In de zomer van 2015 daalde ik af naar de krochten van het Jan Breydelstadion. Het was de eerste keer dat ik in de betonnen bunker op een plaats kwam waar je als supporter geen toegang tot hebt. Tussen massa’s papieren scoutingsverslagen, ellenlange lijsten met door makelaars aangeboden spelers en verkleurde jaarboeken lag in een kartonnen doos de bestofte videocassette op basis waarvan Andrés Mendoza zich een speler van Club Brugge mocht noemen. Het was de laatste maand van de vorige eeuw.

In die periode nam ik zo goed als elke Europese wedstrijd van Club Brugge op videoband op – YouTube was nog verre toekomst. Op de zijkanten van de zwarte cassettes, waarvan de meesten 180 minuten konden herbergen, noteerde ik de datum van de wedstrijd, de naam van de tegenstander en het resultaat. Dat deed ik ook op woensdagavond 22 oktober 2003, en ik schreef: ‘AC Milan – Club Brugge 0-1.’

Ik heb de videocassette er nog een keer bijgenomen. In de rechterbovenhoek van het scherm staat het vierkant van Canvas, in het introductiefilmpje van de Champions League figureren Zinédine Zidane, Oliver Kahn en een geblondeerde David Beckham. Paolo Maldini steekt op de tonen van de (inmiddels behoorlijk vals klinkende) hymne de Beker met de Grote Oren omhoog.

“Ik herinner me enkel de pass van Ivan Gvozdenović en de afwerking van Andrés Mendoza. Nu zie ik voor het eerst dat het allemaal begon bij Philippe Clement.”

Het verhaal van de stunt wordt geschreven in de 32ste minuut. Ik herinner me enkel de pass van Ivan Gvozdenović en de afwerking van Andrés Mendoza. Nu zie ik voor het eerst dat het allemaal begon bij Philippe Clement. Hij goochelt met de bal en slaat met de pass naar Gvozdenović Andrea Pirlo en linksachter Giuseppe Pancaro knock-out. Sandy Martens houdt Paolo Maldini aan de praat, Cafú en Alessandro Nesta komen te laat. Zij zien hoe Andrés Mendoza zich op witte voetbalschoenen en met buitenkant links dit boek inschiet. Dany Verlinden, dan al 40, wordt groter dan Goliath en zorgt ervoor dat Clarence Seedorf, Andriy Shevchenko en Filippo Inzaghi zich geen David dopen.

Na het laatste fluitsignaal werd ik overmand door een soort onoverwinnelijkheid die ik nog niet eerder had ervaren, ook niet bij vorige landstitels of de kwalificatie voor de Champions League tegen Borussia Dortmund twee maanden voordien (toen Mendoza ook al voor de beslissende doelpunten zorgde). Ik dacht geen moment aan wat de drie punten voor een eventuele kwalificatie voor de volgende ronde betekenden. Enkel dit: Club had gewonnen bij de uittredend winnaar van de Champions League en ik moest dat gevoel zolang mogelijk vasthouden.

De volgende ochtend wandelde ik in de duffe cafetaria van de hogeschool naar de grote ronde tafel waarrond mijn jaargenoten zich hadden verzameld. Jongens en meisjes die normaal niet de minste interesse in voetbal toonden, feliciteerden me nu alsof ik net iets heel bijzonders had gedaan. Die ochtend leek echt alles mogelijk te zijn. Het gevoel hield aan tot na het derde lesuur. In voetbaltermen is dat: tot een 4-2-nederlaag tegen tien man van Koninklijke Heusden-Zolder SK.

Dit verhaal is een van de 125 verhalen in ‘de Club’, het boek naar aanleiding van 125 jaar Club Brugge, uitgegeven bij Lannoo. Meer weten over het boek en hoe je het kunt kopen? Je vindt hier alle informatie.