Club Brugge kampioen 1919-1920 | De kampioenen van naderbij bekeken

Tijdens het weekend van 15 en 16 november 1919 speelde Club Brugge geen competitiewedstrijd. Daarom gooien we het ditmaal over een andere boeg.

Op vrijdag 26 maart 1920 publiceerde de krant Sportwereld een uitgebreid stuk over de eerste titel van Club Brugge. Meer daarover later, uiteraard, maar in het stuk wordt elk vast lid van de kampioensploeg kort getypeerd. De focus ligt telkens op hun voetbalkwaliteiten. Spelersbeoordelingen avant la lettre als het ware.

Je vindt hieronder van elk van de twaalf vaste leden van de ploeg de integrale tekst. Ideaal om de spelers al iets beter te leren kennen.

Behalve de elf basisspelers op de foto ook de geblesseerde René De Raedt (als derde van links). Bron: Beeldbank Brugge.
  • René De Smet (doelman)

“Hij speelde reeds voor den oorlog in 1e afdeling waar hij Prosper D’Hoore verving. Gedurende den oorlog was hij keeper van het elftal der 1e legerafdeling. Onder meer won hij te Parijs met (4-2) van de Entente Parisienne. Hij is heel vlug en heeft soms schone matchen gespeeld. Hij mag misschien niet met een Henri Leroy (doelman van Union) of een Léon Vandermeiren (doelman van Daring CB) vergeleken worden, maar heeft meer dan eens bewezen goede kwaliteiten te bezitten.”

  • Honoré De Smet (back/verdediger, jongere broer van René)

“Hij werd vooral tijdens de bezetting opgemerkt in de matchen tussen de Club en de Cercle. Het is geen machtige back en komt soms wat aan snelheid tekort. Hij bezit een buitengewone tackling en werd door Cambier goed geschoold. Hij speelt ook back in de ploeg van het 7e Artillerieregiment.”

  • Charles Cambier (back/verdediger)

“Men zou een heel boek nodig hebben om alles te schrijven wat men van hem weet. Charlie was lang de beste center-half van België en blijft een der vermaardste spelers welke wij tot nu toe in ons land bezaten. Sinds zijn ongeval te Brussel (1910 – zware blessure tegen Union) kan hij maar moeilijk die gevaarlijke plaats meer bekleden.

Hij was steeds de ziel van het elftal der Club. Het is dank aan hem dat de Club de titel heeft veroverd. Onvermoeibaar, niet uiterst snel, maar hij heeft een buitengewone tackling en ’t is bijna onmogelijk hem voorbij te komen. Hij is met hert en ziel verkleefd aan zijn Club. Hij was steeds op de bres om zijn kleuren te doen zegepralen. Immer de grote bewerker der talrijke overwinningen.”

  • René De Raedt (halfback/middenvelder)

“Hij is een machtige, onvermoeibare halfback. Hij munt uit in verdediging zowel als in aanval. Hij was wat geweldig in den beginne, doch hij heeft zijn zenuwen weten te bedaren. In al de matchen van 1e afdeling waarin hij optrad, deed hij zich bijzonder opmerken door zijn effectief spel. Werd ook vooral gedurende den oorlog gevormd. Hij werd ongelukkiglijk gekwetst in zijn bilzenuwen en moest een lange rust nemen. Trad de laatste zondag op in de reserve-afdeling.“

  • Joseph Delporte (halfback/middenvelder)

“De kleine Delporte, zoals men hem noemt, nam zijn plaats (De Raedt) in. Het was ook gedurende de bezetting dat hij zich deed opmerken. Men meende hem te jong en te licht voor de zware taak van halfback. Hij heeft nochtans bewezen dat hij heel voortreffelijk zijn plaats houdt. Is onvermoeibaar en heeft een grenzeloze moed. Er steekt stof in dat mannetje en men mag zeker zijn dat hij nog veel verbeteren zal.”

Bron: de krant Sportwereld van vrijdag 26 maart 1920.
  • Emiel Pollet (halfback/middenvelder, jongere broer van Armand)

“Hij is een fijne center-half en slimme taktieker. Speelde gedurende den oorlog in het regimentselftal. Zijn heading wordt zeer opgemerkt. Hij heeft een grote snelheid en houdt zijn plaats als een der besten. Hij bezit een zuiver spel, zonder veel geweld, en geeft welgemeten passen aan zijn voormannen.”

  • Ernest Rachels (halfback/middenvelder)

“Hij was soldaat gedurende den oorlog. Zijn passen naar de forwards zijn wat te geweldig en velen zien in hem een toekomstige fullback. Hij is soms wat traag misschien, maar hij houdt zijn vleugels op een goede manier.”

  • Hector Goetinck (aanvaller, kapitein van de ploeg)

’Totor pour les dames.’ Vijftien maal internationaal en is te welbekend om er breedvoerig over te schrijven. Hij is buitengewoon vlug en was vooral bekend om zijn samenspel met Robert De Veen (Clubicoon voor de oorlog). Gedurende den oorlog was hij steeds op de bres. Vertegenwoordigde meermaals het Belgisch militair elftal tegen de Union SFSA (februari 1916) en tegen de Ligue FA (maart 1916).

In het elftal der Ruiterij speelde hij tegen de Ligue FA (november 1916) en in het elftal van de 1e legerafdeling tegen de Entente Parisienne (december 1916). Hij vertegenwoordigde ook soms het leger in loopwedstrijden, onder meer in Italië en te Parijs.”

  • Emiel Van Belle (aanvaller)

“Hij doet zich opmerken door zijn buitengewone vlugheid en door zijn kalmte voor het doel. Hij was in het leger gedurende den oorlog en trad op in zijn regimentselftal en in dit der legerafdeling.”

  • Félix Balyu (aanvaller)

“Nog een van de vieille garde, altijd op de bres, nooit ontmoedigd. Hij is misschien de fijnste center-voor van België. Zijn dribblings zijn alom vermaard. Vertegenwoordigde voor den oorlog vijf maal het Belgisch leger. Gedurende den oorlog was hij van bijna al de internationale kampen. Hij speelde center-voor in het Ruiterij-elftal en vertegenwoordigde het Belgisch leger te Parijs, in Italië en Engeland. Kortom, hij toonde sinds lange jaren dat hij misschien een der fijnste voetbalmannen is.”

  • Léon Vande Voorde (aanvaller)

“Onbekend voor den oorlog, maar maakte rap zijn weg gedurende de vier jaren die aan den Yzer werden doorgebracht. Hij is met Balyu de sterkste goalgetter der Club en een der sterkste van België. Hij heeft een buitengewoon hard schot en zijn spel is zuiver, lenig en vlug. Zou dit jaar wel internationaal geweest zijn, had hij in Brussel geweest! …”

  • Armand Pollet (aanvaller)

“Hij is ook een oorlogsknaap. ’t Is te zeggen dat hij zijne gallons gewonnen (lees: zijn strepen verdiend) heeft Bachten de Kupe. Met Vande Voorde vormt hij een buitengewoon sterke vleugel die moeilijk te houden is. Hij heeft een kundig spel met daarenboven een hard en juist schot dat hem toelaat zelf de kans te wagen en naar het doel te zenden.”

Voor deze blogpost werd gebruikgemaakt van deze bronnen:

  • Archief Sportwereld