Hier kun je deel 1 en deel 2 van ‘Ici c’est Paris-Bercy’ lezen.

Roger Federer wordt algemeen beschouwd als de beste tennisser aller tijden. Statistici staven dat met 237 weken onafgebroken ’s werelds beste en zeventien grandslamtitels. Romantici voegen daar een nooit eerder vertoonde tenniselegantie aan toe. Over Federer zijn in de loop der jaren tig tekststukken verschenen. Niemand doet beter dan de in 2008 overleden Amerikaanse schrijver David Foster Wallace. Hij schreef, na een ontmoeting van ongeveer twintig minuten, in 2006 een stuk met als titel ‘Federer as Religious Experience’. Het stuk kun je nog steeds lezen op de website van The New York Times. Foster Wallace, zelf een geoefend tennisser, heeft meermaals zonder weerga over tennis gepend.

Een van de hoogtepunten van deze toernooiwoensdag is het feit dat ik Roger Federer voor het eerst live aan het werk zie. De Zwitser is bezig aan een uitstekend seizoen en heeft uitzicht op het heroveren van de koppositie op de wereldranglijst. Ik heb het voorbije decennium honderden wedstrijden van Federer gezien. Vele daarvan op een televisiescherm, andere op de TennisTV-applicatie op de iPad en nog andere via een dubieuze korrelige livestream.

Aan de overzijde van het net staat vandaag Jérémy Chardy, een zeventwintigjarige Fransman en het nummer dertig op de wereldranglijst. De wedstrijd haalt niet het allerhoogste niveau en is, in religieuze termen, bij wijlen een blasfemisch betoog. Toch is het de perfecte wedstrijd voor Federerfans. Waar Murray en Benneteau na iets meer dan een uur en twee korte sets de rackets opborgen, halen Federer en Chardy met een dubbele tiebreak en 6-4-wedstrijdwinst voor de Zwitser vlot twee uur speltijd.

Interessanter echter is het extrasportieve aspect van de tennisvertoning. In de vorige zin is het woord ‘tennis’ overbodig. Wat zich immers twee uur lang afspeelt, heeft nog weinig met tennis te maken. Het Court Central, waar even voordien Murray en Benneteau stonden, transformeert instant tot een tempel met een surrealistische stapsgewijze heldenverering. Die start bij de wedstrijdaankondiging op het grote scherm. Het vervolg is, tijdens het inspelen, een uit diverse generaties bestaande naar voren stormende massa, voorzien van klikkende en filmende smartphones en stopt na het beëindigen van de wedstrijd met een pontificale zwaai van de in het rood getooide hogepriester.

***

Enkele uren later slaan op het televisiescherm in mijn hotelkamer Gaël Monfils, een Franse acrobaat, en John Isner, een Amerikaanse reus, de laatste ballen van deze tennisdag. Ik mijmer over tennis, ditmaal weg van de Ferrers, Murrays en andere Federers van deze wereld. Ik denk aan zij die in sjofele huisvesting de wereld rondreizen om van tennis hun beroep te maken. Het zijn nomaden die in zekere zin de slaaf zijn van hun, wat ik mag hopen, eerste hobby. Hier en nu, in deze te kleine hotelkamer met een te groot bed, voel ik me dichter dan ooit tevoren bij een tennisbestaan.