Ik wandelde op het nieuwe kerkhof van Sint-Andries en zag bij twee graven een vlaggetje van Club Brugge wapperen. Het eerste graf was er een van een supporter. Zwart met gouden letters. Het andere viel meer op. Er stond een grote voetbalbeker in witte natuursteen. Aan de voet lag een beertje van Club Brugge, ernaast een zwarte sjaal. Ik las de geboorte- en overlijdensdatum: 10-11-1941 en 15-12-1984. Zwarte afgebladderde letters tegen een witte achtergrond. Dit was het graf van Kurt Axelsson.

Kurt kwam in de zomer van 1967 naar Club Brugge. Trainer Norberto Höfling ontdekte de Zweed tijdens een wedstrijd met de nationale ploeg. Als 95 procent van de spelers met het hoofd naar de grond voetbalt, behoorde Axelsson tot de vijf procent die altijd het overzicht behoudt. Höfling was overtuigd: deze Scandinaviër moest zijn verdediging leiden. Een seizoen eerder was Kurt lid van het elftal van GAIS, de tweede ploeg uit Göteborg, dat promotie afdwong naar de eerste klasse. Ik vond online een ploegfoto van de promovendusklas. In het groen en zwart gestreept shirt heeft Axelsson bovenop die karakterkop dan al het kenmerkende kapsel dat op elke foto terugkeert. Ook op latere ploegfoto’s onderscheidt hij zich altijd van de anderen. Hij oogt net iets gepolijster.

“Kurt Axelsson was de eerste Clubspeler die intensief opwarmde en aan stretchen deed. Hij injecteerde de Scandinavische mentaliteit en nam de spelersgroep op sleeptouw.”

Het is niet alleen het kapsel van de Zweed dat in het oog springt. Tijdens gesprekken met tal van oud-ploegmaats klinkt het unisono: een gentleman, een klasbak, altijd honderd procent inzet en een ongebreideld professionalisme. Kurt Axelsson was de eerste Clubspeler die intensief opwarmde en aan stretchen deed. Hij injecteerde de Scandinavische mentaliteit en nam de spelersgroep op sleeptouw. Na afloop van zijn allereerste wedstrijd voor Club Brugge, een oefenmatch op het veld van Blankenberge, poetste Kurt zijn voetbalschoenen. Alle teamgenoten keken verbaasd op. De daaropvolgende wedstrijden deden zij hetzelfde. Als libero heerste hij over zijn verdediging: altijd positief coachend en anderen beter makend. Stijlrijk, op en naast het veld.

Een zware beenblessure zette in 1971 een rem op zijn carrière. Na zes seizoenen en 153 wedstrijden in het eerste elftal verliet hij Club Brugge en ging voor AS Oostende voetballen. Daar werd hij herenigd met Norberto Höfling. Ze dwongen samen de promotie af tot hartproblemen het abrupte einde van Kurts carrière betekenden. Zijn wereld stortte helemaal in. Ik hoorde dat het daarna niet meer zo goed met hem ging.

Kurt Axelsson werd postuum een van mijn favoriete Clubspelers aller tijden. Ik aaide het Brugse knuffelbeertje over de bol en beloofde mezelf af en toe te komen kijken of het vlaggetje nog altijd fladdert.

Dit verhaal is een van de 125 verhalen in ‘de Club’, het boek naar aanleiding van 125 jaar Club Brugge, uitgegeven bij Lannoo. Meer weten over het boek en hoe je het kunt kopen? Je vindt hier alle informatie.