Voetbal is in jaargangen met een groot toernooi een draaimolen waar je niet kunt en ook niet wilt afstappen. Dus keek ik gisterenavond alweer naar de Supercup tussen Club Brugge en Standard. Het werd aanvankelijk een gezapige en gesloten oefengalop die alle tekenen vertoonde van een klasreünie.

Een herkenbaar Standard speelde tegen een Club met nieuwkomers Mats Rits, Karlo Letica en Arnaut Danjuma in het basisteam. Vooral de laatste twee vielen op. En Hans Vanaken. Opnieuw Hans. Het is duimen dat scouts Brugge hebben bezocht met voordien leeg geschreven pennen. Halfweg hoorde ik de echo’s van een kampioensploeg op driekwartsnelheid.

Hét hoogtepunt van de avond vond al voor aanvang van de wedstrijd plaats: de terugkeer van Michel Preud’homme. In de catacomben wuifde MPH naar oude bekenden als een zonnekoning. Het was een schouwspel van intense omhelzingen en stevige handdrukken. Plagerijen en glimlachen alom.

De trainer Michel Preud’homme heet een prijzenpakker te zijn. Om beter te doen dan zijn voorganger Ricardo Sá Pinto moet hij, tien jaar na de laatste, de landstitel opnieuw naar Luik brengen. Die uitdaging is groot, maar niet onmogelijk. Eén strijd zal MPH alvast niet winnen: de prijs voor de coach met de fraaiste haardos heeft Sá Pinto meegenomen naar het zuiden.