In het In Flanders Fields Museum in Ieper vond ik een kleine papieren oorlogsschat. Er was geknabbeld aan de randen en in het midden zat een zichtbare vouw. De foto van de Front Wanderers was er maanden eerder binnengebracht door de familie van Dominique Baes, een stoere verdediger van Cercle Brugge. Op de foto is hij de grootste van allemaal.

Bron: In Flanders Fields Museum | Ieper

Dominique Baes overleed in de nadagen van de Groote Oorlog, op 26 augustus 1918 om 18 uur, nadat hij een dag eerder werd geraakt door een kogel. Hector Goetinck, icoon van Club Brugge, was een van zijn beste vrienden. In zijn boek Voetbalanecdoten vertelt Goetinck hoe hij zijn vriend in de laatste uren bijstond. Hij beschrijft hem als een joviale en oprechte sportmakker, die het gezelschap altijd entertainde met zijn vertellingen uit de loopgraven.

“Op hun gezichten staat tijdelijke zorgeloosheid te lezen, even weg van het front. Weldra worden ze in een snikhete trein opnieuw naar de gruwel van de oorlog gebracht.”

De reizen met de Front Wanderers brengen Hector en Dominique naar Frankrijk, Italië, Engeland en Schotland. De ploeg wordt in 1917 samengesteld met de beste voetballers-soldaten. Ze komen uit alle hoeken van het land, van Antwerpen tot Sint-Gillis en van Brussel tot Brugge. Behalve Goetinck maken ook Clubspelers Charles Cambier en Félix Balyu deel uit van de militaire oorlogsploeg. Het Brugse trio heeft het gezelschap van Louis “Luigi” Van Hege, icoon van Union Sint-Gillis en op dat moment topspits van AC Milan.

Als prinsen in Italië

Ze voetballen in Milaan en Turijn. De Italianen ontvangen hen als prinsen. Hector Goetinck schrijft: ‘We waren de eerste Belgische soldaten die men daar te zien kreeg. Iedere Italiaan wou een speler mee naar huis nemen om hem te herbergen. We moesten dadelijk van het station naar de opera waar er een galavoorstelling gegeven werd ter onzer ere! We namen plaats in een loge, en werden stormachtig toegejuicht en beladen met bloemen.’ Op hun gezichten staat tijdelijke zorgeloosheid te lezen, even zijn ze weg van het front. Weldra worden ze in een snikhete trein opnieuw naar de gruwel van de oorlog gebracht.

Het Kanaal over

In het najaar van 1917 reizen de Front Wanderers met de boot van Calais naar Folkestone. Amper 48 uur nadat ze de loopgraven hebben verlaten, arriveert het gezelschap op 12 november om 14 uur in het treinstation Charing Cross. Op donderdag 15 november spelen de Front Wanderers, met Hector Goetinck als kapitein, op Stamford Bridge. Duizenden gevluchte landgenoten zitten in de tribunes. Twee dagen later staan de Belgen in Celtic Park, Clubspits Félix Balyu scoort het beslissende doelpunt.

De ploeg reist verder naar Manchester en Liverpool, waar ze met de grootste honneurs worden ontvangen. De Liverpool Echo omschrijft hen als ‘uitstekende dribbelaars en tactisch vaardig’. Tijdens hun tocht zamelen de Front Wanderers geld in voor het welvaren van hun collega-soldaten. Na de oorlog keren Goetinck, Cambier en Balyu als fysiek sterke mannen terug naar Brugge. Intussen hebben ze van het Brugsche spel, een combinatie van kick-and-rush met aandacht voor de flanken, hun handelsmerk gemaakt. Niet veel later zullen ze FCB op De Klokke de allereerste landstitel schenken.

Dit verhaal is een van de 125 verhalen in ‘de Club’, het boek naar aanleiding van 125 jaar Club Brugge, uitgegeven bij Lannoo. Meer weten over het boek en hoe je het kunt kopen? Je vindt hier alle informatie.