Club Brugge kampioen 1919-1920 | In het spoor van Armand Pollet

Bij het begin van de twintigste eeuw is Armand Pollet een tiener vol ambitie. De keuken is zijn habitat. Om zich te ontwikkelen draait hij mee in verschillende hoogstaande brasserieën in Brugge. Daar blijft het niet bij. Tijdens het hoogseizoen is hij te vinden in de hotels aan de kust. Maar ook de waterlijn houdt de jonge Armand niet tegen. Zijn ambitie ligt verder.

De daaropvolgende jaren bevaart hij als kok de wereldzeeën. Hij kookt in de dampende keuken van de SS Lapland, een van de stomers van de Antwerpse Red Star Line, en de SS Kronprinzessin Cecilie en SS Kronprinz Wilmhelm, die behoren tot de Duitse rederij Norddeutscher Lloyd. Even woont hij in Detroit, waar hij aan de slag gaat in het Cadillac Hotel, een van de meest befaamde hotels in de stad dat de Amerikaanse presidenten Benjamin Harrison, Grover Cleveland, William McKinley, Theodore Roosevelt en William Howard Taft tot haar gasten mag rekenen. Armand Pollet blijft er tot 1914. De Eerste Wereldoorlog brengt Armand naar België. Hij werkt als kok in de keuken van de officieren. Tijdens een luchtbombardement ontsnapt hij ternauwernood aan de dood.

Kameraden uit de buurt, zoals Charles Cambier die om de hoek woont, trekken Armand mee naar de Club.

Na de oorlog keert Armand Pollet terug naar zijn Brugge, de stad waar hij op 14 december 1891 in Sint-Andries is geboren. De liefde voor het goede eten voert hem naar het vermaarde Hôtel du Singe d’Or op ’t Zand, gelegen bij het toenmalige station van Brugge, langs de treinverbinding tussen Brussel en Oostende. Armand wordt hoofd van de keuken.

Kameraden uit de buurt, zoals Charles Cambier die om de hoek woont, trekken Armand mee naar de Club. In het eerste elftal van FCB vindt hij zijn vier jaar jongere broer Emiel terug. Tijdens het kampioensseizoen 1919-1920 is hij de vaste linkervleugel. Armand is goed voor tal van assists en doelpunten en vormt een dodelijke tandem met Léon Vande Voorde.

Bron: Beeldbank Brugge. Naast de elf basisspelers op de foto ook de geblesseerde René De Raedt (als derde van links). Armand Pollet gehurkt, uiterst rechts.

In een gesloten koets naar De Klokke

Armand Pollet is een drukbezet man. Tot een halfuur voor de aftrap van een thuiswedstrijd, op zondag meestal om twee uur of half drie, staat hij in de keuken. Zijn collega’s waarschuwen hem dat weldra zal worden afgetrapt. Dan rent Armand naar buiten, waar een gesloten koets wacht. Op weg naar De Klokke, enkele kilometers verderop, wisselt hij zijn koksplunje voor zijn voetbaloutfit. In fraai blauw en zwart komt hij aan op De Klokke. Koud het veld op, geen opwarming nodig.

Spelers bellen na afloop van de wedstrijd de eindstand door naar huis. Bij winst hijst het personeel van Le Singe d’Or de Clubvlag.

Anders gaat het eraan toe tijdens verplaatsingen. Die gebeuren met de trein, soms in weinig benijdenswaardige omstandigheden. Omdat de spelers het tijdens het eerste seizoen na de oorlog met erbarmelijk materiaal moeten stellen, besluiten ze tot een protestactie. Aangekomen op het perron slepen ze aan elkaar gebonden hun voetbalschoenen achter zich aan. Het kletterende geluid zorgt ervoor dat iedereen kijkt. De boerkes uit Brugge trekken de aandacht. Het bestuur wil geen gezichtsverlies lijden. Voortaan krijgt elke speler een koffer om zijn voetbalschoenen in op te bergen.

Bron: Sportwereld 26 maart 1920. De voetballer Armand Pollet tijdens het seizoen 1919-1920.

Tijdens die uitwedstrijden is de telefoon het enige communicatiemiddel met het thuisfront. Spelers bellen na afloop van de wedstrijd de eindstand door naar huis. Bij winst hijst het personeel van Le Singe d’Or de Clubvlag. Passanten weten zo dat de Club die namiddag heeft gewonnen, of het nu in Brugge of verderaf in Brussel, Antwerpen, Verviers of Gent is.

Gewaardeerd uitbater van Hôtel du Singe d’Or

De drang van de avonturier laat zich niet temmen. Na zijn huwelijk met Bertha De Cock, in het najaar van 1921, trekt Armand met zijn gezin opnieuw de wijde wereld in. Niet naar de andere kant van de aardbol, Brussel is deze keer de bestemming. Alweer vindt Armand zijn plaats in hotels. Toch blijft Brugge in zijn achterhoofd. Enkele jaren later, in 1930, is de lokroep van de heimat te groot. Armand Pollet keert terug naar de stad die hij door en door kent en terug naar Le Singe d’Or, ditmaal als uitbater. Hij vestigt er zich samen met zijn echtgenote en zonen Roger en Georges.

Bron: privé-archief familie Pollet

Onder het leiderschap van zijn joviale uitbater is de Singe in volle bloei. Het hotel telt drieëntwintig kamers en ontvangt het chique volk op doorreis van Brussel naar Oostende. Het is ook een thuis voor hooggeplaatste gasten. Bruggeling Achiel Van Acker, tussen 1945 en 1958 vier keer premier van België, is een van hen. Net als de gasten die vandaag de brasserie bezoeken, moet hij zijn verleid door het imposante decor met aan de muur lokkende schilderijen en de gouden aap – le singe d’or – die boven de open haard toekijkt.

De patron is graag gezien. Dus staat het in de sterren geschreven dat Armand Pollet voorzitter wordt van de Brugse Hoteliersbond. Ook de band met Club Brugge blijft doorheen de jaren bestaan. Le Singe d’Or is decennia het vaste clublokaal van FC Brugeois, waar in de achterzaal belangrijke bestuursbeslissingen worden genomen en de trofeekast een plaats heeft.

The show must go on

Bron: privé-archief familie Pollet

Al die tijd is het hotel eigendom van de brouwerij Aigle-Belgica. Die heeft ook een voetbalploeg. Op zaterdagavond 11 juni 1955 vindt er de kampioenenhulde van de ploeg van de brouwerij, FC Aigle-Belgica, plaats. Rond 23u30 wordt Armand Pollet gefotografeerd, omringd door familie en personeel. Op zondagochtend kan Armand niet worden gewekt. Manten, zoals zijn vrienden hem noemen, sterft enkele maanden voor zijn 64ste verjaardag. Hij zal net geen vijfentwintig jaar Hôtel Le Singe d’Or hebben uitgebaat.

In een in memoriam omschrijft de Brugsche Courant Armand Pollet als “een man die met iedereen kon omgaan en die leefde voor en uit zijn werk, een man die hield van gezellig keuvelen met vrienden, van een lach, een kwinkslag, een ontvangst, een feest”. Het communiefeest dat die zondagnamiddag in Le Singe d’Or stond gepland ging dan ook gewoon door.

Bluvn goan, ook in 1955.

Deze blogpost had niet tot stand kunnen komen zonder de medewerking van en de verhalen die werden verteld door de familie van Armand Pollet, waarvoor grote dank. Verder maakte ik gebruik van de Beeldbank Brugge en de archieven van Sportwereld en de Brugsche Courant. 

Een gedachte over “Club Brugge kampioen 1919-1920 | In het spoor van Armand Pollet

Reacties zijn gesloten.