na, muisstil.

Met stevig en enthousiast spel neemt FCB daarna de bovenhand. Vooral de linkerflank met Armand Pollet en Léon Vande Voorde blinkt uit. Knap samenspel zorgt voor de gelijkmaker: assist Pollet, doelpunt Vande Voorde halfweg de eerste helft. FCB duwt door en nog voor rust zet Félix Balyu Club op voorsprong. Een dominant FCB dwingt tijdens de eerste helft maar liefst tien hoekschoppen af. En dan blijft handspel van Daring-verdediger Armand Swartenbroeks nog zonder gevolg.

Félix Balyu zorgt op de tegenaanval in twee tijden voor de 4-2-eindstand en een onbeschrijfelijk gejuich bij de supporters van de Club.

Kort na rust moet FCB-doelman Smetje zich verschillende keren tonen op afstandsschoten van Honoré Vlamynck, die als Oostendenaar in eigen streek speelt. Ook verdedigers Charles Cambier en Honoré De Smet, de broer van René, moeten meermaals tussenkomen. Op de koop toe verliest FCB René De Raedt met een blessure aan de linkerknie. Toch slaagt Club erin in de 65ste minuut een derde keer te scoren via Félix Balyu. Een strafschopfout van Ernest Rachels – de strafschop wordt perfect omgezet door Honoré Vlamynck – maakt het opnieuw spannend.

FCB loert in het slot op de tegenval. Dat loont een kwartier voor affluiten. Kapitein Hector Goetinck ontsnapt op zijn rechterflank en via Emiel Van Belle en Léon Vande Voorde gaat het razendsnel naar Félix Balyu. Félix schiet op doel en zorgt in twee tijden voor de 4-2-eindstand. Daring-doelman Léon Vandermeiren is de wanhoop nabij. Een onbeschrijfelijk gejuich weerklinkt bij de supporters van de Club.

Journalisten zijn unaniem: door de imponerende prestatie tegen de directe concurrent zet FCB de titelambities kracht bij.

Alle kranten hebben lof voor de collectief sterke prestatie van de blauwzwarte Bruggelingen. In de verdediging was Charles Cambier opnieuw briljant, op het middenveld en in de aanval zijn er mooie woorden voor de broers Emiel en Armand Pollet, Léon Vande Voorde en Félix Balyu. Journalisten zijn unaniem: door de imponerende prestatie en winst tegen de directe concurrent zet FCB de titelambities kracht bij.

FCB doet die namiddag in het klassement een uitstekende zaak. De winst brengt Club met twee matchen minder gespeeld op twee punten van leider Daring CB. Bovendien speelt directe concurrent Union Saint-Gilloise op eigen veld gelijk tegen Antwerp FC. Club is in de rangschikking nu derde, maar heeft op de nummers één en twee nog meerdere wedstrijden tegoed. Met geloof in de eerste landstitel kan het nieuwe jaar worden ingezet.

Voor deze blogpost werd gebruikgemaakt van deze bronnen:

  • Archief Sportwereld
  • Archief Journal de Bruges
  • Boek Dries Vanysacker (2010). Van FC Brugeois tot Club Brugge KV (1891–2010). De maatschappelijke inbedding van een Brugse, Vlaamse, Belgische en Europese voetbalploeg. Brugge: Van de Wiele
  • Boek Kurt Deswert (2016). Aftrap in Brussel. De vergeten geschiedenis van het voetbal in de hoofdstad. Gent: Borgerhoff & Lamberigts

Club Brugge kampioen 1919-1920 | SP10: FC Brugeois – Uccle Sport 8-0

Op speeldag tien ontvangt Club Brugge op zondag 14 december 1919 Uccle Sport. FCB brengt twee vervangers aan de aftrap. Ernest Rachels is out met een blessure en René De Raedt moet ziek afmelden. Hun vervangers zijn de ervaren Joseph Cambier, jongere broer van Charles en voor de oorlog jarenlang basisspeler bij Club, en de jonge Joseph Delporte.

Een gemotiveerd FCB wil na het gelijkspel in Gent de puntjes op de i zetten. Het sterk gehavende Uccle Sport, met vier invallers, is een vogel voor de kat. Even houden de bezoekers nog gelijke tred. Dan opent Félix Balyu de score. Het is het begin van wat op De Klokke een dolle namiddag zal worden.

Journal de Bruges looft de jonge Joseph Delporte en de 32-jarige Joseph Cambier is volgens diezelfde krant nog altijd de uitstekende voetballer die hij voor de oorlog was.

Vijf minuten na het doelpunt van Félix schildert Charles Cambier een vrije trap in doel. Met een hattrick van Léon Vande Voorde gaat het voor rust al naar 5-0. Ook tijdens de tweede helft gaat FCB door op het elan. Félix prikt z’n tweede en met nummers vier en vijf van de namiddag zorgt Léon Vande Voorde voor de 8-0-eindstand.

Ooggetuigen hebben een onstuimig FCB gezien. Verschillende kranten overladen alle Clubspelers met complimenten. Er is bijzondere aandacht voor invallers Joseph Delporte en Joseph Cambier. Journal de Bruges looft Delporte om zijn zeer sterke match en de 32-jarige Joseph Cambier is volgens de krant nog altijd de uitstekende voetballer die hij voor de oorlog was.

FCB komt, wegens een algemene mijnstaking in het weekend van 20 en 21 december, pas opnieuw in actie op zondag 28 december 1919. Dan speelt het op De Klokke de absolute topper tegen Daring Club Brussel.

Voor deze blogpost werd gebruikgemaakt van deze bronnen:

  • Archief Sportwereld
  • Archief Het Laatste Nieuws
  • Archief Journal de Bruges
  • Boek Dries Vanysacker (2010). Van FC Brugeois tot Club Brugge KV (1891–2010). De maatschappelijke inbedding van een Brugse, Vlaamse, Belgische en Europese voetbalploeg. Brugge: Van de Wiele
  • Boek Kurt Deswert (2016). Aftrap in Brussel. De vergeten geschiedenis van het voetbal in de hoofdstad. Gent: Borgerhoff & Lamberigts

Club Brugge kampioen 1919-1920 | SP9: Racing Club de Gand – FC Brugeois 1-1

Een week na de thuiswinst tegen Union speelt Club Brugge op zondag 7 december 1919 op het veld van middenmoter Racing Club Gent. De club voetbalt op dat moment in het Emanuel Hielstadion in Gentbrugge en zal dat blijven doen tot 2010.

Scheidsrechter Paul Putz fluit om 14 uur de wedstrijd op gang. Bij FCB is er één wissel ten opzichte van de topper het weekend voordien. De pas twintig jaar geworden Joseph Delporte vervangt op het middenveld René De Raedt. Club neemt meteen het heft in handen. Léon Vande Voorde scoort, maar het doelpunt wordt afgekeurd wegens buitenspel van Hector Goetinck. Niet veel later zet Emiel Van Belle FCB toch op voorsprong.

In een verder evenwichtige eerste helft dwingt een goede actie van de thuisploeg doelman René De Smet zijn doel te verlaten. Daardoor scoort Racing Club Gent de gelijkmaker. Bij het thuispubliek heerst onbeschrijfelijk geluk bij de 1-1-ruststand.

Na afloop is er lof voor Clubspelers Félix Balyu, de jonge Joseph Delporte en de broers René en Honoré De Smet.

Tijdens een evenwichtige tweede helft doet FCB het in het slot zonder de geblesseerde Ernest Rachels. De thuisploeg zet de tien van FCB stevig onder druk, maar dankzij enkele uitstekende reddingen van doelman Smetje sleept Club het ene punt over de streep. Na afloop is er lof voor Clubspelers Félix Balyu, de jonge Joseph Delporte en de broers René en Honoré De Smet.

Ondanks het gelijkspel doet FCB in het klassement een uitstekende zaak. Leider Daring CB verliest verrassend met 2-1 op het veld van rode lantaarn CS Verviètois en Union gaat in eigen stadion met 3-5 onderuit tegen stadsgenoot Racing Club Brussel. In de stand staat FCB nu op de tweede plaats. Het telt één punt minder dan Daring CB.

Voor deze blogpost werd gebruikgemaakt van volgende bronnen:

  • Archief Sportwereld
  • Archief Journal de Bruges
  • Boek Dries Vanysacker (2010). Van FC Brugeois tot Club Brugge KV (1891–2010). De maatschappelijke inbedding van een Brugse, Vlaamse, Belgische en Europese voetbalploeg. Brugge: Van de Wiele

Club Brugge kampioen 1919-1920 | SP8: FC Brugeois – Union Saint-Gilloise 2-1

Het moet een zinderende zondagnamiddag zijn geweest, die 30ste november 1919, wanneer Club Brugge en Union Saint-Gilloise, de leider in het klassement, elkaar ontmoetten op De Klokke. Het weer is prachtig en voor het oog van ruim 5000 toeschouwers, waaronder enkele honderden Brusselaars, staan bij beide clubs de sterkst mogelijke elf tussen de lijnen. Dat betekent bij FCB René De Smet in doel; zijn jongere broer Honoré en veteraan Charles Cambier achterin; het trio René De Raedt, Emiel Pollet en Ernest Rachels op het middenveld; en voorin de vijfkoppige doelpuntenmachine Armand Pollet, Léon Vande Voorde, Félix Balyu, Emiel Van Belle en kapitein Hector Goetinck.

Bij Union, voor de Eerste Wereldoorlog zeven keer landskampioen (in 1910 na 1-0-winst in een testwedstrijd tegen FCB!), is het onder meer uitkijken naar doelman Henri Leroy, voor de oorlog de vaste doelman van de nationale ploeg. Union telt ook zes leden van het team dat enkele maanden later in Antwerpen olympisch voetbalkampioen zal worden.

Twee springen in het oog. Verdediger Oscar Verbeeck speelde van 1908 tot 1912 in het eerste elftal van FCB. Daarnaast is er Louis Van Hege. Van Hege maakte voor de Eerste Wereldoorlog grote sier bij AC Milan en was, net zoals Balyu en Goetinck, tijdens de oorlog lid van de Front Wanderers. Van Hege scoorde bij Milan meer dan 90 doelpunten in evenveel wedstrijden. Aan zijn passage in Italië hield hij z’n bijnaam “Luigi” en een carrière bij Pirelli over.

Alle Clubspelers worden na afloop met zegekreten begroet. De krant Journal de Bruges heeft het zelfs over een “wonderbaarlijke De Raedt”.

Op De Klokke laven de supporters zich aan prachtig voetbal. Beide ploegen starten in volle vaart en al na vier minuten komt FCB op voorsprong. Hector Goetinck klieft door de Union-verdediging en bedient Félix Balyu. Doelman Leroy duwt het schot in de voeten van Emiel Van Belle, die koel afwerkt. Club moet daarna het initiatief aan de bezoekers laten. Tot grote kansen komt het niet. Na de rust is FCB de betere. Het levert in minuut 70 de dubbele voorsprong op. De Brugse aanvallers ontsnappen aan de aandacht van Oscar Verbeeck en vanop twintig meter schiet Léon Vande Voorde onhoudbaar binnen.

Ondanks de 2-0-achterstand toont Union veel aanvalsdrang. Dat zorgt enkele minuten voor het einde voor de eerredder wanneer Robert Coppée een corner in doel kopt. Voor Union is het verlies de eerste seizoensnederlaag. Journalisten hebben het na affluiten over een “ongehoord geluid” dat uitgaat van de menigte rondom het veld. Alle Clubspelers worden met zegekreten begroet. De krant Journal de Bruges heeft het zelfs over een “wonderbaarlijke De Raedt”.

Diezelfde namiddag wint Daring CB thuis van Cercle en is zo de nieuwe koploper. FCB staat op de derde plaats, op drie punten van Daring CB en twee van Union Saint-Gilloise, dat een wedstrijd meer heeft gespeeld.

Voor deze blogpost werd gebruikgemaakt van volgende bronnen:

  • Archief Het Handelsblad
  • Archief Sportwereld
  • Archief Journal de Bruges
  • Boek Dries Vanysacker (2010). Van FC Brugeois tot Club Brugge KV (1891–2010). De maatschappelijke inbedding van een Brugse, Vlaamse, Belgische en Europese voetbalploeg. Brugge: Van de Wiele
  • Boek Kurt Deswert (2016). Aftrap in Brussel. De vergeten geschiedenis van het voetbal in de hoofdstad. Gent: Borgerhoff & Lamberigts

Club Brugge kampioen 1919-1920 | SP7: CS Verviétois – FC Brugeois 1-2

Op zondag 23 november 1919 staat Club Brugge voor de verste verplaatsing van het seizoen. Met één punt uit zeven wedstrijden is CS Verviétois allerlaatste. Club speelt met het type-elftal: René De Smet in doel; Honoré De Smet en Charles Cambier in de verdediging; René De Raedt, Emiel Pollet en Ernest Rachels op het middenveld; en voorin het kwintet van links naar rechts Armand Pollet, Léon Vande Voorde, Félix Balyu, Emiel Van Belle en kapitein Hector Goetinck.

De lange trip naar Verviers zit de FCB-spelers in de benen. Club beleeft een lastige namiddag en gaat, na een achterstand, de rust in met 1-1. Ook tijdens de tweede helft domineert de thuisploeg. Doelman Smetje moet op drie pogingen alle zeilen bijzetten. En alweer is het Félix Balyu die FCB over de streep trekt. Op aangeven van Armand Pollet scoort Félix enkele minuten voor affluiten het winnende doelpunt.

De winst komt er volgens de krant Journal de Bruges na een woelige namiddag.

De krant Sportwereld heeft het na afloop over een “schoone match en prachtig spel langs beide zijden.” Het Franstalige Journal de Bruges roemt de kalmte van de jonge Honoré De Smet en strooit complimenten naar Charles Cambier, Armand Pollet en Félix Balyu.

De winst komt er na een woelige namiddag, althans volgens Journal de Bruges. Die meldt dat de Clubspelers tijdens de wedstrijd door een deel van het thuispubliek beledigingen – onder meer “sales flamins” en “boches” (moffen) – naar het hoofd kregen geslingerd.

In Brugge brengt men alles in gereedheid om binnen één week, op zondag 30 november 1919, op De Klokke het nog ongeslagen Union Sint-Gillis te ontvangen.

Een maand na de wedstrijd, op 21 december 1919, verschijnt in datzelfde Journal de Bruges een open brief van de heer Tombeur, secretaris van CS Verviétois. Daarin laat hij weten dat de FCB-delegatie met de nodige egards is ontvangen – onder meer de Brugse clubkleuren afgebeeld aan de stadioningang en applaus bij het betreden van het terrein – en dat, indien de wedstrijd zou zijn ontspoord, dit te wijten was aan de zwakke leiding van de scheidsrechter (deze zin laat me glimlachen – is dit 1919 of 2019?). Verder schrijft de heer Tondeur dat eerdere thuiswedstrijden tegen Vlaamse ploegen Antwerp FC en Racing Club Mechelen zonder problemen zijn verlopen. Hij benadrukt tot slot de uitstekende relatie tussen CS Verviétois en FCB. Opvallend: in Sportwereld is er geen melding van het incident.

In elk geval, de vijfde opeenvolgende zege brengt FCB dichter bij Daring Club Brussel, dat tegen Ukkel Sport voor het eerst punten laat. Union is leider met één wedstrijd meer gespeeld. In Brugge groeit de titelhonger. Men brengt alles in gereedheid om binnen één week, op zondag 30 november 1919, op De Klokke het nog ongeslagen Union Sint-Gillis te ontvangen.

Voor deze blogpost werd gebruikgemaakt van volgende bronnen:

  • Archief Sportwereld
  • Archief Journal de Bruges
  • Boek Dries Vanysacker (2010). Van FC Brugeois tot Club Brugge KV (1891–2010). De maatschappelijke inbedding van een Brugse, Vlaamse, Belgische en Europese voetbalploeg. Brugge: Van de Wiele

Club Brugge kampioen 1919-1920 | De kampioenen van naderbij bekeken

Tijdens het weekend van 15 en 16 november 1919 speelde Club Brugge geen competitiewedstrijd. Daarom gooien we het ditmaal over een andere boeg.

Op vrijdag 26 maart 1920 publiceerde de krant Sportwereld een uitgebreid stuk over de eerste titel van Club Brugge. Meer daarover later, uiteraard, maar in het stuk wordt elk vast lid van de kampioensploeg kort getypeerd. De focus ligt telkens op hun voetbalkwaliteiten. Spelersbeoordelingen avant la lettre als het ware.

Je vindt hieronder van elk van de twaalf vaste leden van de ploeg de integrale tekst. Ideaal om de spelers al iets beter te leren kennen.

Behalve de elf basisspelers op de foto ook de geblesseerde René De Raedt (als derde van links). Bron: Beeldbank Brugge.
  • René De Smet (doelman)

“Hij speelde reeds voor den oorlog in 1e afdeling waar hij Prosper D’Hoore verving. Gedurende den oorlog was hij keeper van het elftal der 1e legerafdeling. Onder meer won hij te Parijs met (4-2) van de Entente Parisienne. Hij is heel vlug en heeft soms schone matchen gespeeld. Hij mag misschien niet met een Henri Leroy (doelman van Union) of een Léon Vandermeiren (doelman van Daring CB) vergeleken worden, maar heeft meer dan eens bewezen goede kwaliteiten te bezitten.”

  • Honoré De Smet (back/verdediger, jongere broer van René)

“Hij werd vooral tijdens de bezetting opgemerkt in de matchen tussen de Club en de Cercle. Het is geen machtige back en komt soms wat aan snelheid tekort. Hij bezit een buitengewone tackling en werd door Cambier goed geschoold. Hij speelt ook back in de ploeg van het 7e Artillerieregiment.”

  • Charles Cambier (back/verdediger)

“Men zou een heel boek nodig hebben om alles te schrijven wat men van hem weet. Charlie was lang de beste center-half van België en blijft een der vermaardste spelers welke wij tot nu toe in ons land bezaten. Sinds zijn ongeval te Brussel (1910 – zware blessure tegen Union) kan hij maar moeilijk die gevaarlijke plaats meer bekleden.

Hij was steeds de ziel van het elftal der Club. Het is dank aan hem dat de Club de titel heeft veroverd. Onvermoeibaar, niet uiterst snel, maar hij heeft een buitengewone tackling en ’t is bijna onmogelijk hem voorbij te komen. Hij is met hert en ziel verkleefd aan zijn Club. Hij was steeds op de bres om zijn kleuren te doen zegepralen. Immer de grote bewerker der talrijke overwinningen.”

  • René De Raedt (halfback/middenvelder)

“Hij is een machtige, onvermoeibare halfback. Hij munt uit in verdediging zowel als in aanval. Hij was wat geweldig in den beginne, doch hij heeft zijn zenuwen weten te bedaren. In al de matchen van 1e afdeling waarin hij optrad, deed hij zich bijzonder opmerken door zijn effectief spel. Werd ook vooral gedurende den oorlog gevormd. Hij werd ongelukkiglijk gekwetst in zijn bilzenuwen en moest een lange rust nemen. Trad de laatste zondag op in de reserve-afdeling.“

  • Joseph Delporte (halfback/middenvelder)

“De kleine Delporte, zoals men hem noemt, nam zijn plaats (De Raedt) in. Het was ook gedurende de bezetting dat hij zich deed opmerken. Men meende hem te jong en te licht voor de zware taak van halfback. Hij heeft nochtans bewezen dat hij heel voortreffelijk zijn plaats houdt. Is onvermoeibaar en heeft een grenzeloze moed. Er steekt stof in dat mannetje en men mag zeker zijn dat hij nog veel verbeteren zal.”

Bron: de krant Sportwereld van vrijdag 26 maart 1920.
  • Emiel Pollet (halfback/middenvelder, jongere broer van Armand)

“Hij is een fijne center-half en slimme taktieker. Speelde gedurende den oorlog in het regimentselftal. Zijn heading wordt zeer opgemerkt. Hij heeft een grote snelheid en houdt zijn plaats als een der besten. Hij bezit een zuiver spel, zonder veel geweld, en geeft welgemeten passen aan zijn voormannen.”

  • Ernest Rachels (halfback/middenvelder)

“Hij was soldaat gedurende den oorlog. Zijn passen naar de forwards zijn wat te geweldig en velen zien in hem een toekomstige fullback. Hij is soms wat traag misschien, maar hij houdt zijn vleugels op een goede manier.”

  • Hector Goetinck (aanvaller, kapitein van de ploeg)

’Totor pour les dames.’ Vijftien maal internationaal en is te welbekend om er breedvoerig over te schrijven. Hij is buitengewoon vlug en was vooral bekend om zijn samenspel met Robert De Veen (Clubicoon voor de oorlog). Gedurende den oorlog was hij steeds op de bres. Vertegenwoordigde meermaals het Belgisch militair elftal tegen de Union SFSA (februari 1916) en tegen de Ligue FA (maart 1916).

In het elftal der Ruiterij speelde hij tegen de Ligue FA (november 1916) en in het elftal van de 1e legerafdeling tegen de Entente Parisienne (december 1916). Hij vertegenwoordigde ook soms het leger in loopwedstrijden, onder meer in Italië en te Parijs.”

  • Emiel Van Belle (aanvaller)

“Hij doet zich opmerken door zijn buitengewone vlugheid en door zijn kalmte voor het doel. Hij was in het leger gedurende den oorlog en trad op in zijn regimentselftal en in dit der legerafdeling.”

  • Félix Balyu (aanvaller)

“Nog een van de vieille garde, altijd op de bres, nooit ontmoedigd. Hij is misschien de fijnste center-voor van België. Zijn dribblings zijn alom vermaard. Vertegenwoordigde voor den oorlog vijf maal het Belgisch leger. Gedurende den oorlog was hij van bijna al de internationale kampen. Hij speelde center-voor in het Ruiterij-elftal en vertegenwoordigde het Belgisch leger te Parijs, in Italië en Engeland. Kortom, hij toonde sinds lange jaren dat hij misschien een der fijnste voetbalmannen is.”

  • Léon Vande Voorde (aanvaller)

“Onbekend voor den oorlog, maar maakte rap zijn weg gedurende de vier jaren die aan den Yzer werden doorgebracht. Hij is met Balyu de sterkste goalgetter der Club en een der sterkste van België. Hij heeft een buitengewoon hard schot en zijn spel is zuiver, lenig en vlug. Zou dit jaar wel internationaal geweest zijn, had hij in Brussel geweest! …”

  • Armand Pollet (aanvaller)

“Hij is ook een oorlogsknaap. ’t Is te zeggen dat hij zijne gallons gewonnen (lees: zijn strepen verdiend) heeft Bachten de Kupe. Met Vande Voorde vormt hij een buitengewoon sterke vleugel die moeilijk te houden is. Hij heeft een kundig spel met daarenboven een hard en juist schot dat hem toelaat zelf de kans te wagen en naar het doel te zenden.”

Voor deze blogpost werd gebruikgemaakt van deze bronnen:

  • Archief Sportwereld

Club Brugge kampioen 1919-1920 | SP6: Racing Club de Bruxelles – FC Brugeois 2-3

Een week na de derbyzege reist FCB op zondag 9 november 1919 richting hoofdstad. Ditmaal geeft het in het Stade du Vivier d’Oie in Ukkel Racing Club Brussel partij. Racing is op dat moment een club met allure. De Brusselaars zijn zesvoudig landskampioen, waaronder vier opeenvolgende titels van 1900 tot en met 1904. Ook in 1897 en 1908 was Racing CB kampioen.

In de startopstelling van de thuisploeg springen de Engelse broers Maurice en Charles “Cyrille” Bunyan Jr. in het oog. Zij zijn de zonen van Charles Bunyan Sr., in 1909 vanuit Engeland overgekomen om trainer te worden bij Racing CB. Charles bracht zijn zoon Maurice mee en vanaf 1911 voetbalt ook Charles Jr. bij de club. Zij vormen voor en na de Eerste Wereldoorlog het aanvalsduo van de Brusselse club, ook die novembernamiddag.

Sportwereld meldt, ondanks dapper verweer van Racing CB, een verdiende zege voor FCB.

Racing Club Brussel heeft in zijn vorige vijf wedstrijden amper één punt gesprokkeld. Ook tegen FCB kent het die zondagnamiddag een moeilijke start. Félix Balyu etaleert zijn grote vorm en scoort na een hoekschop het eerste doelpunt. Club domineert aan de Ganzenvijver. Met nog twee doelpunten van Léon Vande Voorde staat het aan de rust 0-3.

Tijdens een meer evenwichtige tweede helft laat FCB-doelman René De Smet zich verschillende keren onderscheiden. Toch moet hij zich nog twee keer gewonnen geven. Eerst op een poging van Maurice Bunyan. Twee minuten voor affluiten legt een andere Engelsman, Alphonse Wright, de 2-3-eindstand vast. De krant Sportwereld meldt, ondanks dapper verweer van Racing CB, een verdiende zege voor FCB. De krant ziet Charles Cambier, René De Smet, Armand Pollet en Félix Balyu als uitblinkers bij Club.

FCB wint voor de vierde keer op rij en staat in het klassement nu op de derde plaats. Ook het Brusselse leidersduo Daring en Union wint opnieuw. Union haalt stevig uit: het verslaat Racing Club Gent met 9-1.

Voor deze blogpost werd gebruikgemaakt van volgende bronnen:

  • Archief Sportwereld
  • Boek Dries Vanysacker (2010). Van FC Brugeois tot Club Brugge KV (1891–2010). De maatschappelijke inbedding van een Brugse, Vlaamse, Belgische en Europese voetbalploeg. Brugge: Van de Wiele
  • Boek Kurt Deswert (2016). Aftrap in Brussel. De vergeten geschiedenis van het voetbal in de hoofdstad. Gent: Borgerhoff & Lamberigts