Niet ver vanwaar ik woon stond, op enkele meter van een kronkelende asfaltweg, en inmiddels tot kniehoogte in het gras, een verkrot huis. Het had een licht doorbuigend dak en door de vele ontbrekende dakpannen zag het eruit als een vervallen gebit. De deur was een tint groen. Dat zag je nog net. Mijn grootmoeder en moeder vertelden dat er ooit een gezin met vier kinderen had gewoond. Het huis was zo klein dat ik het nauwelijks kon geloven.

Telkens ik er passeerde, fantaseerde ik hoe het er vroeger, decennia terug, moet zijn geweest. Ik zag op elke zondag een groot familiefeest. Ik rook heerlijk versgebakken taart, geurende koffie die meewaaide met de boerenbuitenwind, en hoorde de ademstoten van bulderend lachen. Tijdens de zomermaanden zaten de mannen van de buurt in hun blauwe werkpakken en petten aan de kant van de weg, graanstengels tussen de lippen, terwijl de vrouwen glommen op wat ze bij ons, in het zuiden van West-Vlaanderen, de zulle noemen. Vandaag is alles verdwenen.

“Wielerlijven van 36 jaar oud zijn renovaties van renovaties.”

Ik moest aan het huis denken toen ik deze namiddag naar Parijs-Roubaix keek. Wielerlijven van 36 jaar oud zijn renovaties van renovaties van wat een ooit een woning was waar elke zondag dit buurttafereel zich heeft afgespeeld. Littekens bij de vleet. Het wielerlijf van Tom Boonen is zulk een vehikel. Een mijnkarretje dat voor de allerlaatste keer heen en weer boemelde. Schokkend. Rammelend. Dokkerend. En dan: de laatste cadans, in de buik van een groepje achtervolgers. Dertiende.

Wielercommentator Michel Wuyts noemde Tom Boonen ‘de laatste Roubaix-krokodil’. Dat laat het einde van een tijdperk vermoeden. Toen ik drie mannen voor de zege zag sprinten, keek ik met volle aandacht. Michel had gelijk. Hun lijven hadden iets meer frêle dan dat van de ware kasseistamper.

Uren later doofde in Frans-Vlaanderen langzaamaan alle geluid. Het gejoel ebde zacht weg. Campers verlieten tuffend de streek. Het bermgras krabbelde na een vermoeiende dag overeind. De komende 360 dagen zouden de kasseien opnieuw toebehoren aan hotsende tractoren.

Er was enkel nog de gedachte: het huis is af, ook zonder vijfde kassei.