Vorige zomer had ik een afspraak met Raoul Lambert. Ik werkte aan ‘de Club’, het boek naar aanleiding van 125 jaar Club Brugge, en had hem de week voordien opgebeld. We spraken af aan het Jan Breydelstadion. Raoul Lambert kwam op een maandagnamiddag de parking opgereden. Hij stapte uit zijn auto, doofde zijn sigaretje en liftte de zonnebril van zijn gezicht.

Ik had de dagen voordien voor de tweede keer ‘Voetballen is aanvallen!’ gelezen. De biografie dateert uit 1977 en daarin vertelt Raoul Lambert zijn verhaal, van zijn jeugdjaren in Steenbrugge, een wijk in de Brugse deelgemeente Assebroek, bij het lokale SK tot Europese faam bij Club Brugge. Voetballers waren nog volkse helden.

“Voetballen is niet alleen mijn beroep; het is ook mijn eerste hobby.”

Het boek is gevuld met anekdotes, geschreven in een sappig archaïsche verteltaal, en geïllustreerd met foto’s uit het Sport 70-archief en Brugsch Handelsblad. Raoul Lambert kijkt als een kuifjesfiguur met grote verwondering naar de wereld die hij door zijn voetballersbestaan mag ontdekken. Exemplarisch is het gedeelte over de Jubilotte. De wedstrijd, die werd gespeeld op 24 mei 1975, tussen Club Brugge en een selectie Rode Duivels vond plaats als afscheid aan het oude Clubstadion De Klokke en stond ook in het teken van Lamberts vijftienjarig jubileum bij Club. Raoul Lambert vertelt met een ontwapenende bescheidenheid over de rit met de open koets naar het stadhuis die echtgenote Hedwige en hem dagenlang nachtmerries had bezorgd.

“Hedwige kreeg er koude rillingen van telkens ze eraan dacht dat ze in die open koets door de stad zou trekken, en eerlijk gezegd was ik ook veel minder op mijn gemak dan wanneer het erop aankomt een doelpunt te scoren.”

Het jubileum is geen eindpunt. Raoul Lambert heeft een groot aandeel in de steile opgang van Club Brugge naar de Europese top. Hij is een belangrijke schakel in het elftal van trainer Ernst Happel dat tijdens de tweede helft van de jaren 70 drie keer op rij landskampioen wordt en twee Europabekerfinales bereikt. In dat laatste schuilt meteen ook het grootste voetbaldrama uit de loopbaan van Raoul Lambert. Door een blessure mist hij in 1978 de op Wembley gespeelde Europabeker I-finale tegen Liverpool.

Ik kocht de biografie online in een tweedehandsboekhandel in het Engelse Blackburn. Het is gesigneerd met de woorden ‘Met veel sympathie’. Ik dacht zo een redelijk uniek exemplaar te bezitten, maar Raoul Lambert vertelde me dat nagenoeg elk exemplaar die boodschap draagt. :-) Bijna twee uur lang kon ik me die namiddag laven aan de verhalen van Raoul Lambert. Op de parking schudden we elkaar de hand. Raoul stapte in zijn auto, zwaaide nog even en weg was hij, de Clubspeler van de eeuw, terug naar huis. Het gras moest immers nog worden gemaaid.

De eerste zinnen uit ‘Voetballen in aanvallen!’

“De klokken van de Paterskerk luidden me opeens wakker. In mijn dromen was ik mijn zoveelste doelpunt aan het scoren toen het vertrouwde geluid vanuit de nabijgelegen Benedictijnenabdij me deed ontwaken. Zes uur. Ik kijk even rond in het kleine slaapkamertje dat ik met mijn broers deelde. De eerste zonnestralen vielen binnen langs het raampje en alles was rustig en stil in huis.”

Uitgeverij Raaklijn, Brugge, eerste druk, 1977, 119 pagina’s