De boekenplank van de maand januari

Ik vertel op deze website dat ik kamers vol oude sportboeken wil verzamelen. Daarom bezoek ik maandelijks kringloopwinkels en 2dehandsboekhandels. Ook snuister ik in de plooien van het internet. Ik zoek oude sportboeken, maar ben niet blind voor elpees, singles en andere sportmemorabilia. Dit is een greep uit de vangst van de maand januari.

‘Ik, Jean-Marie’ | Lex Molenaar

“Iedereen denkt te weten hoe ik in elkaar zit. Nu wil ik zelf wel eens vertellen wie ik ben en wat ik tot nog toe heb gedaan.” Tot zover de bedoeling van deze memoires van Jean-Marie Pfaff, die in 1987 als ondertitel ‘de beste keeper ter wereld over zijn triomfen en nederlagen’ kregen. En dat is niet gelogen. Hoofdstukken boordevol fijne anekdotes worden afgewisseld met korte interviews met Carmen Pfaff en Guy Thys.

Het boek werd opgetekend door Lex Molenaar, destijds chef-redacteur van het weekblad Panorama, in een zeer entertainende schrijfstijl. Inhoudelijk af en toe met een korrel zout te nemen maar nooit ofte nimmer vervelend.

Uitgeverij De Ballon, Wommelgem, 1987, eerste druk, 160 pagina’s

‘Snooker’ | Rudy Bauwens

Auteur Rudy Bauwens is vandaag snookercommentator bij Eurosport. In 1986 schreef hij ‘Snooker’, dat een mooi overzicht geeft van de snookerwereld tijdens de jaren 80, het decennium waarin snooker met een stevige windstoot uit Engeland kwam overgewaaid.

Het boek bevat naast biografieën van topspelers ook tal van trainingstips, wat het ook tot instructieboek maakt. De laatste hoofdstukken zijn gewijd aan ‘de goddelijke 147’ (maximumbreak) en snooker in België. Het boek kreeg een mooie inleiding door Raymond Ceulemans.

Press, Antwerpen, 1986, eerste druk, 280 pagina’s

Björn Borg en Jack Kramer kregen gezelschap

Enkele jaren geleden kocht ik via eBay twee houten tennisrackets. Bij een online garageverkoop van een man uit Connecticut zag ik een zwarte Bancroft Björn Borg Personal en een witte Wilson Jack Kramer Authograph. Beide rackets waren in goede staat en de verleiding was te groot. Bancroft is een oud Amerikaans tennisracketmerk daterend van eind 19de eeuw, waarmee Borg om sponsorredenen buiten Europa tenniste. Binnen Europa gebruikte hij de rackets van het Belgische Donnay uit het Naamse Couvin. De Amerikaan Jack Kramer won tijdens de jaren 40 zowel Wimbledon als de US Open. Ik kocht een tijdje geleden ook zijn biografie uit 1979, maar daar schrijf ik in een latere boekenplankblogpost meer over.

Beide rackets kregen de voorbije maand gezelschap. In een kringloopwinkel in de buurt vond ik een zwarte Snauwaert Caravelle St. en een witte Slazenger Professional. Vooral met de Snauwaert, het legendarische Belgische tennisracketmerk uit Roeselare, ben ik heel tevreden. Dit houten racket heeft immers nog een besnaring met het logo van Snauwaert en kwam met een originele beschermhoes. Beide rackets dateren vermoedelijk van midden tot eind jaren 70 of begin jaren 80.

Het is alleszins de bedoeling om de collectie tennisrackets uit te breiden. :-)

Gelezen | ‘Lat is hoog over’ – Arjan Peters

Arjan Peters, literair recensent bij de Volkskrant, schreef tijdens de wereldbeker voetbal in Rusland voor diezelfde krant elke dag een column. In 24 stukjes, niet langer dan driehonderd woorden, legt hij telkens de link tussen voetbal en literatuur. Na afloop van het toernooi werden de columns verzameld in een bundel met als titel ‘Lat is hoog over’.

Arjan Peters

Arjan Peters bekijkt voetbal op een andere manier. Hij observeert, kijkt naar de dag die zal volgen en schrijft zinnen die aanvoelen als momenten van zen. In elke column kleeft Arjan Peters een gebeurtenis, een opvallend iets, aan een passage uit een of meerdere voetbalboeken, vaak klassiekers, uit zijn naar eigen zeggen bescheiden voetbalbibliotheek.

België – Panama & dichter Remy

Zo wordt een vooruitblik naar België – Panama gelinkt aan Remy C. van de Kerckhove. Van de Kerckhove was, behalve dichter, eind jaren dertig en tijdens de jaren veertig ook aanvaller bij Racing Mechelen en later ook onder meer Union. Hij was ook voetbalverslaggever bij de toenmalige NIR, de voorloper van de BRT, tot hij in 1958 op 36-jarige leeftijd om het leven kwam bij een verkeersongeval.

In het prachtige Dichter Remy beschrijft Arjan Peters hoe van de Kerckhove voorafgaand aan de wedstrijd de kleedkamer van de tegenstander ingaat ‘om er wat bundeltjes te slijten’. “Het zou een stunt zijn als er voorafgaand aan de match op de kleedkamer van Panama wordt geklopt, omdat Leander Dendoncker zijn somberste sonnetten komt slijten, en Marouane Fellaini zijn vileine villanellen” sluit Peters de column af. Heerlijk.

Arjan Peters in de podcast ‘Bij Groenteman in de kast’

Arjan Peters was tijdens de wereldbeker ook te gast in de podcast ‘Bij Groenteman in de kast’, een podcast waarin schrijver, presentator en journalist Gijs Groenteman elke week in gesprek gaat met iemand die hem heeft verwonderd. De aflevering met Arjan Peters is een fijne blik op de wereldbeker en levert een boeiende babbel op over de ingrediënten van een goed voetbalboek.

‘Lat is hoog over’ van Arjan Peters telt tachtig bladzijden. Op de achterflap laat Peters weten dat hij het als zijn doel beschouwt de lezer aan te zetten klassieke voetbalverhalen te herlezen. Arjan Peters is in zijn opzet geslaagd. De goesting om die eigen voetbalbibliotheek uit te breiden is na het lezen van ‘Lat is hoog over’ alleen maar groter geworden.

Uitgeverij Prometheus, Amsterdam, 2018, eerste druk, 80 bladzijden

Column | Ouverture

Voetbal is in jaargangen met een groot toernooi een draaimolen waar je niet kunt en ook niet wilt afstappen. Dus keek ik gisterenavond alweer naar de Supercup tussen Club Brugge en Standard. Het werd aanvankelijk een gezapige en gesloten oefengalop die alle tekenen vertoonde van een klasreünie.

Een herkenbaar Standard speelde tegen een Club met nieuwkomers Mats Rits, Karlo Letica en Arnaut Danjuma in het basisteam. Vooral de laatste twee vielen op. En Hans Vanaken. Opnieuw Hans. Het is duimen dat scouts Brugge hebben bezocht met voordien leeg geschreven pennen. Halfweg hoorde ik de echo’s van een kampioensploeg op driekwartsnelheid.

Hét hoogtepunt van de avond vond al voor aanvang van de wedstrijd plaats: de terugkeer van Michel Preud’homme. In de catacomben wuifde MPH naar oude bekenden als een zonnekoning. Het was een schouwspel van intense omhelzingen en stevige handdrukken. Plagerijen en glimlachen alom.

De trainer Michel Preud’homme heet een prijzenpakker te zijn. Om beter te doen dan zijn voorganger Ricardo Sá Pinto moet hij, tien jaar na de laatste, de landstitel opnieuw naar Luik brengen. Die uitdaging is groot, maar niet onmogelijk. Eén strijd zal MPH alvast niet winnen: de prijs voor de coach met de fraaiste haardos heeft Sá Pinto meegenomen naar het zuiden.

Gelezen | 2 boekentips over voetbal in Rusland

Met het wereldkampioenschap voetbal in Rusland in het vooruitzicht ging ik enkele maanden geleden de online boekenmarkt op. Ik zocht boeken over de achtergrond van het Russische voetbal en, bij uitbreiding, heel Oost-Europa. Het voetbal in het voormalige Oostblok fascineert me wegens de raadselachtigheid die eromheen hangt, en voedt met wazige beelden en krakende commentaarlijnen tegelijk een honger naar nostalgie.

Behind the Curtain: Football in Eastern Europe – Jonathan Wilson

Auteur Jonathan Wilson was me bekend van het boek The Outsider: A History of the Goalkeeper waarin hij, zoals de titel het zegt, de lezer meeneemt op een tijdsreis doorheen het DNA van de doelman. The Outsider is een uitstekend boek, dus twijfelde ik niet toen ik een tweedehandsversie van Behind the Curtain vond voor amper vijf euro.

In dit boek, dat dateert van 2016, gidst Jonathan Wilson doorheen het voetbal in Oekraïne, Polen, Bulgarije, het voormalige Joegoslavië, Hongarije, Roemenië, Georgië, Armenië, Azerbeidzjan en Rusland. Wilson doet het telkens met een grote persoonlijke toets. Daardoor krijg je als lezer het gevoel dat je op ontdekkingsreis bent. Wilson heeft bovendien gevoel voor historiek en bespreekt de rijke geschiedenis van het Oost-Europese voetbal.

Football Dynamo: Modern Russia and the People’s Game – Marc Bennetts

Ook tweedehands kocht ik Football Dynamo, een boek van Marc Bennetts uit 2008. Bennetts is een Brits journalist met Moskou als thuisbasis. Hij is zo de perfecte man om het Russische voetbal en de rol ervan in de Russische samenleving te beschrijven.

In het boek schetst de auteur de achtergrond van de verschillende voetbalclubs uit Moskou. Hij ontrafelt het enigma van het Russische voetbal. Bennetts beschrijft hoe de nationale ploeg na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991, met het missen van de wereldbeker in 1998, 2006 en 2010 en het niet bereiken van de knock-outfase in 1994 en 2014, een nieuwe plaats moest zien te vinden. Daarbij gaat Bennetts onderwerpen als corruptie, racisme en hooliganisme niet uit de weg.

Longread | De zomer van 1994

Tijdens de zomer van 1994 marcheerden over het uitgestrekte veld achter ons huis twee maaidorsers. Ze waren geel van kleur en hadden grote grijparmen en een bolle kont. Hun geroezemoes gaf het open landschap een soort sereniteit. De machines waren als shoppende dames. Volgeladen leverden ze hun buit af bij een oude tractor met een groene kar. Het daaropvolgende jaar was een van de maaidorsers verdwenen. In mijn fantasie genoot de machine van een verdiend pensioen in een hangar. Aan een maaidorserkerkhof durfde ik niet te denken. Later verdween ook de tweede maaidorser. Ze werden vervangen door twee blinkende hoekige bulldozers die een hels kabaal maakten. Zielloos bolden ze heen en weer en zetten niet langer aan tot fantaseren. Ze deden simpelweg waarvoor ze waren gemaakt: tarwe oogsten. Niets meer.

Diezelfde zomer namen de Rode Duivels deel aan het wereldkampioenschap voetbal in de Verenigde Staten. Ik herinner me levendig de openingswedstrijd tussen Duitsland en Bolivië. Marco Etcheverry, de ster van het Boliviaanse team, startte op de bank. De middenvelder viel tien minuten voor het affluiten in en kreeg drie minuten later de rode kaart, wat meteen het einde van zijn toernooi betekende. Jürgen Klinsmann scoorde het enige doelpunt. Wanneer ik mijn ogen sluit, dan kan ik de World Cup afspelen als een diareeks. Ik zie het frivole Nigeria met Rashidi Yekini en Daniel Amokachi, de stoere Bulgaren met Hristo Stoichkov en de inmiddels overleden Trifon Ivanov, die op zijn Paniniplaatje alle mogelijke richtingen uitkijkt. Ik zie het laatste kunstje van Diego Maradona tegen Griekenland, de Italiaanse finaletranen van Roberto Baggio en het wieggebaar in drievoud uitgevoerd door Romário, Mazinho en Bebeto.

“Vier jaar eerder, tijdens de Mondiali in Italië, was alles wazig. Het doelpunt van David Platt verdween tussen de plooien van mijn herinneringen.”

De wereldbeker van 1994 is de eerste waarvan ik de wedstrijden van Rode Duivels ten volle beleefde. Vier jaar eerder, tijdens de Mondiali in Italië, was alles wazig. Ik heb enkel een vage gedachte aan het vrijetrapdoelpunt van Patrick Vervoort in de wedstrijd tegen Spanje. Ik weet dat ik de achtste finale tussen België en Engeland heb gezien, maar het doelpunt van David Platt is verdwenen tussen de plooien van mijn herinneringen. De televisiebeelden roepen geen emotie op. Neen, de World Cup in de Verenigde Staten is mijn eerste echte wereldbeker, en daar genoot ik ten volle van. In de aanloop naar het toernooi verzamelde ik alles wat ik over de Rode Duivels te pakken kon krijgen: mutsen, sjaals, poppetjes, bierglazen, Coca Cola-blikjes. En ik kreeg van mijn moeder en vader ook mijn allereerste voetbalshirt. Knalrood van Diadora met op de mouwen het zwart, geel en rood van de Belgische vlag.

Tijdens de eerste groepswedstrijd tegen Marokko traden de Rode Duivels aan in hun witte uitrusting. Ik supporterde thuis mee met mijn moeder en vader. We juichten toen Marc Degryse al in de elfde minuut het enige doelpunt van de wedstrijd scoorde. De daaropvolgende groepswedstrijd tegen Nederland viel samen met het laatste verjaardagsfeestje van het schooljaar. We ambeteerden de buurman en aten frieten aan een kraampje dat niets anders was dan een open keukenvenster. In de woonkamer zagen we met zijn allen op het televisiescherm Philippe Albert de bal aan de tweede paal binnenschuiven. De euforie doofde pas enkele dagen later toen onze jongens bij het doelpunt van de Saoedi Saeed Al-Owairan smolten als tinnen soldaatjes.

“Thomas Helmer tackelde Josip Weber duizenden kilometers van ons af, maar het voelde alsof het in onze achtertuin gebeurde.”

Ook de achtste finale tegen Duitsland keek ik samen met een klasgenoot. We vloekten toen de Zwitserse scheidsrechter Kurt Röthlisberger geen strafschop floot wanneer Thomas Helmer Josip Weber onderuit schoffelde. Het speelde zich duizenden kilometers van ons af, maar het voelde alsof de tackle in onze achtertuin gebeurde. Er was geen weg terug. Voor de Rode Duivels was de wereldbeker voorbij.

Ik daarentegen hield mijn routine aan. Elke ochtend fietste ik in alle vroegte naar de enige krantenwinkel van het dorp. Ik kocht er Het Laatste Nieuws en ging vervolgens thuis, of bij mijn grootmoeder, aan de tuintafel zitten waar ik alle artikels en het wedstrijdschema van de dag doornam. Er waren geen sociale media. Ik had geen toegang tot het internet. Het waren, erop terugkijkend, momenten van intens geluk.

“Eden Hazard, Romelu Lukaku en Vincent Kompany lijken personages uit een feuilleton. Ik ontbreek de blik van een kind om hen helemaal aan de borst te drukken.”

Zo beleefden wij, de kinderen van het dorp met geboortejaar 1982, de wereldbeker in de Verenigde Staten. Wij die weldra zouden uitzwermen. Geen juffen en meesters meer, gauw spraken we onze leraressen en leraren aan met ‘mevrouw’ en ‘mijnheer’ en wisten we niet langer waar ze woonden en met welke auto ze reden. En hoewel de Rode Duivels vandaag nooit eerder zoveel talent telden, lijken ze zo veraf te staan van de boys next door die in 1994 op onze Coca Cola-glazen stonden en een poging deden het wereldbekerlied in te zingen. Eden Hazard, Romelu Lukaku en Vincent Kompany, ze zijn ongrijpbaar. Ik zie hen op mijn televisiescherm als personages uit een feuilleton. Ik ontbreek de blik van een kind om hen helemaal aan de borst te drukken.

Kon ik de tijd bevriezen, dan zou het altijd de zomer van 1994 zijn. Het is in mijn herinnering een soort Nooitgedachtland waarin ik als een Peter Pan eeuwig zou kunnen ronddwalen. Die zomer stond onze totale zorgeloosheid op losse schroeven en we wisten het zelf niet.

Ik besefte het pas jaren later. De maaidorsers met een bolle kont, dat waren wij.

Gelezen | ‘Vaders, zoons & voetbal’

Het doorgeven van dna uit zich in de contouren van een gezicht, in onmiskenbare karaktertrekken en in de voetbalclub die men bemint. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de relatie vaders, zonen en voetbal voor vele schrijvers een inspiratiebron is geweest. In het jaar 2000 werden elf kortverhalen verzameld in ‘Vaders, zoons & voetbal’, een line-up met stukken van onder meer Herman Brusselmans, Nick Hornby en David Endt.

Magnifiek – David Endt (1998)

David Endt is voormalig teammanager van Ajax. Hij neemt de lezer mee op de spelersbus tijdens een verplaatsing naar Doetinchem eind jaren 90. Ajax speelt er tegen De Graafschap. David Endt beschrijft de relatie met zijn vader aan de hand van een gedicht uit een bundel met als ondertitel Gedichten over de vader. Hoe anders ze naar voetbal kijken, bijvoorbeeld, en de verschillende woordenschat die ze gebruiken. ‘Magnifiek’ is een mooie broze tekst vol stille overpeinzingen te midden van een schreeuwerige spelersbus.

Mijn broer – Nick Hornby (1993)

Nick Hornby schreef in 1992 het fantastische Fever Pitch. Daarin beschrijft hij uitvoerig hoe voetbalclub Arsenal als een rode draad door zijn leven loopt. Vaders en zonen horen samen in de tribune, naast elkaar en met een identieke sjaal rondom de hals. Maar wat als een zoon een andere voetbalgeliefde kiest dan degene die de vader voor hem heeft voorbestemd?

Het team der wezen – Herman Brusselmans (1994)

‘Het team der wezen’ van Herman Brusselmans is, samen met ‘Kick Off 2 of De Lange Aanloop naar Amerika’ van Herman Koch, het beste voetbalverhaal dat ik ooit heb gelezen. Het verscheen oorspronkelijk in Hard gras, het Nederlandse voetbaltijdschrift voor lezers, van december 1994.

Herman Brusselmans vertelt over zijn jeugdvoetbaljaren bij VW Hamme en Sporting Lokeren en verweeft dit naadloos met het gezinsleven van elke dag. Dat gezin is, zoals een voetbalteam, een ploeg waarin elk lid een essentiële rol vervult. Als dan de kapitein van de ploeg wegvalt, blijven de teamgenoten verweesd achter. De dialogen zijn amusant en de pointe is fenomenaal.

Vaders, zoons & voetbal telt ook verhalen van onder andere Freek de Jonge, Bert Hiddema en Ronald Giphart.

Uitgeverij Van Holkema & Warendorf, Houten, 2000, eerste druk, 128 pagina’s

Bezocht | Boekenfestijn Kortrijk

Van 5 tot en met 8 april vond in Kortrijk Xpo het Boekenfestijn plaats. Ik bezoek het Boekenfestijn al enkele jaren en kocht er al veel sportboeken voor een schappelijke prijs. De boeken zijn niet tweedehands, wel enkele jaren geleden gepubliceerd. Vooral Nederlandse uitgeverijen bieden boeken aan – het Boekenfestijn is van oorsprong een Nederlandse organisatie. De voorbije edities zie ik ook meer Engelstalige uitgaven. Dit zijn de boeken die ik ditmaal van het Boekenfestijn heb meegebracht.

1936. Wij gingen naar Berlijn – Auke Kok

In ‘1936. Wij gingen naar Berlijn’ vertelt auteur Auke Kok (1956) het verhaal van de Nederlanders die in 1936 naar de Olympische Zomerspelen in Berlijn en Olympische Winterspelen in Garmisch-Partenkirchen gingen. De propagandaspelen zijn de Spelen van Jesse Owens, die vier keer goud wint. Kok beschrijft in 15 hoofdstukken de innerlijke strijd van de Nederlandse sporters. ‘1936. Wij gingen naar Berlijn’ won begin mei vorig jaar de Nico Scheepmaker Beker, de prijs voor het beste sportboek van het jaar 2016.

Aankoopprijs: 9,99 €

The Little Wonder: The Remarkable History of Wisden – Robert Winder

Ik zie cricket af en toe op de BBC. Dan zap ik meestal, vooral omdat ik niks van de spelregels snap. Met cricket heb ik weinig, met prachtige boekcovers heb ik veel. Dus liet ik me verleiden tot het boek van Robert Winder. Hij beschrijft in ‘The Little Wonder’ de geschiedenis van de Wisden, al sinds 1864 hét standaardwerk over cricket.

De cricketalmanak, vernoemd naar stichter en legende John Wisden (1826-1884), staat bekend als ‘the Bible of Cricket’. The Times omschreef het boek van Winder, daterend van 2013, als ‘The best cricket book of the year, by a long way’. 

Aankoopprijs: 1,99 €

Wisden on the Ashes: The authoritative story of cricket’s greatest rivalry

Op de lange boekenplank lag hij welgevoed en wat bestoft in zijn gele vel: de ‘Wisden on the Ashes’, editie 2010-2011. Ik kon dan ook niet anders dan deze echte Wisden Cricketers’ Almanack meenemen. Cricketleken linken het spel aan de Ashes. Dit zijn een serie testmatchen tussen Engeland en Australië die al sinds 1882, en meestal om de twee jaar, plaatsvinden.

Het boek opent met een reisverslag uit 1876. De Engelsen reisden op 21 september met de boot vanuit Southampton naar Australië om er hen op 15, 16, 17 en 19 maart 1877, nog voor de eerste editie van de Ashes, in Melbourne de allereerste keer te bekampen. De encyclopedie telt 628 pagina’s en staat vol met weetjes over wedstrijden en spelers.

Aankoopprijs: 5,99 €

Meer info over het Boekenfestijn en volgende edities op de website van het evenement: www.boekenfestijn.be

Column | Een zoektocht naar perfectie

Er is geen beter tijdstip om de ruim tweeduizend planten in de Sheffield Winter Garden te bezichtigen dan tijdens de tweede helft van de maand april. Dan bouwt de BBC er tijdens het wereldkampioenschap snooker een kleine televisiestudio en dat levert fantastische beelden op. Een gezette Brit hijgt in de hals van presentatrice Hazel Irvine. Oud-wereldkampioen John Parrott grapt en grolt. Zesvoudig wereldkampioen Steve Davis toont op de oefentafel hoe het had moeten zijn en lardeert het pomeransgeaai met deskundigheid. En af en toe wordt een quizje gespeeld. Zo gaat het elk jaar opnieuw. Snooker kijk je op de BBC. En snooker kijk je in stilte. Gesprekken gebeuren hoogstens op vezeltoon. De enige zin die je thuis luider de kamer inblaast is een interpretatie van John Virgo’s ‘Where’s the cue ball going?

De kleine Surrey Street en het Tudor Square scheiden de Winter Garden van het Crucible Theatre. Wat het Centre Court van Wimbledon is voor tennis, is The Crucible voor snooker: het heiligdom der heiligdommen. Zodra jongens een eerste keu in hun kleine kinderhanden krijgen gestopt, dromen ze slechts van één ding: op een dag aangekondigd worden in The Crucible.

“Al verliest Ronnie O’Sullivan in de eerste ronde, dan nog denk je op de laatste dag: ‘Daar had Ronnie moeten staan.”

Het wereldkampioenschap telt 32 deelnemers. Toch draait alles om één man: Ronnie O’Sullivan. Al verliest Ronnie in de eerste ronde, dan nog denk je op de laatste dag: ‘Daar had Ronnie moeten staan.’ Voor Ronnie is de keu geen werkinstrument; het is het verlengde van zijn arm en brein. Ronnie is zo goed dat jaloezie bij tegenstanders om de hoek kan komen loeren. Toch is dat niet het geval. Ronnie is immers ook mens, want hij is een beetje gek. Af en toe is Ronnie alles beu. Dan stopt hij midden in een frame of houdt er enkele maanden mee op. In 2013 speelde hij in de aanloop naar het wereldkampioenschap één wedstrijd. In Sheffield kwam Ronnie vervolgens zijn titel verdedigen. Hij opende het wereldkampioenschap en sloot het voor een vijfde keer als winnaar af. Alsof hij gauw bij de bakker om de hoek een brood ging halen.

“Snooker is een eindeloze strafschoppenreeks. Missers worden genadeloos afgestraft en de veroordeling bestaat uit een stilleven in de spelersfauteuil.”

Ik kan Ronnie wel begrijpen. Het snookerbestaan is een mentale beproeving. Snooker is een eindeloze strafschoppenreeks. Missers worden genadeloos afgestraft en de veroordeling bestaat uit een stilleven in de spelersfauteuil. De Australische schrijver Clive James vergeleek snooker met schaken: ‘Whoever called snooker “chess with balls” was rude, but right.’ Joe Davis, vijftien keer wereldkampioen, beschreef het spelletje ooit als ’a game of simple shots played to perfection’. Perfectie. Dat is het woord. Die constante hang naar perfectie leidt vroeg of laat tot mentale droogte. En toch is dit het lot van elke snookerspeler.

Immers, enkel met de perfecte stoot laat de pocket zich bezwangeren.

Column | Het mooiste supportersgevoel

Na afloop van de verloren heenwedstrijd in de halve finales van de Beker van België deden manager, coach en kapitein van Club Brugge hun verhaal voor de televisiecamera’s. Ze vertelden allen hetzelfde: het is nog mogelijk. Dat zeiden ze niet omdat het moest, als was het een verplicht mediapraatje. Ze zeiden het omdat ze het écht meenden. Hun woorden bleven niet zonder gevolg; ze inspireerden. Ik loop immers al een week met een bijzonder gevoel rond.

“Heldenverhalen uit het verleden zijn de kapstokken voor de hoop van vandaag.”

Het gevoel zwelt dag na dag aan en uit zich in het fantaseren over allerlei scenario’s. Ik herken het bij medesupporters die ik lees op fora en social media en die ik beluister in gesprekken. Vreugde en ontgoocheling komen achteraf, wanneer elke bal is getrapt, alle gezangen zijn uitgestorven en de spanning is verdampt. Minstens even intens is de verwachting. Het is dan dat de ziel van de supporter kan koorddansen, krampachtig balanceren tussen realisme en naïviteit. Geloven in het haast onmogelijke. Ik vind het stiekem het mooiste supportersgevoel dat er bestaat.

Comebacks behoren tot het DNA van Club Brugge

Het is op zulke dagen dat je het Clubgevoel als een knus deken om je heen kunt wentelen. Hoe groter de uitdaging, hoe warmer de gloed. Heldenverhalen uit het verleden zijn de kapstokken voor de hoop van vandaag. Wie door de meer dan 125-jarige geschiedenis van Club Brugge bladert, weet dat comebacks tot het DNA van de Club behoren.

Wij weten: uit zware uitnederlagen worden mythische voetbalavonden geboren.

Al maanden domineert Club Brugge de vaderlandse competitie met wervend en dwingend voetbal. Vandaag zijn we even dat kleine Gallische dorpje omsingeld door de Romeinen. En hoe klein de kans ook is, laat onze waarden en onze geschiedenis onze toverdrank zijn.

Dan is alles mogelijk.

Beluisterd | Mijn 5 favoriete tennis podcasts

In Melbourne is de Australian Open, het leukste grandslamtoernooi van het jaar, aan de gang. Tennis is mijn favoriete sport, allicht nog meer dan voetbal. Ik speel het graag, ik kijk er graag naar, ik lees er graag over, en ik luister graag als er over tennis wordt gepraat. Elk aspect boeit me mateloos. Het internet wemelt van de tennis podcasts. Ik vertel hieronder meer over mijn 5 favorieten en dat zijn niet altijd vertellingen met voorspellingen en analyses.

Thirty Love: Conversations About Tennis

Carl Bialik is de stem van Thirty Love. In zijn podcast covert hij alle aspecten van de tennissport. Het is soms voer voor de echte tennisfanaat, zoals de laatste aflevering met Stephanie Kovalchik van Tennis Australia over het gebruik van statistieken en tennisdata, maar er zijn ook meer laagdrempelige episodes over tennisboeken, tennisdocu’s en een inkijk in het leven van een commentator en volbloed fan.

Thirty Love bestaat sinds april vorig jaar. Er is wekelijks een nieuwe episode en die duurt iets minder dan dertig minuten. Je vindt hier alle voorgaande afleveringen.

Tennis Psychology Podcast

Zoals de naam het zegt gaat deze podcast over het mentale aspect van het spelletje. Niet zelden vertellen spelers en coaches dat vijftig tot zeventig procent van een prestatie tussen de oren zit. Termen als ‘choken’ en ‘het korte armpje’ zijn bekend voor wie tennis volgt en speelt.

In elke aflevering beantwoordt gastheer Dr. Patrick Cohn één vraag van een luisteraar. De episodes zijn vaak niet langer dan zeven minuten en komen willekeurig in de tijd. Het loont de moeite om een keer door het archief te surfen.

Beyond the Baseline

Van alle podcasts legt Beyond the Baseline het meeste gewicht in de schaal. De podcast is onderdeel van Sports Illustrated en dat is te horen. Je krijgt een brede waaier aan high profile gasten en interessante topics, aan elkaar gepraat door de ervaren Jon Wertheim. Voor ons Belgen is de aflevering met Kim Clijsters van afgelopen zomer een goede instap. Je vindt hier een lijst met alle episodes.

The Main Draw

The Main Draw is een spin-off van het luxueuze Racquet Magazine. De podcast is er zo goed als wekelijks sinds juni 2015. De afleveringen zijn meestal actualiteitsgebonden met voorspellingen en terugblikken, maar er worden regelmatig zijsprongen gemaakt. Zo kon de aflevering van 8 februari 2017 over schrijver David Foster Wallace me erg bekoren – over DFW en zijn tennisteksten schreef ik eerder dit. Alle afleveringen zijn hier netjes opgelijst.

The Tennis Podcast

Deze podcast is het geesteskind van David Law en Catherine Whitaker en de Britse tegenhanger van Beyond the Baseline. Ik vind de relaxte Britten aangenamer om te horen dan de Amerikanen die de hyperkinetische toer durven opgaan. The Tennis Podcast is kwaliteit in geluid en inhoud. Tijdens grandslamtoernooien is er dagelijks een aflevering van plusminus dertig minuten. Aan te raden tijdens deze Australian Open dus. Hier is een overzicht van alle episodes.

Nog tennis podcasts?

Ook deze tennis podcasts zijn het beluisteren waard:

  • No Challenges Remaining is al aan aflevering 200 toe, vrij mainstream met veel informatie en onder meer de twitteractieve Ben Rothenberg van The New York Times als host.
  • In de Tactical Tennis Podcast leggen de initiatiefnemers het tactische aspect van tennis onder de loep. De profielschetsen van de toppers zijn boeiend om te beluisteren.
  • Achter de Baseline is de enige Nederlandstalige tennis podcast die ik ken. De meest recente aflevering dateert wel al van juli vorig jaar.