Club Brugge kampioen 1919-1920 | SP7: CS Verviétois – FC Brugeois 1-2

Op zondag 23 november 1919 staat Club Brugge voor de verste verplaatsing van het seizoen. Met één punt uit zeven wedstrijden is CS Verviétois allerlaatste. Club speelt met het type-elftal: René De Smet in doel; Honoré De Smet en Charles Cambier in de verdediging; René De Raedt, Emiel Pollet en Ernest Rachels op het middenveld; en voorin het kwintet van links naar rechts Armand Pollet, Léon Vande Voorde, Félix Balyu, Emiel Van Belle en kapitein Hector Goetinck.

De lange trip naar Verviers zit de FCB-spelers in de benen. Club beleeft een lastige namiddag en gaat, na een achterstand, de rust in met 1-1. Ook tijdens de tweede helft domineert de thuisploeg. Doelman Smetje moet op drie pogingen alle zeilen bijzetten. En alweer is het Félix Balyu die FCB over de streep trekt. Op aangeven van Armand Pollet scoort Félix enkele minuten voor affluiten het winnende doelpunt.

De winst komt er volgens de krant Journal de Bruges na een woelige namiddag.

De krant Sportwereld heeft het na afloop over een “schoone match en prachtig spel langs beide zijden.” Het Franstalige Journal de Bruges roemt de kalmte van de jonge Honoré De Smet en strooit complimenten naar Charles Cambier, Armand Pollet en Félix Balyu.

De winst komt er na een woelige namiddag, althans volgens Journal de Bruges. Die meldt dat de Clubspelers tijdens de wedstrijd door een deel van het thuispubliek beledigingen – onder meer “sales flamins” en “boches” (moffen) – naar het hoofd kregen geslingerd.

In Brugge brengt men alles in gereedheid om binnen één week, op zondag 30 november 1919, op De Klokke het nog ongeslagen Union Sint-Gillis te ontvangen.

Een maand na de wedstrijd, op 21 december 1919, verschijnt in datzelfde Journal de Bruges een open brief van de heer Tombeur, secretaris van CS Verviétois. Daarin laat hij weten dat de FCB-delegatie met de nodige egards is ontvangen – onder meer de Brugse clubkleuren afgebeeld aan de stadioningang en applaus bij het betreden van het terrein – en dat, indien de wedstrijd zou zijn ontspoord, dit te wijten was aan de zwakke leiding van de scheidsrechter (deze zin laat me glimlachen – is dit 1919 of 2019?). Verder schrijft de heer Tondeur dat eerdere thuiswedstrijden tegen Vlaamse ploegen Antwerp FC en Racing Club Mechelen zonder problemen zijn verlopen. Hij benadrukt tot slot de uitstekende relatie tussen CS Verviétois en FCB. Opvallend: in Sportwereld is er geen melding van het incident.

In elk geval, de vijfde opeenvolgende zege brengt FCB dichter bij Daring Club Brussel, dat tegen Ukkel Sport voor het eerst punten laat. Union is leider met één wedstrijd meer gespeeld. In Brugge groeit de titelhonger. Men brengt alles in gereedheid om binnen één week, op zondag 30 november 1919, op De Klokke het nog ongeslagen Union Sint-Gillis te ontvangen.

Voor deze blogpost werd gebruikgemaakt van volgende bronnen:

  • Archief Sportwereld
  • Archief Journal de Bruges
  • Boek Dries Vanysacker (2010). Van FC Brugeois tot Club Brugge KV (1891–2010). De maatschappelijke inbedding van een Brugse, Vlaamse, Belgische en Europese voetbalploeg. Brugge: Van de Wiele

Club Brugge kampioen 1919-1920 | De kampioenen van naderbij bekeken

Tijdens het weekend van 15 en 16 november 1919 speelde Club Brugge geen competitiewedstrijd. Daarom gooien we het ditmaal over een andere boeg.

Op vrijdag 26 maart 1920 publiceerde de krant Sportwereld een uitgebreid stuk over de eerste titel van Club Brugge. Meer daarover later, uiteraard, maar in het stuk wordt elk vast lid van de kampioensploeg kort getypeerd. De focus ligt telkens op hun voetbalkwaliteiten. Spelersbeoordelingen avant la lettre als het ware.

Je vindt hieronder van elk van de twaalf vaste leden van de ploeg de integrale tekst. Ideaal om de spelers al iets beter te leren kennen.

Behalve de elf basisspelers op de foto ook de geblesseerde René De Raedt (als derde van links). Bron: Beeldbank Brugge.
  • René De Smet (doelman)

“Hij speelde reeds voor den oorlog in 1e afdeling waar hij Prosper D’Hoore verving. Gedurende den oorlog was hij keeper van het elftal der 1e legerafdeling. Onder meer won hij te Parijs met (4-2) van de Entente Parisienne. Hij is heel vlug en heeft soms schone matchen gespeeld. Hij mag misschien niet met een Henri Leroy (doelman van Union) of een Léon Vandermeiren (doelman van Daring CB) vergeleken worden, maar heeft meer dan eens bewezen goede kwaliteiten te bezitten.”

  • Honoré De Smet (back/verdediger, jongere broer van René)

“Hij werd vooral tijdens de bezetting opgemerkt in de matchen tussen de Club en de Cercle. Het is geen machtige back en komt soms wat aan snelheid tekort. Hij bezit een buitengewone tackling en werd door Cambier goed geschoold. Hij speelt ook back in de ploeg van het 7e Artillerieregiment.”

  • Charles Cambier (back/verdediger)

“Men zou een heel boek nodig hebben om alles te schrijven wat men van hem weet. Charlie was lang de beste center-half van België en blijft een der vermaardste spelers welke wij tot nu toe in ons land bezaten. Sinds zijn ongeval te Brussel (1910 – zware blessure tegen Union) kan hij maar moeilijk die gevaarlijke plaats meer bekleden.

Hij was steeds de ziel van het elftal der Club. Het is dank aan hem dat de Club de titel heeft veroverd. Onvermoeibaar, niet uiterst snel, maar hij heeft een buitengewone tackling en ’t is bijna onmogelijk hem voorbij te komen. Hij is met hert en ziel verkleefd aan zijn Club. Hij was steeds op de bres om zijn kleuren te doen zegepralen. Immer de grote bewerker der talrijke overwinningen.”

  • René De Raedt (halfback/middenvelder)

“Hij is een machtige, onvermoeibare halfback. Hij munt uit in verdediging zowel als in aanval. Hij was wat geweldig in den beginne, doch hij heeft zijn zenuwen weten te bedaren. In al de matchen van 1e afdeling waarin hij optrad, deed hij zich bijzonder opmerken door zijn effectief spel. Werd ook vooral gedurende den oorlog gevormd. Hij werd ongelukkiglijk gekwetst in zijn bilzenuwen en moest een lange rust nemen. Trad de laatste zondag op in de reserve-afdeling.“

  • Joseph Delporte (halfback/middenvelder)

“De kleine Delporte, zoals men hem noemt, nam zijn plaats (De Raedt) in. Het was ook gedurende de bezetting dat hij zich deed opmerken. Men meende hem te jong en te licht voor de zware taak van halfback. Hij heeft nochtans bewezen dat hij heel voortreffelijk zijn plaats houdt. Is onvermoeibaar en heeft een grenzeloze moed. Er steekt stof in dat mannetje en men mag zeker zijn dat hij nog veel verbeteren zal.”

Bron: de krant Sportwereld van vrijdag 26 maart 1920.
  • Emiel Pollet (halfback/middenvelder, jongere broer van Armand)

“Hij is een fijne center-half en slimme taktieker. Speelde gedurende den oorlog in het regimentselftal. Zijn heading wordt zeer opgemerkt. Hij heeft een grote snelheid en houdt zijn plaats als een der besten. Hij bezit een zuiver spel, zonder veel geweld, en geeft welgemeten passen aan zijn voormannen.”

  • Ernest Rachels (halfback/middenvelder)

“Hij was soldaat gedurende den oorlog. Zijn passen naar de forwards zijn wat te geweldig en velen zien in hem een toekomstige fullback. Hij is soms wat traag misschien, maar hij houdt zijn vleugels op een goede manier.”

  • Hector Goetinck (aanvaller, kapitein van de ploeg)

’Totor pour les dames.’ Vijftien maal internationaal en is te welbekend om er breedvoerig over te schrijven. Hij is buitengewoon vlug en was vooral bekend om zijn samenspel met Robert De Veen (Clubicoon voor de oorlog). Gedurende den oorlog was hij steeds op de bres. Vertegenwoordigde meermaals het Belgisch militair elftal tegen de Union SFSA (februari 1916) en tegen de Ligue FA (maart 1916).

In het elftal der Ruiterij speelde hij tegen de Ligue FA (november 1916) en in het elftal van de 1e legerafdeling tegen de Entente Parisienne (december 1916). Hij vertegenwoordigde ook soms het leger in loopwedstrijden, onder meer in Italië en te Parijs.”

  • Emiel Van Belle (aanvaller)

“Hij doet zich opmerken door zijn buitengewone vlugheid en door zijn kalmte voor het doel. Hij was in het leger gedurende den oorlog en trad op in zijn regimentselftal en in dit der legerafdeling.”

  • Félix Balyu (aanvaller)

“Nog een van de vieille garde, altijd op de bres, nooit ontmoedigd. Hij is misschien de fijnste center-voor van België. Zijn dribblings zijn alom vermaard. Vertegenwoordigde voor den oorlog vijf maal het Belgisch leger. Gedurende den oorlog was hij van bijna al de internationale kampen. Hij speelde center-voor in het Ruiterij-elftal en vertegenwoordigde het Belgisch leger te Parijs, in Italië en Engeland. Kortom, hij toonde sinds lange jaren dat hij misschien een der fijnste voetbalmannen is.”

  • Léon Vande Voorde (aanvaller)

“Onbekend voor den oorlog, maar maakte rap zijn weg gedurende de vier jaren die aan den Yzer werden doorgebracht. Hij is met Balyu de sterkste goalgetter der Club en een der sterkste van België. Hij heeft een buitengewoon hard schot en zijn spel is zuiver, lenig en vlug. Zou dit jaar wel internationaal geweest zijn, had hij in Brussel geweest! …”

  • Armand Pollet (aanvaller)

“Hij is ook een oorlogsknaap. ’t Is te zeggen dat hij zijne gallons gewonnen (lees: zijn strepen verdiend) heeft Bachten de Kupe. Met Vande Voorde vormt hij een buitengewoon sterke vleugel die moeilijk te houden is. Hij heeft een kundig spel met daarenboven een hard en juist schot dat hem toelaat zelf de kans te wagen en naar het doel te zenden.”

Voor deze blogpost werd gebruikgemaakt van deze bronnen:

  • Archief Sportwereld

Een vergeelde familiefoto

Op de eerste foto’s zijn ze niet veel jonger dan ik. Ze dragen outfits in lichtblauw en donkerblauw en hebben een ontembare goesting om te voetballen. Op hun bonkige lichamen staan karakterkoppen. Velen, waaronder de vier broers Lescrauwaet, hebben stevige armspieren gekweekt bij de roeivereniging Sport Nautique de Bruges. Op andere beelden staan ze strak in het pak. Wanneer ik in hun ogen probeer te kijken, voelt het alsof ik kijk naar een vergeelde familiefoto waarop mijn overgrootouders staan afgebeeld en ik gelijkende gezichtskenmerken probeer te ontwaren. Die wat vollere lippen, de vorm van de neus of diezelfde gestolde blik door de lens gevangen. Iets van herkenbaarheid.

Hun namen zijn Jean Schaeverbeke, William Greenhill, Ernest Neyrinck, Gaston Decraecke, het broederkwartet Auguste, Charles, Edouard en Jules Lescrauwaet, de broederparen Gustave en Philippe Delescluze en Jules en Emile Van Haerdenbergh, Camille Claeys, Camille Kerckhofs, Pierre Boereboom, Albert Walin, Emile Van Mullem en Achille Grand Dalton. Zij richten op 13 november 1891 de Brugsche Football Club op.

Een brede volkse aanhang (Brugsche Football Club) en een uitgebreid netwerk (Football Club Brugeois) zijn de hoekstenen van de nieuwe club.

Na een twist verlaten op 1 november 1894 zestien leden, voornamelijk Franstalige aristocraten, de Vlaamsgezinde Brugsche Football Club. In café La Civière d’Or op de Markt stichten zij Football Club Brugeois. De meesten zijn lid van de roeivereniging, dus nemen ze de lichtblauwe en donkerblauwe clubkleuren over. FC Brugeois is een van zeven deelnemende clubs aan de eerste officiële competitie in 1895 en huurt een terrein in Sint-Andries dat eigendom is van de Fox Terriër Club. Het veld staat in de volksmond bekend als het Rattenplein. Het is groot, met hout omheind en er staan een kleine chalet en minitribune. Het blijft tot Pasen 1912 de thuishaven van FCB. Vandaag staat de Sint-Baafskerk er.

Waar duizend kilometer verderop AC Milan en Internazionale elkaar niet terugvinden, gebeurt dat wel in Brugge. Op 23 oktober 1897 smelten BFC en FCB samen. Het is een verstandshuwelijk. De Brugsche Football Club telt veel leden, maar heeft geen thuis. FC Brugeois ziet het ledenaantal slinken, maar heeft met het Rattenplein wel een vaste stek. Beide clubs zitten financieel in vieze papieren. Officieel wordt FCB opgeslorpt door de Brugsche Football Club, maar omwille van het huurcontract met de Fox Terriër Club wordt een doorstart gemaakt als FC Brugeois. Een brede volkse aanhang (BFC) en een uitgebreid netwerk (FCB) zijn de hoekstenen van de nieuwe club.

Op wedstrijddagen wiegen buslijnen 5 en 15 supporters van het treinstation naar het Jan Breydelstadion. De bussen rijden voorbij de Sint-Baafskerk. Dan kijk ik altijd even opzij. Ik doe het op identieke wijze als wanneer ik het huis van een bekende, vriend of familie passeer en kijk of de auto thuisstaat. Alsof daar, in die wat logge kerk met rankere toren, een ver familielid woont.

Dit verhaal is een van de 125 verhalen in ‘de Club’, het boek naar aanleiding van 125 jaar Club Brugge, uitgegeven bij Lannoo. Meer weten over het boek en hoe je het kunt kopen? Je vindt hier alle informatie.

Club Brugge kampioen 1919-1920 | SP6: Racing Club de Bruxelles – FC Brugeois 2-3

Een week na de derbyzege reist FCB op zondag 9 november 1919 richting hoofdstad. Ditmaal geeft het in het Stade du Vivier d’Oie in Ukkel Racing Club Brussel partij. Racing is op dat moment een club met allure. De Brusselaars zijn zesvoudig landskampioen, waaronder vier opeenvolgende titels van 1900 tot en met 1904. Ook in 1897 en 1908 was Racing CB kampioen.

In de startopstelling van de thuisploeg springen de Engelse broers Maurice en Charles “Cyrille” Bunyan Jr. in het oog. Zij zijn de zonen van Charles Bunyan Sr., in 1909 vanuit Engeland overgekomen om trainer te worden bij Racing CB. Charles bracht zijn zoon Maurice mee en vanaf 1911 voetbalt ook Charles Jr. bij de club. Zij vormen voor en na de Eerste Wereldoorlog het aanvalsduo van de Brusselse club, ook die novembernamiddag.

Sportwereld meldt, ondanks dapper verweer van Racing CB, een verdiende zege voor FCB.

Racing Club Brussel heeft in zijn vorige vijf wedstrijden amper één punt gesprokkeld. Ook tegen FCB kent het die zondagnamiddag een moeilijke start. Félix Balyu etaleert zijn grote vorm en scoort na een hoekschop het eerste doelpunt. Club domineert aan de Ganzenvijver. Met nog twee doelpunten van Léon Vande Voorde staat het aan de rust 0-3.

Tijdens een meer evenwichtige tweede helft laat FCB-doelman René De Smet zich verschillende keren onderscheiden. Toch moet hij zich nog twee keer gewonnen geven. Eerst op een poging van Maurice Bunyan. Twee minuten voor affluiten legt een andere Engelsman, Alphonse Wright, de 2-3-eindstand vast. De krant Sportwereld meldt, ondanks dapper verweer van Racing CB, een verdiende zege voor FCB. De krant ziet Charles Cambier, René De Smet, Armand Pollet en Félix Balyu als uitblinkers bij Club.

FCB wint voor de vierde keer op rij en staat in het klassement nu op de derde plaats. Ook het Brusselse leidersduo Daring en Union wint opnieuw. Union haalt stevig uit: het verslaat Racing Club Gent met 9-1.

Voor deze blogpost werd gebruikgemaakt van volgende bronnen:

  • Archief Sportwereld
  • Boek Dries Vanysacker (2010). Van FC Brugeois tot Club Brugge KV (1891–2010). De maatschappelijke inbedding van een Brugse, Vlaamse, Belgische en Europese voetbalploeg. Brugge: Van de Wiele
  • Boek Kurt Deswert (2016). Aftrap in Brussel. De vergeten geschiedenis van het voetbal in de hoofdstad. Gent: Borgerhoff & Lamberigts

Club Brugge kampioen 1919-1920 | SP5: FC Brugeois – Cercle Sportif Brugeois 2-0

Op zondagnamiddag 2 november 1919 vindt op speeldag vijf voor het oog van enkele duizenden toeschouwers de eerste Brugse derby van het seizoen plaats. De wedstrijd is een duel tussen twee ploegen in de middenmoot van het klassement. Op het terrein De Klokke is er aanvankelijk dan ook weinig niveauverschil. Wel kunnen de toeschouwers zich laven aan knappe combinaties. Ondanks bij wijlen vinnig en kunstig voetbal staat het aan de rust nog altijd 0-0.

Ook tijdens de tweede helft gaat de wedstrijd lange tijd gelijk op, tot een kwartier voor affluiten. Dan zet linkervleugel Armand “Manten” Pollet, die een week eerder ook al twee keer scoorde in Mechelen, FCB op voorsprong. Niet veel later verdubbelt Emiel Van Belle de score. Vlak voor affluiten krijgt Albert Van Coile nog een unieke kans op de eerredder. Hij geraakt van op drie meter niet voorbij FCB-doelman René De Smet, die na twee wedstrijden afwezigheid wegens blessure zijn plaats als eerste doelman opnieuw heeft ingenomen.

FCB schuift dankzij de derbywinst in het klassement naar de vierde plaats.

Club boekt een knappe 2-0-overwinning tegen de stadsgenoot. Journalisten loven na afloop de prestatie van de dubbele broedertandem René en Honoré De Smet en Emiel en Armand Pollet. Ook Ernest Rachels krijgt een pluim. Bij Cercle springt Omer Baes in het oog. Hij is op dat moment een van de beste doelmannen van het land en acht jaar eerder een van de sterkhouders van de eerste titel van de vereniging. Op de allerlaatste speeldag ontmoetten FCB en Cercle elkaar toen op het veld van de groen-zwarten, die genoeg hadden aan een gelijkspel. Club kwam niet tot winst en moest de titel aan Cercle laten.

FCB schuift dankzij de derbywinst in het klassement naar de vierde plaats. Concurrenten Daring en Union kennen diezelfde namiddag geen moeite met staartploegen ARA La Gantoise en CS Verviètois. Daardoor blijft de kloof met de leiders drie punten. Union heeft wel een wedstrijd meer gespeeld.

Voor deze blogpost werd gebruikgemaakt van volgende bronnen:

  • Archief Sportwereld
  • Boek Dries Vanysacker (2010). Van FC Brugeois tot Club Brugge KV (1891–2010). De maatschappelijke inbedding van een Brugse, Vlaamse, Belgische en Europese voetbalploeg. Brugge: Van de Wiele
  • Website cerclemuseum.be

De boekenplank van de maand oktober

Ik vertel op deze website dat ik kamers vol oude sportboeken wil verzamelen. Elke maand bezoek ik kringloopwinkels en 2dehandsboekhandels. Ook snuister ik in de plooien van het internet. Ik zoek sportboeken en ben niet blind voor elpees en andere sportmemorabilia.

‘Michel Preud’homme’ | Dominique Paquet & Michel Dubois

Eind jaren 80 domineert KV Mechelen het Belgische voetbal en gooit ook in Europa hoge ogen. De club wint in 1987 de Beker van België en pakt tijdens het daaropvolgende seizoen de Beker der Bekerwinnaars. In 1989 wordt KV Mechelen ook voor de vierde keer landskampioen. Al die jaren is Michel Preud’homme bij de Mechelaars het betrouwbare sluitstuk.

Hoog tijd om dat in boekvorm te gieten dachten ze bij Uitgeverij JONAS. Dus kwam in 1990 ‘Michel Preud’homme’ op de markt, met Dominique Paquet en Michel Dubois als auteurs. Het levert een bescheiden biografie op met voorwoorden van John Cordier, destijds voorzitter van KV Mechelen, en Aad De Mos, tijdens de Mechelse succesjaren coach van KVM en in 1990 trainer van RSC Anderlecht.

Daarna volgen negen hoofdstukken een chronologische weg in het leven en de carrière van de dan 31-jarige doelman. Hoogtepunt is de epiloog. In een brief richt moeder Ginette zich tot haar zoon.

Michel, mijn zoon. Hoe gelukkig heb je mij gemaakt toen je een kleine jongen was! Je was een knappe krullenkop, teder, aanhankelijk. Toen je opgroeide hebben je wijsheid en je gezelligheid in de omgang je bij iedereen geliefd gemaakt. Vandaar dat je een massa vrienden had, zowel in het dorp als op school waar je een vlijtige leerling was.

Nu ben je een man. Maar je bent nog altijd even eenvoudig, gevoelig en vol respect voor je medemens. Ik sta nog altijd dicht bij jou. Ik deel je vreugde en je verdriet. Bedankt, mijn zoon.

Uitgeverij JONAS, Leuven, 1990, eerste druk, 147 pagina’s

Franky Van der Elst – Een Man voor Alle Seizoenen’ | Frank Buyse

Ook al van de jaren 90 dateert ‘Franky Van der Elst – Een Man voor Alle Seizoenen’. Het boek van auteur Frank Buyse is, net als ‘Michel Preud’homme’, rijkelijk geïllustreerd met zowel zwart-witfoto’s als kleurrijke beelden en belicht zowel het sportieve als persoonlijke verhaal van Franky Van der Elst met tal van getuigenissen van familie, ploeggenoten en trainers.

Het boek opent met een lofzang van Raymond van het Groenewoud. Hij beschrijft FVDE onder meer als “een hartverwarmend type van strijder” en “iemand die meer ziet dan hij zegt”. Pagina’s 42 en 43 vatten, door middel van Paniniplaatjes, 15 seizoenen carrière samen in beelden, cijfers en letters.

In de lokale Oxfam Book Shop kon ik het boek op de kop tikken in een mooi kartonnen omhulsel met daarop in grote witte letters ‘VAN DER ELST’ en rugnummer 6. ‘Een Man voor Alle Seizoenen’ is een leuk tijdsdocument dat me tijdens het lezen een nostalgische wandeling liet maken door mijn kindertijd, de tijd van FVDE als kapitein van de Club.

Roularta Books, Roeselare, 1996, eerste druk, 156 pagina’s


Ik schreef eerder over deze sportboeken (klik op de titels voor meer info):

Club Brugge kampioen 1919-1920 | SP4: Racing Club de Malines – FC Brugeois 2-3

Speeldag vier brengt Club Brugge op zondag 26 oktober 1919 naar Mechelen. Racing Club Mechelen speelt op dat moment op een terrein aan het Rode Kruisplein, vanwaar het in het najaar van 1923 zal verhuizen naar het huidige Oscar Vankesbeeckstadion. Het regent licht en achter de omheining wachten duizenden supporters op het begin van de wedstrijd. Die wedstrijd begint uitzonderlijk al om 14 uur. Dat gebeurt omdat de spelers van Club in Brussel hun treinaansluiting niet zouden missen en, ondanks de verre verplaatsing, dezelfde avond naar Brugge zouden kunnen terugkeren.

De wedstrijd staat onder leiding van scheidsrechter John Langenus. Langenus is letterlijk en figuurlijk een grote meneer. Met zijn 1,90 meter straalt de Antwerpenaar gezag uit. Hij zal in 1930, bijna elf jaar later, in Montevideo de finale van het eerste wereldkampioenschap voetbal leiden, door thuisland Uruguay met 4-2 gewonnen van Argentinië.

FCB levert in Mechelen een sterke collectieve prestatie met alweer Charles Cambier als steunpilaar.

Die namiddag houdt Langenus toezicht op elf Clubspelers, waar de jonge André Vander Hofstadt voor de tweede opeenvolgende keer in doel staat. Verder kan Club, dat schijnbaar aantreedt in een witte uitrusting, rekenen op het type-elftal. Het belet niet dat de thuisploeg al na zes minuten op voorsprong komt, een voorsprong die wordt gevierd onder daverend handgeklap van het thuispubliek. FCB laat zich echter niet wegdringen en maakt een kwartier later de gelijkmaker via aanvaller Félix Balyu. Ook na rust domineert Club het spel en komt na een onhoudbare knal van linkervleugelspeler Armand Pollet op 1-2. Toch kan het de voorsprong niet vasthouden.

FCB drukt de Mechelaars daarna tegen het eigen doel. Tien minuten voor affluiten volgt de verlossing. Een vrijstaande Léon Vande Voorde bedient Armand Pollet, die met zijn tweede van de namiddag onhoudbaar het winnende doelpunt scoort. Aanwezigen zijn het er na afloop over eens: de zege is verdiend. FCB levert in Mechelen een sterke collectieve prestatie met alweer de 35-jarige Charles Cambier als steunpilaar. Na afloop zijn de benen vermoeid, maar met een gerust gemoed reist Club met de trein opnieuw richting Brugge.

In de stand staat FCB met een wedstrijd minder gespeeld op de zesde plaats, op drie punten van het ongenaakbare Daring, dat nog het maximum heeft.

Voor deze blogpost werd gebruikgemaakt van volgende bronnen:

  • Archief Sportwereld
  • Boek Dries Vanysacker (2010). Van FC Brugeois tot Club Brugge KV (1891–2010). De maatschappelijke inbedding van een Brugse, Vlaamse, Belgische en Europese voetbalploeg. Brugge: Van de Wiele

Gelukkige verjaardag, Raoul Lambert! – #Lotte75

Beste Raoul

Verjaardagen, zeker als ze op een zondag vallen zoals vandaag, worden vaak aan de familietafel doorgebracht. Heel boeiend is dat meestal niet. Jouw familietafel is echter geen gewone. Jouw familie is tienduizenden leden groot en de feesttafel staat zowat overal in Vlaanderen, van Knokke-Heist tot Tongeren en van Brecht tot Ieper. Zelfs bij het Wallonia Bruges Army in Namen snijden ze vandaag allicht een stuk taart aan.

De hoogconjunctuur die de Club momenteel kent, moet je veel plezier doen. Op een dag als vandaag moet ik dan ook vooral denken aan hoe jij binnen het huidige Club zou hebben gefunctioneerd. Hoe je vast had genoten van het samenspel met onze snelle zwarte parels voorin. Hoeveel assists een infiltrerende Ruud Vormer je zou hebben gegeven, en hoe Hans Vanaken je met een splijtende pas de diepte in zou hebben gestuurd, al was jouw aangever Pierre Carteus ook niet mis, heb ik horen zeggen.

Ik herinner het me nog als gisteren toen ik je tijdens de zomer van 2016 voor het eerst uitgebreid kon spreken. Op een maandagnamiddag kwam je de parking van het Jan Breydelstadion opgereden. Je stapte uit je auto, doofde je sigaretje en liftte de zonnebril van je gezicht. Bijna twee uur lang kon ik me die namiddag laven aan jouw verhalen en anekdoten. Na afloop schudden we elkaar op de parking de hand. Je stapte in je auto, zwaaide nog even en weg was je, de Clubspeler van de eeuw, terug naar huis. Het gras moest immers nog worden gemaaid.

Zoals doelmannen een beetje gek heten te zijn, zo hoort bij spitsen, gasten die leven voor de doelpunten, het cliché dat ze egotrippers zijn. Elk interview, elk boek, dat ik van jouw ploeggenoten las, vertelt het omgekeerde. Dat werd me die namiddag bevestigd. Jij bent het standaardvoorbeeld van de Clubspeler. Wanneer iemand ons, supporters, vraagt wat Club Brugge betekent, dan moeten we hen jouw foto tonen. Tegenwoordig kan dat op het scherm van een smartphone, jazeker, maar eigenlijk hoort het op papier. Elke Clubfan zou jouw afbeelding op zak moeten hebben, bij voorkeur in zwart en wit en met een ezelsoor dat je er nooit uitkrijgt. Authentiek en met de littekens van vele veldslagen.

Als pater familias van de hele Clubfamilie zit je vandaag aan het hoofd van die immense feesttafel. Gefeliciteerd met je 75ste verjaardag.

Geniet van jouw dag en veel plezier.

Met blauwzwarte groet
Sven

Club Brugge kampioen 1919-1920 | SP3: FC Brugeois – ARA La Gantoise 7-0

De gruwel van de Eerste Wereldoorlog heeft het terrein De Klokke flink beschadigd. Het stadion moet dan ook grondig worden hersteld. Daarom speelt Club Brugge pas op zondag 19 oktober 1919, drie weken na de start van de competitie, voor het eerst een thuiswedstrijd. Voor die wedstrijd tegen ARA La Gantoise is De Klokke volgelopen. Langs het veld is het kopjes en petjes tellen. De zon schijnt volop op de gezichten van de meer dan drieduizend toeschouwers. Zij zien hoe voor aanvang van de wedstrijd Clubkapitein Hector ‘Torten’ Goetinck, tijdens de oorlog lid van de militaire ploeg de Front Wanderers, met een bos bloemen wordt gehuldigd.

FCB doet het in de eerste thuiswedstrijd van het seizoen zonder eerste doelman René De Smet. ‘Smetje’ uit de Smedenstraat heeft een week eerder op het veld van Daring Club Brussel een blessure opgelopen. Zijn vervanger is de 22-jarige André Vander Hofstadt, een jonge doelman overgekomen van de beloften. Verder treedt FCB met de sterkst mogelijke ploeg aan. Dat betekent een zogenaamde klassieke 2-3-5-opstelling met als centrale verdedigingsduo Honoré De Smet, de jongere broer van eerste doelman René, en Clublegende Charles Cambier. Het duo heeft voor zich een middenveld met Ernest Rachels, Emiel Pollet en René De Raedt. Aan de buitenkanten staan op links Armand Pollet, de oudere broer van middenvelder Emiel, en op rechts de aalvlugge Hector Goetinck. De andere aanvallend ingestelde spelers zijn Léon Vande Voorde, Emiel Van Belle en in de punt goalgetter Félix Balyu.

André Vander Hofstadt zal in zijn debuutmatch meteen de netten schoon houden. FCB is veel te sterk en voetbalt op de golven van de enthousiaste fans. Enkel de doelpalen houden de thuisploeg gedurende het eerste halfuur meermaals van de voorsprong. In de 35ste minuut breekt de Gentse dam wanneer doelman Arthur Boedrie een hoekschop in eigen doel verwerkt. Enkele minuten later verdubbelt Félix Balyu de voorsprong.

Tijdens de tweede helft rolt FCB de tegenstand uit Gent verder op. Met doortastend voetbal en uitstekend samenspel gaat het na rust met nog meerdere doelpunten van Léon Vande Voorde en Félix Balyu naar 7-0. La Gantoise, inmiddels met tien man, doet nog verwoede pogingen om de eerredder op het bord te krijgen, maar geraakt niet voorbij doelman Vander Hofstadt.

Club pakt, na een 1-1-gelijkspel bij Antwerp en een 3-2-nederlaag bij Daring Club Brussel, voor het eerst de winst. Journalisten zwaaien in hun verslag met lof naar Clubspelers Ernest Rachels, René De Raedt, Charles Cambier en Félix Balyu. Dankzij de overwinning schuift FCB met een wedstrijd minder gespeeld naar de middenmoot.

Voor deze blogpost werd gebruikgemaakt van deze bronnen:

  • Archief Sportwereld
  • Archief Het Handelsblad
  • Boek Dries Vanysacker (2010). Van FC Brugeois tot Club Brugge KV (1891–2010). De maatschappelijke inbedding van een Brugse, Vlaamse, Belgische en Europese voetbalploeg. Brugge: Van de Wiele

Club Brugge kampioen 1919-1920 | SP2: Daring Club de Bruxelles – FC Brugeois 3-2

Omdat De Klokke nog steeds wordt opgelapt na de gruwel van de Eerste Wereldoorlog, speelt FCB de eerste competitiewedstrijden op verplaatsing. Twee weken na de wedstrijd in Antwerpen reist het naar Brussel. Daar wacht Daring Club Brussel, een club met naam en faam die in 1912 en 1914 kampioen is geworden. Door de onderbreking wegens de Eerste Wereldoorlog is de club in oktober 1919 dus per definitie de regerend landskampioen.

FCB is er niet enkel voor de tweede speeldag van de competitie, het is ook te gast voor de heropening van het stadion van Daring. Net als De Klokke heeft het stadion geleden onder de Eerste Wereldoorlog. In Molenbeek kan inmiddels worden gevoetbald, al is het stadion nog lang niet klaar. Pas een jaar, op 12 september 1920, zal het stadion officieel worden ingewijd met een wedstrijd tussen stadsgenoten Daring en Union. Toch zijn op zondag 12 oktober zo’n vijfduizend supporters naar het stadion gekomen.

Daring is ook na de oorlog absolute top. Achteraan heeft het met Armand Swartenbroeks een topper in huis. Swartenbroeks is, net als Clubspelers Balyu en Goetinck, tijdens de oorlog lid geweest van de Front Wanderers en een leidend figuur in de twee vooroorlogse titels van Daring. Ook na zijn carrière verwerft hij enige statuur. Hij wordt voltijds arts en is van 1956 tot 1971 burgemeester van Koekelberg. Bovendien heeft Daring met Honoré Vlamynck, een Oostendenaar die na de oorlog VG Oostende voor Daring heeft geruild, een absolute topspits in huis.

Vlamynck scoort tegen FCB meteen twee keer, waarvan de laatste op vrije trap. Tussendoor heeft Vandeweghe de thuisploeg op 2-0 gebracht, tevens de ruststand. Een laat doelpunt van Félix Balyu, die eerder ook al de 2-1 liet optekenen, kan de eerste seizoensnederlaag van Club niet afwenden.

Voor deze blogpost werd gebruikgemaakt van deze bronnen:

  • Archief Sportwereld
  • Boek Dries Vanysacker (2010). Van FC Brugeois tot Club Brugge KV (1891–2010). De maatschappelijke inbedding van een Brugse, Vlaamse, Belgische en Europese voetbalploeg. Brugge: Van de Wiele
  • Boek Kurt Deswert (2016). Aftrap in Brussel. De vergeten geschiedenis van het voetbal in de hoofdstad. Gent: Borgerhoff & Lamberigts