Club Brugge kampioen 1919-1920 | SP22: FC Brugeois – Racing Club de Malines 3-0

Op zondagnamiddag 21 maart 1920 baadt De Klokke in een prachtige voorjaarszon. In Sint-Andries is het rondom het terrein drummen voor de beste plaatsen. Zowat 8.000 toeschouwers zijn toegestroomd om hun FCB voor de allereerste keer landskampioen te zien worden. Club heeft daarvoor tegen Racing Club Mechelen genoeg aan een gelijkspel. De Mechelaars zijn een deftige middenmoter en FCB is ongeslagen op De Klokke. Het vertrouwen in een goede afloop is groot.

Om 14u30 verschijnen beide elftallen onder leiding van scheidsrechter Raphaël Van Praag op het terrein. Kapitein Hector Goetinck kiest ervoor om te starten met de zon in de rug. Op de golven van het deinende publiek neemt FCB de wedstrijd meteen in handen. Al na drie minuten zet Félix Balyu Club op voorsprong. Het doelpunt komt er na een mooie collectieve aanval: Ernest Rachels bedient Emiel Pollet, die de bal over de Mechelse verdediging lift, waar Félix de bal op de borst controleert en onhoudbaar binnenschiet. Een salvo van gejuich weerklinkt op De Klokke.

Wanneer Raphaël Van Praag om iets na 16u15 voor het eindsignaal fluit, juichen en applaudisseren de toeschouwers zich het delirium in. Soldatenmakkers en supporters hijsen de kampioenen op de schouders.

De bezoekers herstellen het evenwicht en komen zelfs tot enkele kansen. Niemand geraakt echter voorbij Charles Cambier. Ook vandaag heerst Charlie in de verdediging. Nog voor rust scoort Félix Balyu een tweede keer, maar zijn doelpunt wordt afgekeurd wegens buitenspel. Emiel Van Belle verdubbelt kort na rust wel de voorsprong, ditmaal op assist van Félix. De Klokke zwelt bij elke verlopen minuut van anticipatie. En op een van de vele hoekschoppen neemt Léon Vande Voorde alle twijfel weg.

Bron: Sportwereld van maandag 23 maart 1920.

Wanneer Raphaël Van Praag om iets na 16u15 voor het eindsignaal fluit, juichen en applaudisseren de toeschouwers zich het delirium in. Spelers worden door soldatenmakkers en supporters op de schouders gehesen, krijgen bloemen in hun handen en kransen rondom hun nek. Toeschouwers verdringen elkaar om een glimp van de nieuwe kampioenen op te vangen. Het gebeurt op een soundtrack van entertainende accordeonmuziek. Wanneer de kampioenen zich klaarmaken om het veld te verlaten, weerklinkt op De Klokke de Brabançonne.

Bron: Sportwereld van maandag 23 maart 1920. Felicitaties van Sportwereld aan de kersverse kampioenen.

Op dat moment wordt ook de foto genomen die de geschiedenis zal ingaan als hét beeld van het seizoen 1919-1920. De elf basisspelers die tijdens die namiddag het kampioenschap over de streep hebben getrokken, poseren voor een van de doelen. Ze worden geflankeerd door bestuursleden en speler René De Raedt, die de tweede helft van het seizoen heeft gemist wegens een heupblessure.

Bron: Beeldbank Brugge. Naast de elf basisspelers op de foto ook de geblesseerde René De Raedt (als derde van links).

Vandaag, precies 100 jaar na datum, kijken we naar de eerste landstitel van Club Brugge als naar een stip aan de horizon. Op foto’s zien we mannen in hun twintiger en dertiger jaren. Ze hebben vier gruwelijke oorlogsjaren achter zich en het ongebreidelde leven voor zich. Doelman René De Smet huwt twee dagen na de titelmatch al met zijn geliefde Bertha Deruelle. Ze krijgen een dochter. Hij blijft als uitbater van een groente- en fruitwinkel in de Smedenstraat zijn hele leven in Brugge. Linksbuiten Armand Pollet ruilt heel even Brussel voor Brugge en baat daarna op ’t Zand het befaamde Hôtel du Singe d’Or uit, gedurende decennia hét Clublokaal. Middenvelder Ernest Rachels bouwt een mooie militaire carrière uit. Anderen zwermen naar Knokke-Heist, Antwerpen en Brussel. Topschutter Félix Balyu vertrekt in 1923 naar Frankrijk, waar hij bij zijn dood in 1971 in Tourcoing woont.

Enkel doelman René De Smet en middenvelder Joseph Delporte, zien hun FCB nog landskampioen worden.

In 1940 wacht de mannen op middelbare leeftijd een nieuwe wereldoorlog. Verdediger Honoré De Smet, kleermaker van beroep, maakt die niet meer mee. Hij sterft in 1935. Voor anderen bepaalt de oorlog voor de tweede keer hun leven. Zo overlijdt kapitein Hector Goetinck in Heist-aan-Zee nadat een bom niet ver van zijn huis terechtkomt en hij wordt geraakt door weggeslingerd shrapnel. Ook dat andere Clubicoon, Charles Cambier, krijgt het tijdens de oorlogsjaren zwaar te verduren.

Slechts twee van hen, doelman René De Smet en middenvelder Joseph Delporte, zien hun FCB nog landskampioen worden. Dat gebeurt in 1973. Tijdens de kampioenshuldiging worden spelers in open koetsen door de stad gevoerd. De 80-jarige René De Smet is op dat moment te ziek om de viering bij te wonen. Joseph Delporte, op enkele maanden van zijn 74ste verjaardag, is er wel bij. Hij deelt een koets met aanvaller Ruud Geels. Joseph overlijdt op Valentijnsdag 1979. Enkele maanden nadat Club op Wembley de finale van de Europabeker der Landskampioenen heeft betwist, sterft de laatste telg van het kampioenselftal. De landstitel van 1920 ademt sindsdien op de overlevering.

Vandaag scheiden een volledige eeuw FCB-voorzitters Albert Dyserynck en Bart Verhaeghe, De Klokke en Jan Breydel, Clubkapiteins Torten en Ruud, en Charles en Charles. Cambier en De Ketelaere. De ene 100 jaar geleden de Oude Leeuw van Brugge, de andere vandaag een gracieuze welp die geruisloos in de eerste ploeg is gegleden. Het is toeval, maar tegelijk een mooi symbool, in zeven letters een teken van continuïteit. Ook wanneer onze levenslijn stopt, loopt die van Club door. Anno 2020 een volwassen voetbalclub die supporters, sympathisanten en tegenstanders blijft beroeren en een brede maatschappelijke rol vervult.

Den Brugeois, de Club, Club Brugge, FC Bruges, of kortweg FCB.

 Voor deze blogpost werd gebruikgemaakt van deze bronnen:

  • Archief Het Laatste Nieuws
  • Archief Sportwereld
  • Archief Gazet van Antwerpen
  • Boek Dries Vanysacker (2010). Van FC Brugeois tot Club Brugge KV (1891–2010). De maatschappelijke inbedding van een Brugse, Vlaamse, Belgische en Europese voetbalploeg. Brugge: Van de Wiele