Na afloop van de verloren heenwedstrijd in de halve finales van de Beker van België deden manager, coach en kapitein van Club Brugge hun verhaal voor de televisiecamera’s. Ze vertelden allen hetzelfde: het is nog mogelijk. Dat zeiden ze niet omdat het moest, als was het een verplicht mediapraatje. Ze zeiden het omdat ze het écht meenden. Hun woorden bleven niet zonder gevolg; ze inspireerden. Ik loop immers al een week met een bijzonder gevoel rond.

“Heldenverhalen uit het verleden zijn de kapstokken voor de hoop van vandaag.”

Het gevoel zwelt dag na dag aan en uit zich in het fantaseren over allerlei scenario’s. Ik herken het bij medesupporters die ik lees op fora en social media en die ik beluister in gesprekken. Vreugde en ontgoocheling komen achteraf, wanneer elke bal is getrapt, alle gezangen zijn uitgestorven en de spanning is verdampt. Minstens even intens is de verwachting. Het is dan dat de ziel van de supporter kan koorddansen, krampachtig balanceren tussen realisme en naïviteit. Geloven in het haast onmogelijke. Ik vind het stiekem het mooiste supportersgevoel dat er bestaat.

Comebacks behoren tot het DNA van Club Brugge

Het is op zulke dagen dat je het Clubgevoel als een knus deken om je heen kunt wentelen. Hoe groter de uitdaging, hoe warmer de gloed. Heldenverhalen uit het verleden zijn de kapstokken voor de hoop van vandaag. Wie door de meer dan 125-jarige geschiedenis van Club Brugge bladert, weet dat comebacks tot het DNA van de Club behoren.

Wij weten: uit zware uitnederlagen worden mythische voetbalavonden geboren.

Al maanden domineert Club Brugge de vaderlandse competitie met wervend en dwingend voetbal. Vandaag zijn we even dat kleine Gallische dorpje omsingeld door de Romeinen. En hoe klein de kans ook is, laat onze waarden en onze geschiedenis onze toverdrank zijn.

Dan is alles mogelijk.