Lees hier de eerdere delen van ‘Memoires van een beginnend tennisspeler’.

Tijdens de zomer van 2017 vier ik mijn vijfendertigste verjaardag. In het enkelspel mag ik op officiële toernooien voortaan deelnemen in de leeftijdscategorie tot vijfenveertig jaar. Ik kies echter voor het kleine interne clubtoernooi dat tijdens de maand september plaatsvindt, waar ik deelneem in de laagste categorie en drie poulewedstrijden zal spelen.

“Mijn wankele opslag zorgt ervoor dat ik nog altijd op drijfzand tennis.”

Mijn eerste tegenstander, een veertiger, heb ik de voorbije maanden regelmatig zien tennissen. Ook hij volgde lessen, op dezelfde dag en hetzelfde uur als ik, maar op het terrein naast het onze. Ik taxeerde zijn slagen en lette op zijn service. Zijn medeleerlingen waren geen beginners. Ze speelden krachtig en goed, en leerden onder meer hoe een drive volley te spelen. Daartoe zijn wij in onze groep nooit gekomen. Ik ben op mijn hoede. Mijn wankele opslag zorgt ervoor dat ik nog altijd op drijfzand tennis. Er is geen stabiele basis. Op de dag van de wedstrijd schijnt de zon, dus spelen we buiten, op het gravel. Tot mijn verbazing kom ik geen moment in de problemen. Ik moet amper één game toestaan. Achteraf, tijdens het vegen van de court, lonk ik naar hem. Zijn hoofd is verscholen tussen zijn schouders, zijn rug is gekromd en hij sloft heen en weer met het sleepnet achter zich aan. Ik voel de zon op mijn gelaat en kan een glimlach niet onderdrukken. Nog altijd kan ik het beeld moeiteloos boetseren.

Een week later ontmoet ik mijn tweede tegenstander. Hij is opnieuw zo’n tien jaar ouder dan ik en slaat elke bal, forehand en backhand, met slice. De wedstrijd is echter vlug voorbij. Na drie spelletjes blesseert hij zich aan het been en moet noodgedwongen de match staken. Het betekent dat de derde groepswedstrijd zal beslissen over winst of verlies in het minitoernooi. Daarvoor speel ik tegen een ervaren clublid. Hij is een jonge zestiger en zijn dubbelklassement is drie trapper hoger dan het mijne. Enkelspel speelt hij echter zelden of nooit. Net zoals ik heeft hij zijn eerdere wedstrijden gewonnen. De eerste keer verloor hij vijf spelletjes, de tweede keer vier.

“Meer dan met zijn dwingende opslag kruipt hij onder mijn vel door zijn totale afwezigheid van dorstlust. Niet één keer tijdens onze twee uur durende wedstrijd zal hij een slok water drinken.”

Tijdens de eerste set onderga ik het spel. Hij speelde ooit op hoger niveau volleybal en beschikt over een sterke opslag, hard en uitstekend geplaatst. Hij kijkt vooraf waar ik me positioneer om zijn service te ontvangen en speelt daar perfect op in. Tijdens het spel focust hij voortdurend op mijn zwakke backhand. Ik verlies de set kansloos met 6-1.

Voor mijn winstkansen geef ik geen cent meer. Meer dan met zijn dwingende opslag is hij onder mijn vel gekropen door zijn totale afwezigheid van dorstlust. Terwijl ik na iedere twee games smacht naar een oase, tennist hij vrolijk verder. Niet één keer tijdens onze twee uur durende wedstrijd zal hij een slok water drinken.

In de tweede set kan ik dominanter tennissen en ga in het derde game door zijn opslag. Ik serveer steeds beter en win de set met 6-4. Dat betekent dat een matchtiebreak de beslissing zal brengen. Wie als eerste tien punten haalt, met een verschil van twee punten, wint de wedstrijd. Dan gebeurt wat twee jaar lang geen enkele keer, niet in het enkelspel en niet in het dubbelspel, heeft plaatsgevonden. Tijdens de allesbeslissende punten voel ik me mentaal en fysiek sterker. In plaats van af te brokkelen als een ruïne, lijm ik aan elkaar. Het wordt 10-4. Ik win een wedstrijd die ik twaalf maanden eerder nooit had kunnen winnen.

Als we samen de tennisbaan verlaten en de cafetaria opzoeken, vertelt hij me dat dit zijn allerlaatste wedstrijd is geweest. Een volgend winterseizoen komt er niet. Ik daarentegen ben nog lang niet de tennisspeler die ik wil zijn, maar ik heb de voorbije vierentwintig maanden meer nieuwe mensen leren kennen dan het decennium voordien. Waarom heb ik zolang gewacht?

In de auto open ik de enveloppe die ik als toernooiwinnaar heb ontvangen.

‘ENKEL HEREN. WINNAAR. WAARDEBON 20 EURO.’

Ik ben een tennisspeler, een tennisspeler met prijzengeld.

Ik ben zielsgelukkig.