De boekenplank van de maand augustus

Ik vertel op deze website dat ik kamers vol oude sportboeken wil verzamelen. Elke maand bezoek ik kringloopwinkels en 2dehandsboekhandels. Ook snuister ik in de plooien van het internet. Ik zoek oude sportboeken, maar ben niet blind voor elpees, singles en andere sportmemorabilia.

‘Robby Rensenbrink’ | Jacques Hereng

In 2017 verscheen onder de titel ‘Het slangenmens’ een biografie van Rob Rensenbrink van de hand van de Nederlandse journalist Bert Nederlof. Veertig jaar eerder, in 1977, werd een eerste biografie van Rensenbrink gepubliceerd. Dat gebeurde naar aanleiding van de Gouden Schoen die Rensenbrink als speler van Anderlecht in 1976 won.

De kleine timmerman van Oostzaan

In het eerste hoofdstuk droomt een jongen uit Oostzaan, nabij Amsterdam, van een voetbalbestaan. Tot die tijd werkt hij een opleiding timmerman af en slacht kippen op een pluimveekwekerij. Talent laat zich echter niet temmen. Via Z.G.S.O en O.S.V. komt Rensenbrink in het eerste elftal van D.W.S., op dat moment de grootste voetbalclub van Amsterdam.

“Het was geen lachertje,” schrijft Rensenbrink. “Ik ben altijd schuchter geweest. Als inwoner van Oostzaan was ik in Amsterdam een boerenjongen.” Rensenbrink wordt international. Nederlandse topclubs kloppen aan voor de linksbuiten. Met zeven miljoen Belgische frank trekt het ambitieuze Club Brugge aan het langste eind. D.W.S. laat zijn goudhaantje liever niet naar de concurrentie vertrekken.

Het enthousiasme van het publiek op ‘De Klokke’

De zomer van 1969 is er een vol veranderingen. Rensenbrink gaat voor Club voetballen en huwt met Corry. Rensenbrink steunt in die beginjaren erg op zijn Nederlandse ploeggenoot Henk Houwaart. Hij speelt zijn eerste officiële wedstrijd voor Club op het veld van Anderlecht, waar meteen wordt gewonnen. Club zal het seizoen ’69-’70 op de tweede plaats stranden, maar wint wel de beker.

Europees laat Rensenbrink van zich spreken in de thuiswedstrijd tegen het Hongaarse Újpesti Dózsa. Club wint 5-2, Rensenbrink scoort een hattrick. Van de Hongaarse coach Lajos Baróti krijgt hij zijn bijnaam het ‘slangenmens’. In Hongarije loopt Club na een 3-0-nederlaag alsnog de kwalificatie mis. Het verleidt Rensenbrink tot volgende uitspraak:

Ik speelde als het ware in twee verschillende elftallen: het Club Brugge uit, het Club Brugge thuis. Het verschil was de buitengewone sfeer op ’De Klokke’. Aanvankelijk onderging ik die niet als een prikkel. Ik kwam uit de woestijn. Te Amsterdam kon men de toeschouwers tellen. Op ‘De Klokke’ wordt Blauw-Zwart gedragen op de geestdrift van het publiek. Het elftal betaalt met overwinningen.

Rensenbrink heeft ook mooie woorden voor ploeggenoot Raoul Lambert. “Raoul is een reus met lemen spieren. Voor Raoul heb ik altijd veel sympathie gehad. Men kent onvoldoende deze jongen, wiens kalmte en ingekeerdheid verkeerde vermoedens voeden. Ergens is Raoul een beetje de Robby die met u praat. Ik uit me moeilijk. Ik loop niet achter de publiciteit aan en hou niet van persconferenties. Raoul is niet anders.”

Van Club Brugge naar Anderlecht

Op het einde van het seizoen ’70-’71 komt het tot transfer naar Anderlecht: Rensenbrink in ruil voor Anderlecht-spelers Wilfried Puis en Johnny Velkeneers, plus vier miljoen Belgische frank. “Dat ik niet van Brugge hield, is een goedkoop verhaal. Nooit zal ik het enthousiasme van het publiek op ‘De Klokke’ vergeten. Niet alles is naar Olympia verhuisd. Bij mijn aankomst in Brugge werd ik verwelkomd door twee leiders: Hutsebaut en Dujardin. Eenmaal per week waren Henk Houwaart en ik voor een etentje hun gasten. In aanwezigheid van de dames. Paling in ’t groen te Knokke: het komt mij voor dat ik het gisteren at.”

Zowel financieel als sportief is Anderlecht een stap voorwaarts. “Iedereen kende Anderlecht via de Europabeker. Paul Van Himst was al erg populair over de Moerdijk. Naast hem spelen kon niet schaden.” Met onder meer Jean Dockx en latere Bruggelingen Hugo Broos en Jos Volders start een nieuw Anderlecht onder leiding van Georg Kessler het seizoen ’71-’72. In een zinderend slot wordt Anderlecht ten koste van Club alsnog landskampioen.

Toch kon ik niet nalaten te denken aan Club Brugge, aan de Brugse spelers met wie ik geruime tijd lief en leed had gedeeld. Ik herinnerde mij ook een van de eerste met Paul Van Himst gevoerde gesprekken. ‘Met Brugge heb je niet veel geluk gehad, met Anderlecht word je kampioen,’ had hij voorspeld.

Club zou een jaar later wel voor de tweede keer landskampioen worden, dat na een zege op Anderlecht.

De Beker der Bekerwinnaars in Brussel

Midden jaren 70 kijkt Anderlecht richting Europese top. Tijdens het seizoen ’75-’76 bereikt de club de finale van de Beker der Bekerwinnaars. Daarin speelt het in het Heizelstadion tegen West Ham. In een met 4-2 gewonnen wedstrijd scoort Rensenbrink twee doelpunten. “Nooit vergeet ik de laatste minuten. Ik genoot intens van mijn eerste internationale overwinning. In de kleedkamer omhelsde iedereen iedereen. Voorzitter Constant Vanden Stock was zichtbaar bewogen. Elftalafgevaardigde Georges Denil verborg zijn emoties achter een verdachte ijver om de champagneflessen te ontkurken.”

In de coulissen van de wereldbeker

De laatste hoofdstukken van het boek zijn gewijd aan Rensenbrinks passage bij het nationale elftal. Nederland plaatst zich ten koste van België voor de wereldbeker 1974 in West-Duitsland. Rensenbrink ligt op de linksbuitenpositie in balans met Piet Keizer van Ajax. Nederland plaatst zich voor de finale in het olympisch stadion in München. Rensenbrink raakt na een blessure speelklaar, maar vraagt tijdens de rust, bij een 1-2-achterstand, om een vervanging. “Was mijn blessure geheeld, ik voelde me niet bestand tegen de inspanning.” Nederland zal de achterstand niet meer ombuigen.

“Nadien heeft men gezocht naar oorzaken van onze nederlaag. Men beweerde dat Cruyff zijn finale had gemist. Men heeft ook beweerd dat wij niet steeds hebben geleefd naar de regels van de sportmoraal. Met dergelijke nonsens dacht een Duitse sensatiekrant het geheim te hebben ontsluierd. De reden van onze nederlaag is veel eenvoudiger. Wij hebben drie weken geleefd onder de bescherming van de goden van de sport, die ons op het beslissende moment de rug hebben toegekeerd.”

De mens Rensenbrink, minder de voetballer

‘Robby Rensenbrink’ telt tien hoofdstukken, leest vlot weg en wordt verteld in de ik-vorm. Het boek telt talloze anekdotes en is opgesmukt met sprekend zwart-witfotomateriaal. Opvallend is de veelheid aan introspectie. Dit is het verhaal van de mens Rensenbrink, niet zozeer de voetballer.

Of zoals op de achterflap staat te lezen:

Uitgeverij Het Volk, Gent, 1977, eerste druk, 124 pagina’s


Ik schreef eerder over deze sportboeken (klik op de titels voor meer info):

Een gedachte over “De boekenplank van de maand augustus

Reacties zijn gesloten.